Geen categorie

Kriebels in je hoofd

Het kriebelde in mijn nek.
Ik wreef en voelde iets, ik weet niet wat het was  maar ik kneep het morsdood en gooide het weg.
Nog altijd beducht voor de orenkruiper die ooit in in mijn haar zat, in een van de vlechten die we toen strengels noemden.
Het idee van een beest dat letterlijk in je hoofd kruipt….
….dat blijft je bij.
Het is een insect, zo walgelijk en (mini-)slangachtig dat ik er geen plaatje van heb en ook niet wil afbeelden.
Alleen een oor.  (Niet het mijne).
oorhare-2040911__340.
=

gedicht

Bekend oudje

Bejaard gedicht van voor mijn tijd.
Nu ik het lees vind ik het nog steeds keigoed.


Het hondengevecht

Bereisde Roel zag op zijn tochten
Geweldig veel! Twee Bullebijters vochten,
Voor ’t wijnhuis, in een kleine Poolsche stad,
Terwijl hij juist aan ’t venster zat:
`Zulk vechten, Menschen! – Zij verslonden
Malkander letterlijk! Met iedren hap, ging oor
Of poot er áf – en glad als vet er dóór!
Ons scheiden kwam te laat! wij vonden
Het restjen: – op mijn eer,
De staarten, en niets meer.’

Uit: A.C.W. STARING
GEDICHTEN (1940)
leven

Het leven is…

..een oog met staar
die dwarse knie
soms ben je gaar
denkt: c’est fini
dat slome oor
verbindt niet door
een kromme teen
te kleine schoen
het steekt gemeen
tis niet te doen
een kuchje hier
als schuurpapier
en wratje daar
wat dunner haar
die stramme rug
en… en…
..al die dingetjes waar je niet mee te koop loopt.
En dan horen
‘Je ziet er gezond uit.’
O ja?
‘Je mag niet mopperen.’
Maar dat besef je niet altijd.
===

persoonlijk

Een paar eigengereide haren

Er zit een haartje aan de zijkant van mijn kin.
En een onder mijn oor.
Ik ruk ze uit met wortel en al. Het helpt niet lang, ze komen telkens terug.
Laatst klaagde ik bij een paar vrouwen dat ik een baard kreeg, onmiddellijk kwam er commentaar van een paar vijftigers en een jongere. Stuk voor stuk jonger dan ikzelf.
‘Nou èn?’ ‘Is dat alles?’  ‘Dat hoort erbij’ ‘Als wij uitgaan moet ik me eerst scheren’ ‘Ik laat zo vaak mijn kin doen’  ‘Zoveel vrouwen en meisjes hebben een snorretje, daar wen je aan’. En meer van die antwoorden.
Allemaal waar en goed bedoeld, het troost een beetje en ik weet echt wel dat er ergere dingen zijn en me moet schamen voor het gezeur en blij mag zijn dat ik verders gezond ben en blij mag zijn dat mijn hoofdhaar gewillig is en al die dingen maar ik erger me evengoed aan die brutale haren in/aan mijn gezicht.
Ze trekken zich niets van me aan.
Ze groeien gewoon door.