Planten en mensen

Vaste planten zijn loeisterk, je merkt het elk jaar opnieuw.

Deze ooievaarsbek wringt zich moeiteloos tussen voegen van tegels door.  Je vraagt je af hoe ver hij ondergronds gaat, hij komt op verschillende plekken tevoorschijn of het nu op twee of tien meter van de moederplant is.
Je gaat bijna vanzelf denken aan de familiebanden die bij mensen soms heel sterk aanwezig zijn.
Het-bloed-kruipt-waar-het-niet-gaan-kan zou je kunnen vergelijken met ‘de wortels groeien waar ze niet door kunnen’.
Zijn in andere  gewassen ook eigenschappen te vinden, overeenkomend met die van mensen?
Gras bijvoorbeeld is gauw tevreden, het groeit overal afhankelijk van de soort.
Orchideeen  zijn als de prinses op de erwt, ze doen het juist niet overal.
Paardenbloemen lijden aan een minderwaardigheidscomplex, zodra ze volwassen zijn blazen ze zichzelf op.
Enzovoorts.

Tot zover mijn plantenkennis.
Meer weet ik er niet van.

Advertenties

Dierendag


Je moet weten dat ik altìjd van dieren houd, nou ja, van het ene beest meer dan van het andere, maar op deze speciale dag  doe ik iets extra’s.  Speciaal de ondergewaardeerde, vaak verborgen   soorten mag ik graag bedenken.

Hongerigen spijzen en dorstigen laven,  dierlievender gedachten zijn er niet.  —Uiteraard zou ik deze goedheden ook graag op mensen willen toepassen maar zij stellen andere eisen.–

Hoe dan ook,  het ging vandaag om bescheiden dieren.

Welnu, alle kliekjes van de afgelopen maand heb ik uit de koelkast gesleept en over de tuin verdeeld, daarna zorgvuldig ondergeharkt en ze voor de smaak met een restje overjarige soep besprenkeld. Wat er allemaal in- en ondergronds huist weet ik niet precies maar een godenmaaltje was hun deel; ik zag de verlekkerde slemppartij helemaal voor me,  het zalig geslurp moet een feestelijk muziekje zijn geweest.
En, waarschijnlijk gelooft niemand het maar ik zweer je,  toen ik zojuist over het tuinpad liep weerklonk er aangenaam gemurmel van diepe stemmen waarin ik een dankjewel herkende.
Ik hoorde zelfs een zacht boertje.