mensenkennis

Elkaar kennen?

Uiteraard, roepen we eendrachtig Ik weet precies wat hij/zij al zeggen wanneer… blabla.
Hoe ze denkt. Wat zijn opvattingen zijn. Hoe zij reageert of  wat hij vindt van politici.
En toch, terugdenkend aan enkele dingen twijfelde ik daar aan. Niet  over voordehand liggende zaken, niet over  tegenvallers na de wittebroodsweken. Meer op  een ander niveau,  ideeën die je niet verwachtte, al of niet positief.
Daar kun je van schrikken, of niet, al naargelang je eigen gedachten.
Tijdens een gesprek hierover viel één schoonzus me bij. Meer dan dat, ze was stellig in haar oordeel: je kent elkaar nooit door en door. Als 60-jarige bestreed ze het protest van de  jongeren met ‘let maar eens op’. Of ze dat deden vroeg ik nooit.
Zeker weten doe ik het niet maar ik denk dat ze gelijk had.
In de laatste maanden van Pa’s leven was ik zeer betrokken bij de verhouding tussen hem en Moe. Een eyeopener, ook hen bleek ik niet goed te kennen.
Het raakt aan ons geheugen,  ook dat faalt nogal eens maar we geven het  niet graag toe.
Ik vrees, voor wat het waard is, dat onze mensenkennis gelijkelijk  faalt, soms.
Echtgenoot was in ieder geval niet die prins op het witte paard. En ik niet de droomprinses.
Hij had een Kreidler en ik een Gazelle.
==

vriendjes

Vriendjes en vrijers

Mijn  turbulente liefdesleven begon al vroeg.
Als klein meisje was ik idolaat van een jongetje dat een straat verderop woonde. Helaas, het geloofswater was te diep: hij zat op de openbare school, ik op de roomse.
Een paar jaar later ontdekte ik de dorpsnozem en wat voor een. Hij had een knetterbrommer, enorme vetkuif vóór en een kippekontje achter op zijn hoofd, goddelijk. Jammer genoeg had hij geen oog voor kinderen als wij.
Eenmaal in Brabant aangekomen viel ik direct op de mooiste jongen van een naburig dorp. Verstaan deed ik hem niet maar knap dat hij was, knàp, ik word nog week nu ik aan hem terugdenk. Serieuze verkering zat ook hier niet in, hij vond me tuttig dat ik cola dronk. Ja zeg, ik was net veertien.
Daarna wachtte me een aardige jongen op bij school. Met hem wilde ik alleen ’s avonds de straat op, hij was minstens twee koppen kleiner en mijn broer en zus pestten me. Tja.

Na het eindexamen mocht er officieel een vrijer thuiskomen.
Prompt diende er zich een aan.
Een donkere Oost-Europese man met antieke opvattingen: ik mocht met niemand dansen dan met hem, moest sigaretten voor hem halen, naar hem luisteren
Niettemin raakte ik in zijn ban tot hij serieuze plannen kreeg. ‘Jij maakt het huis gezellig en ik werk voor jou en de kindjes…’
Hoe kreeg hij het verzonnen.

De vader van de op een-na-laatste had een bedrijfje in de bouwsector. Zoon wilde dat uitdragen; hij overlaadde me met liefdesbetuigingen op zijn vaders schrijfpapier met daarop het officiële briefhoofd. Kwam ik thuis, lag er weer een vensterenvelop van de firma V.  Ach gut, alsof een meisje daarvan onder de indruk raakt.
Hij begreep niet eens waarom de romantiek vervloog. De sneue.

Over de eindkandidaat kan ik kort zijn.
Hij slaagde cum laude.

lip2