Kat uit, muis in

Kat is nu al anderhalve week weg. Niemand weet waar hij zit.
Misschien op een warme plek bij iemands kachel, daar duimen we voor.
Hij kan ook platgereden zijn en aan de kant gelegd.
Gedood zijn door een vogel- of natuurliefhebber. In het bos in een strik vastzitten, opgehangen en godweetwat, kattenhaters kunnen wreder zijn dan de kat zelf.
We hopen er het beste van.
De eigenaren hebben een reservekat, die houden ze nu binnen. Begrijpelijk maar voor mij begrotelijk. Ik zit met een muis.
Na de begrafenis van de vorige hoor ik opnieuw geritsel, net als een van de buren die eveneens katloos is. Met wat pech wordt het een compleet ritseldorp en wonen we binnenkort in Wijk Muizenberg.
Ik wil ze kwijt.
Eerder had ik bij de Boerenbond naar een diervriendlijke antimuismiddel  gevraagd en men raadde snelwerkend vergif aan.‘Meteen dood mevrouw, ze voelen er niets van.’

Pfff, het lijkje dat in de kamer lag had op diverse plekken gebloed en lag er droevig bij. Ik vond het er weinig vriendelijk uitzien.
Op google raadde men een paar kruidensoorten aan die ze op de vlucht zouden jagen.
Ik had kruidnagels in voorraad, die heb ik langs de plint gestrooid. Tegelijk met een handvol zwarte peperkorrels en hier en daar een doorgesneden knofteen. Dit moet het gespuis op afstand houden.
Bij nader inzien haalde ik de knoflook weer weg, nu ruikt het heerlijk.
Alsof er een stoofpot staat te pruttelen.
Jammie…
Maar wat, zei ik pruttelen? Dat moet weer geritsel zijn. Of verbeeld ik het me?
Verdorie, avond weer verpest.
Ik vloek, denk na.
Zet dan resoluut mijn oren uit.
===
Advertenties

Zwartmans

Mocht ik dit al eens geplaatst hebben, lees er dan maar overheen.

Er was eens een man, zo zwartgallig dat je al naar werd van tien minuten luisteren.
In één gesprek vernoemde hij het kabinet,  vertelde van trieste buien  en over donkere dagen en dan was hij nog niet eens goed op dreef. Van de nieuwsberichten onthield hij slechts de allerberoerdste.
‘In het westen vonden ze een lijk,’ zei hij bijvoorbeeld, ‘met afgesneden oren, het mes stak er nog in.’
Zijn huishoudster wachtte nooit het einde van zijn vertelsels af en vluchtte naar keuken of stofzuiger zodra hij zijn mond opendeed.
Soms werd hij teveel overmand door de ellende die hij overal ontwaarde; dan ging hij naar bed, in de hoop een berustende slaap te vinden. Maar prompt werd hij bezocht door nare beelden en ook daar onthield hij voornamelijk de aller- allernaarste van.
‘Gruwelijke nachtmerries bezochten me; een roedel zwarte weerwolven met bebloede tanden…’
De huishoudster knikte en haastte zich naar de wasmand.
Gekweld keek hij haar na, alleen achterblijvend met zijn gedroomde weerwolven.
-De wereld is er ellendig aan toe-  verzuchtte hij.

Had hij, vraag je je af, in een zwarte wieg gelegen?

ZOMER


Ondanks regenwolken en windveren zit er zomer in de lucht.
Ik voel het.
Mijn botten lopen uit, blaadjes komen uit mijn oren. Haren ranken om mijn hals.
Vanmorgen werd ik wakker met een zoute geur in de slaapkamer, zat er een zeemeeuw op de wekker. Duidelijker teken kun je niet hebben.
En meer.
Bij het ontbijt liet de radio  ‘in the summertime’  horen.
Vanmiddag  belde een jonge koe:  ‘straks dansen in de Milky Meadow’.
Zojuist liep een muis met grootheidswaanzin over mijn bureau: hij droeg een zwembroek XL.
De  zomer is serieus bezig.