dromen

Houden dromen grote schoonmaak?

Misschien.
Die rare ritsdroom van gisteravond lijkt me duidelijk: te warm, alles uit om af te koelen. Dan droom je als gevolg van de omstandigheden net als van kou wanneer een voet bloot ligt.
Zoals je weet lopen gebeurtenissen, tijden  en mensen in je dromen door elkaar, momenten uit verhalen/films/boeken spelen mee en alle vergeten onderwerpen piepen er doorheen.
Wat anderen misschien ook herkennen is dat bepaalde onderwerpen terugkeren. Soms in periodes, dan weer blijven ze weg. Daarin zie ik mijn geheugen, herinneringen, al of niet verdraaid, verwrongen zelfs. Je denkt te begrijpen dat het een verwerkingsproces is.
Maar af en toe kun je er geen touw aan vast knopen.
– Wanneer ik over mijn geboortehuis van vroeger droom is het altijd, en echt àltijd, een naargeestig gedoe waaruit ik onveranderlijk aangeslagen wakker wordt. Ook over de andere plaats waar we later woonden hangt een nare sfeer.
Waarom? Ik weet het niet. Ik had geen ongelukkige jeugd of school, was niet slechter af dan andere kinderen, hield van mijn ouders, kortom, er waren geen vreselijkheden.  Waarom dan? Het enige wat ik kan bedenken dat ik als jongste zus niet alles weet van de jaren vóór mijn bestaan, maar hoe ken je er dan van dromen?
Het is een reden om niet meer te geloven in  het idee dat dromen je verlossen van nare herinneringen.
Een zus raadde me aan het suikergehalte te meten, een te lage spiegel kan vervelende bijwerkingen hebben in gedrag dus ook in dromen.  Klopte, maar de dromen gingen door.  Zielenknijper of neuroloog vond ze ook een optie.
Ik niet, ik zing de dromen wel uit maar ik blijf het onbegrijpelijk vinden.
==

tijd

Nog even over die voortsnellende tijd

Die probeerde ik in te halen en wat denk je?
Werd ik wakker met ijsbloemen op het raam en bijna bevroren voeten.
Was ik hem gepasseerd.
Dat geloof je toch niet?
In paniek belde ik het KNMI waar ze me uitlachten. ‘Mevrouw, U droomt. Trek warme sokken aan en slaap lekker door.’
‘Neenee, het is de tijd. Die heb ik ingehaald, wie weet hoeveel ik nu voor lig, misschien ga ik straks dood of zo.’
Ze hingen op.
Tja, logisch denken was de enige optie die ik kon bedenken.
Langzaam als een luiaard bewoog ik me de rest van de dag, at traag een lunch (oude slak met druppelsaus) en kookte slow food.
Hap-je na hap-je na hap-je…
En eindelijk, de middag was al bijna om, werd het warmer, de zon draaide naar westzuidwest. Hij scheen en verwarmde mijn koude voeten. De tijd versnelde.
De vorst verdween.
Hij zwaaide nog.