wonen

Wonen tussen bergen? Nee…

Een kennisje gaat binnenkort naar Zwitserland. Ze verheugt zich enorm , vertelt van de Alpenpracht en barre spitse hoogtes die ze uitbundig fotografeert, kortom, ze houdt van de bergen en verblijft er de hele zomer. Ze wil rondkijken naar de mogelijkheid voor een vast verblijf.
Ik luister, zou een paar weken mee willen, aangetrokken door haar enthousiasme.
Maar voor vast?
Duitsland komt me voor de geest, Moezel, Eiffel.
Luxemburg, Ardennen.
Ierland, Ring of Kerry
Frankrijk, het zuiden, Pyreneën.
‘Berg’plaatsen waar we schitterende vakanties hadden.
Toch miste ik het vèr-kijken. Wanneer we wandelden hoopte ik na elke bocht op een vergezicht maar in dat geval was de view altijd beperkt. Hoe mooi ook – een dal, rivier, pittoreske dorpjes- daarachter was de horizon steevast verdekt achter nog meer bergen. Het deed iets met me, ik voelde me tegengehouden, zoveel zelfs dat ik me afvroeg of de bewoners een beperkt wereldbeeld zouden hebben door gebrek aan uitzicht.
Onzin natuurlijk.
Ik ben gewoon een plattelandsmens in de meest letterlijke betekenis. 
Begrijp waarom mijn vader hield van de polders waar hij vaak fietste;  het was het eindeloze zicht, nergens gehinderd door iets anders dan silhouetjes van dorpen.
Daar was geen verdektheid, je kon kijken tot in het oneindige.
Misschien nog steeds.

Nee,
tussen bergen zou ik liever niet wonen, niet voor altijd.

Geen categorie

De zin van het leven?


Een vraag die zich al aandiende toen we leerden over biotopen, onstaan-leven-doodgaan, een oneindige cyclus. Het verband met onszelf was gauw gelegd en het idee dat je leven minder dan een fractie  (een nanoseconde kenden we nog niet) is van de eeuwigheid deed  me afvragen:  Is dit het nou? Is dat nou alles?  Zinvol leek me een veiliger term maar dat was niet precies wat ik bedoelde.
Later, in de greep van gezin-huisje-zorgen kwam die vraag terug.
Het maakte me somber,  ik begreep dat relativeren nodig was en de tijd in menselijk perspectief te zien.
Daarmee echter kwam dezelfde vraag op een andere manier naar voren: is dit het nou? Hebben we echt  nog 30, 40, 50 of meer jaren te gaan? Hoeveel ik ook van ons gezin hield, vond ik het een vreselijk vooruitzicht. Zoveel tijd je druk te maken….en dan ga je dood. Alleen maar om het leven an sich in stand te houden?
Ook deze gedachten gingen voorbij maar de vraag laat me nooit helemaal los.

Eeuwenlang hebben grote geesten zich gebogen over deze vraag. Er zijn diverse antwoorden gevonden, afhankelijk van de (morele) instelling die men heeft, van religieus tot ongelovig,  filosofisch, biologisch, wetenschappelijk en andere.
Voor elk wat wils maar ik kan me er niet in vinden.
Voorlopig heeft  niemand een alomvattende uitkomst die voor iedereen de oplossing zou zijn. Wie het weet mag het zeggen, ik zou het graag horen.
Het beste wat ik er van kan maken is: heeft iemand zin in het leven?
Dan heeft dàt leven zeker zin.