Denk

Er zit iets moeilijks in mijn hoofd.
Piekerwerk over oud zeer.
Vragen die zomaar in je gedachten opkomen, dat heb je soms.
Ik zoek foto’s van weleer, probeer karakters te peilen, de stemmingen te lezen.
Was een en ander misschien al merkbaar?
Niet echt. Zonlicht verwringt een gezicht, bezorgt het een vervreemdende oogopslag. Schaduwen verheimelijken.
Langzaam ebben de gedachten weer weg en ik ruim de foto’s op.
Tijd voor het heden.

Advertenties

Ik ben een traan kwijt

Zo zonde. Het was een heel bijzondere traan, hij bezat huilgronden waar ik veel van hield. Ik mis hem heel erg. Nu kan ik niet meer jammeren zoals ik wil. Wel over allerlei andere dingen en die zijn ook belangrijk, ik wil geen enkele traan tekort doen, maar het is niet meer hetzelfde.
Ik weet ook niet waar ik hem verloren heb.  Alles in de omgeving heb ik afgezocht, zelfs de diepste krochten van mijn ziel  heb ik bloot gelegd,  mentale oefeningen gedaan, geestelijke bijstand geprobeerd, maar helaas, hij blijft kwijt, ik weet alleen  dat er maar ééntje van was.
Een van de hulpverleners wees mij erop dat ik blij zou moeten zijn, —een goed teken, het is een afgesloten hoofdstuk in je leven, je bent niet meer verplicht om te huilen, je hebt het een plekje gegeven-–  zo orakelde deze eigentijdse  magier in mijn oor,  zijn hele gelikte toverdoos  opentrekkend tot ik zijn klep  dichtgooide.  Hij had er niets van begrepen. Ik WILDE het oude zeer niet kwijt, het was me te kostbaar, het was zo’n lief verdriet uit m’n jeugd; hij hoefde alleen maar  te helpen het ding terug te vinden.
Het is een gemis want ik  mag graag een potje melancholisch grienen op z’n tijd. En nu heb ik een smoesje minder,  straks weet ik niet eens meer dàt er ’n reden was. Er zit een gaatje in mijn geheugen dat door de andere tranen dichtgeduwd wordt.
— Langzamerhand besef ik dat ik inderdaad blij moet zijn, nu is er meer ruimte op de geheugenschijf voor de lach-zaken.
Ik vraag me een paar dingen af.
Wat gaat er gebeuren als alle tranen verdwijnen zodat je op zeker ogenblik niets meer te huilen hebt? Zou je dan een prettige oude dag krijgen?
Of, nog even doordenkend, zou het geen zegen zijn als het geheugen, in geval van dementie, positief-selectief te werk ging: de tranen kwijt, de lachjes behouden?
Als iemand dan toch kinds moet worden, dan alsjeblieft een gelukkig kind?