De natuur is een kei

De nieuwe baby heeft de grijze ogen en het bruine haar van mamma, evenals de kleine oortjes.
In de rest van het hoofdje, nek en hals zie je duidelijk pappa.
Rug en schoudertjes verraden opa één terwijl de brede handjes en voetjes naar opa twee wijzen.
Oma een en twee manifesteren zich respectievelijk in de stevige ledematen en het bolbuikige rompje.
De overige voorvaderen houden zich schuil in de organen en proberen de dna-touwtjes stevig in handen te houden voor het geval de nieuwe combinatie op hol slaat.
Knap dat de natuur dit keer op keer op keer voor elkaar krijgt. Je staat er telkens weer versteld van.

Droste-echo


Een echtpaar heeft een familieavond georganiseerd;  genoeglijk zitten ze met kinderen,  ouders, grootouders en overopa om de antieke kachel, drankje bij de hand.  Een schaal gehaktballen blijft warm op de bovenplaat.
‘Verhalen,’ zegt  vader, ‘ er zit meer dan honderd jaar tussen  overopa en ons, laten we verhalen vertellen en vergelijken.’
Hij neemt zelf het voortouw. ‘Allemaal samen zaten we vroeger rondom de kachel, wijn en prik op tafel terwijl het konijn gaarde. Mijn vader vertelde een verhaal: Met zijn allen zaten we rondom de schouw op een familieavond, er was whiskey en siroop voor de dorst terwijl de hazenpeper pruttelde. Mijn vader vertelde een verhaal: Met een familieavond zaten we rondom de kookpot, glas thee in de hand; de soep borrelde. Mijn vader begon een verhaal: We zaten met de hele clan rondom het vuur, dronken potten bier en keken naar het zwijn dat boven het vuur hing. Vader vertelde verhalen…… ‘

Over trots


Een eigenschap die door sommige mensen hogelijk werd gewaardeerd, nog steeds.  Een bepaald soort trots. Je te groot voelen om hulp te vragen, zelf alles willen oplossen. Hier dacht ik aan bij het overlezen van ze-wilde-zelfstandig-blijven/
Als kind begreep ik niets van het idee.

We hoorden gesprekken waarin ronkend verhaald werd van ‘liever honger dan de hand ophouden’. De sprekers keken zegevierend rond, de meeste aanwezigen knikten. Niemand van hen zou het openlijk toegeven als men wèl financiële hulp  had aangevraagd.
Ze spraken over tijden die we, kind zijnde, niet kenden maar dat ze armoe hadden geleden was duidelijk.

Raar vond ik uitspraken als: ‘Weet je nog dat opa K. het verrekte naar het gemeentehuis te gaan terwijl opoe niet wist hoe ze aan brood moest komen? Wat was die man sterk!’ 
Sjonge. Je gezicht niet willen verliezen terwijl je gezin honger lijdt, wat een armoed. Ik zou het juist dapper hebben gevonden als die opa zijn trots opzij zette en het hoofd gebogen had. Dacht ik, verontwaardigd .

Bij het ouder worden begon ik er iets van te begrijpen.
De Bijstandswet bestond nog niet, mensen konden Steun aanvragen, van gemeente of kerk. Geen pretje, bleek uit andermans verhalen. Tot op de cent nauwkeurig werd berekend wat de gezinnen nodig hadden, elk klontje suiker werd als overbodig gezien en bestraft door op andere artikelen te korten. Ook hoorde ik van Steunhelpsters. Veelal dames van betere stand die Goede Werken beoefenden en de arme gezinnen bezochten om de behoeften te onderzoeken. ‘De neerbuigendheid,‘ vertelde een vrouw, ‘was niet te harden.’
Dan krijgt die opschepperige trots een heel andere lading.

Sommige ouderen koesterden hun gevoel van eigenwaarde tot hun dood.
Zij waren trots op hun trots.