Paradijs in de achtertuin

‘De hof van Eden, gewoon bij je thuis. Zalig…‘ was de reactie van
matroos Beek op het vorige stukje.

Ze brengt me er bijna toe het als een echt paradijsje te beschouwen.

Voor de Boom van Kennis staat de druivenklimop model als het goede, de datura voor het kwaad. De tuinslang -een echte is te griezelig- wijst naar een doornappel die ik negeer, als deugdzame vrouw geniet ik ook zonder zonde en kleren heb ik toch al aan. Er zijn nog een paar buren thuis met wie ik rekening moet houden, ik denk niet dat ze me geloven als ik uitleg voor Eva te spelen.
Lustig ga ik door met druiven eten en bloemen plukken en pootjebaden in de vijver, almaar god prijzend met zoet geneurie.
Geloven in heilige onschuld.

Bijna, zei ik al.
Zonder Adam is er niets aan.