Grapvers

Voor wie niet goed is in taal een cijferolleke


Één twee drie víér vijf zes
zéven acht négen tien
èlf twaalluf dèrtien
veertíén en vijftíén

zèstien en zéventien
àchttienaannégentien
twìntig en nú nog
eenèntwintig. Kíén.

Nog één oudje..


..en dan schei ik er weer mee uit.
Onderstaand versje  was mijn allereerste Ollekebolleke, een dichtvorm die ik niet kende en  wilde proberen.
Het is een vrij makkelijke manier van dichten door het ritme, alleen de zes-lettergreep-woorden maken het lastig.

Ol-le-ke bol-le-ke
voor mij een nieuw probleem
want ik weet niet zo goed
waar het om draait.

Maar met dedáin voor de
líteratureluur
heb ik dez’ dichtvorm
nu toch nog gepaaid.

©Bertie/bertjens

Streng in de christelijke leer. Pseudo-olleke bolleke.

 Ollekebolleke is een dichtvorm.

‘Man,’ vraagt een gelovige
vrouw aan haar dovige
brave gemaal,
‘wordt het geen tijd dat ik
werpe een aardse blik
op de moraal?’

‘Vrouw,’ antwoordt echtgenoot
-schrik kleurt zijn wangen rood-
‘hoor ik dat goed?
Al die moderniteit,
niets voor een christenmeid,
hou je bij’t broed!’

© Bertie