Schatgraven in eigen woning

Ontspullen.
Het is in de mode sinds een jaar of tien. Ik deed het altijd al en vond in de loop der jaren minstens een huis vol overbodigheden. Wat kun je daar mee doen behalve opruimen?
Nog steeds kom ik nieuwe oude dingen tegen, dat is spannend hoor, je weet nooit wat je nu weer vindt.
Dacht ik de vliering leeg te hebben, kwamen er bejaarde kerstspullen voor de dag. Zo ontzettend lelijk, ik kan niet geloven ze ooit te hebben gekocht.
Achterin de kelder, in de allerverste hoek, stond een vergeten tas waar ik een soepterrientje uit opdiepte. Of een groenteschaal, weet ik veel. Je kunt nu eenmaal niet alles onthouden.
Gezien de overige troep in de tas heeft het gediend als verzamelbak voor dat-komt-nog-wel-van-pas-rommel:
Een kaart elastiek. Enkele verfomfaaide speelkaarten. Tube velpon, voor de helft leeggeknepen met een knoedel stiekjes, schroeven, leeggelopen sigaret, dobbelsteen, pionnetjes, paperclips, lucifers, alles trouw aaneengeklonken. Een soort partnership van spullen.
De hele bende verzonken in een mengsel van stof, gruis, zand, tabaksdraadjes, nog meer stof en het lijk van een zilvervisje dat waarschijnlijk verdwaald was en verhongerde. Arm diertje, ik heb een weesgegroetje voor hem gedaan.

Het was een enerverende middag. Een dood beest gaat je niet in de koude kleren zitten.
Enfin, de tas met inhoud ligt in de vuilnisbak.
Het terrientje heb ik gered.
Dat kwam toch nog van pas in al zijn overbodigheid.

Papier hier

Bergen werk heb ik verzet vanmiddag. Letterlijk.
Wat dan wel?
Ik heb de papieren uitgezocht en deze keer tot de laatste snipper in plaats van een paar briefjes heen en weer te schuiven. Een klusje dat zo vaak wordt uitgesteld dat het na een jaar (of 2 of 3) een groot karwei is.
Mijn eigen woorden indachtig -zadel je nabestaanden niet met rommel op- ben ik er aan begonnen.
Dat had heel wat voeten in aarde.
Eerst een wasje draaien. Boodschap doen. Paar meters wieden. Koken en opeten. Kop koffie maken.
Uitstelgedrag, koudwatervrees.
Ik zag er tegenop. Onbegrijpelijk, voor mijn trouwen was ik juist in mijn element als ik met papier kon spelen, op een kantoor waar ik werkte deed ik niets liever dan sorteren, zoeken en navragen waar een bepaalde brief was, systeem aanbrengen in onderwerpen.
Uiteindelijk ben ik begonnen en was na een kwartiertje weer terug in dat element.
Het waren echt torenhoge bergen, oude nota’s van jaren her, verlopen paspoorten en rijbewijzen (nostalgie), oude bankafschriften, papieren van overleden ouders, broer, dikke stapels schoolrapporten, opgezegde en herbegonnen loterijen, dito van extra tvzenders, herziene verzekeringen die je steevast in triplo bevestigd krijgt, ziekteperikelen van wijlen echtgenoot, en nog veel meer.
Echt, het opnoemen doet me al naar lucht happen.
Het ging vlot, tegen de avond was het klaar en de prullenbakken gevuld.
Brieven en rekeningen genummerd, op datum gelegd, een lust voor het oog. Ik durf haast te zeggen: nu kan ik het loodje  leggen.
Tevreden kijk ik naar de mappen, half zo dun en dubbel charmant.
Te mooi om weg te bergen dus laat ik de kast een tijdje openstaan.