ganzen

Ganzenpraat


Een paar keer per dag hoor je een snibbig geruzie zodra je buiten komt.
Het zijn ganzen in de lucht, ze zoeken hun vertrekpunt.
Waarom ze daar zo’n heisa van maken weet ik niet, ik schreef er eerder over en toen wist ik het ook niet.
Misschien is het de rangorde.
Ik wil tweedes.
Nee ik, jij was vorig jaar al.
Mond houden, jullie moeten achteraan.
Wèèèhhhh
.
Of te weinig proviand voor onderweg.
Opa is in de war.
Iemand moet nog gauw een ei leggen.
De stuurman wil meer opslag.
Kan van alles zijn,  waarschijnlijker is dat dit hun manier van babbelen is, converseren kun je het niet noemen.
Graag zou ik het verstaan maar ik weet niet waar ze Ganslessen geven.
==
foto's

Foto’s en klimroos.

Me verliezend in foto’s vergat ik opnieuw de tijd. Dat doen vroegere beelden, je ziet  de situaties weer, denkt oude gedachten, (zo die er waren bij gedwongen schoolfoto’s), verzinkt in herinneringen.
Vorige week deed ik dit ook, nu had ik een goeie smoes. Iemand had een plaatje nodig.
Oké, dan moet je bij mij zijn, de albums van pa en moe liggen allemaal hier.
Ouwe tante Marie? Zoek ik op.
Opa van pa’s kant? Heb ik. En van opoe.
Die van oma met ome S. op het erf? Geen probleem, de kippen staan er ook op en overal lees ik de namen erbij.
Honden, weilanden, fruitbomen, bruiloften, strand, mensen hadden een dicht-bij-huis leven, Valkenburg was een van de hoogtepunten. Toen.
Als tegenwicht een vluggertje van deze ochtend, de kinderen van de gepassioneerde klimroos.
Ze jubelen ondanks de regen en de kille grijze lucht.
==

mensen

Ecce homo


De mens is een vreemd wezen;

hoe naakter men hem ziet, hoe meer hij in zijn hemd staat .Het komt  goedkoop op me over, een variant op ‘wie lacht niet die de mens beziet.‘ (herkomst niet bekend).
Hoe dan ook. 7Je vraagt je af: wat zie je dan?
Vergeleken met de dieren lijkt de mens op een onbehaarde slingeraap en ja, dat moet een wonderlijk gezicht zijn, denk aan Tarzan en dat was nog een goedogende vent. Ik zie mijn opa al.
Maar dat wordt niet bedoeld, leerden we.
Wat dan wel, de houding, besluitvorming, intelligentie of gebrek daar aan, mentaliteit, emotioneel gedrag? In dat geval is er geen vergelijkingsmateriaal en wie bepaalt dan dat hij lachwekkend is? Dieren? Zij denken niet.
Een superpientere kan smalend doen over simpele zielen.
Een kerkelijke kan neerkijken op huichelaars.
Een braverik kan spugen op dronken carnavalvierders en een stille aanbidder minacht de keus van zijn geliefde.
Andersom echter kijken de laatsten neer op de bespottelijke arroganten.
Wie bepaalt dan het groteske van de mens?
Mensen die zich hoger achten?
Ergo.
Zij zijn de echte lachwekkenden.
==

natuur

De natuur is een kei

De nieuwe baby heeft de grijze ogen en het bruine haar van mamma, evenals de kleine oortjes.
In de rest van het hoofdje, nek en hals zie je duidelijk pappa.
Rug en schoudertjes verraden opa één terwijl de brede handjes en voetjes naar opa twee wijzen.
Oma een en twee manifesteren zich respectievelijk in de stevige ledematen en het bolbuikige rompje.
De overige voorvaderen houden zich schuil in de organen en proberen de dna-touwtjes stevig in handen te houden voor het geval de nieuwe combinatie op hol slaat.
Knap dat de natuur dit keer op keer op keer voor elkaar krijgt. Je staat er telkens weer versteld van.

verhaaltje

Droste-echo


Een echtpaar heeft een familieavond georganiseerd;  genoeglijk zitten ze met kinderen,  ouders, grootouders en overopa om de antieke kachel, drankje bij de hand.  Een schaal gehaktballen blijft warm op de bovenplaat.
‘Verhalen,’ zegt  vader, ‘ er zit meer dan honderd jaar tussen  overopa en ons, laten we verhalen vertellen en vergelijken.’
Hij neemt zelf het voortouw. ‘Allemaal samen zaten we vroeger rondom de kachel, wijn en prik op tafel terwijl het konijn gaarde. Mijn vader vertelde een verhaal: Met zijn allen zaten we rondom de schouw op een familieavond, er was whiskey en siroop voor de dorst terwijl de hazenpeper pruttelde. Mijn vader vertelde een verhaal: Met een familieavond zaten we rondom de kookpot, glas thee in de hand; de soep borrelde. Mijn vader begon een verhaal: We zaten met de hele clan rondom het vuur, dronken potten bier en keken naar het zwijn dat boven het vuur hing. Vader vertelde verhalen…… ‘

trots

Over trots


Een eigenschap die door sommige mensen hogelijk werd gewaardeerd, nog steeds.  Een bepaald soort trots. Je te groot voelen om hulp te vragen, zelf alles willen oplossen. Hier dacht ik aan bij het overlezen van ze-wilde-zelfstandig-blijven/
Als kind begreep ik niets van het idee.

We hoorden gesprekken waarin ronkend verhaald werd van ‘liever honger dan de hand ophouden’. De sprekers keken zegevierend rond, de meeste aanwezigen knikten. Niemand van hen zou het openlijk toegeven als men wèl financiële hulp  had aangevraagd.
Ze spraken over tijden die we, kind zijnde, niet kenden maar dat ze armoe hadden geleden was duidelijk.

Raar vond ik uitspraken als: ‘Weet je nog dat opa K. het verrekte naar het gemeentehuis te gaan terwijl opoe niet wist hoe ze aan brood moest komen? Wat was die man sterk!’ 
Sjonge. Je gezicht niet willen verliezen terwijl je gezin honger lijdt, wat een armoed. Ik zou het juist dapper hebben gevonden als die opa zijn trots opzij zette en het hoofd gebogen had. Dacht ik, verontwaardigd .

Bij het ouder worden begon ik er iets van te begrijpen.
De Bijstandswet bestond nog niet, mensen konden Steun aanvragen, van gemeente of kerk. Geen pretje, bleek uit andermans verhalen. Tot op de cent nauwkeurig werd berekend wat de gezinnen nodig hadden, elk klontje suiker werd als overbodig gezien en bestraft door op andere artikelen te korten. Ook hoorde ik van Steunhelpsters. Veelal dames van betere stand die Goede Werken beoefenden en de arme gezinnen bezochten om de behoeften te onderzoeken. ‘De neerbuigendheid,‘ vertelde een vrouw, ‘was niet te harden.’
Dan krijgt die opschepperige trots een heel andere lading.

Sommige ouderen koesterden hun gevoel van eigenwaarde tot hun dood.
Zij waren trots op hun trots.