november·weer·wolk

Alleen de wolken veranderen

Over drie weken is de de kortste dag.
Daarna nog een weekje of twee, drie doorbijten en na die dagen, bij helder weer, kun je het nieuwe licht ’s morgens zien opkomen en ’s avonds langer aanhouden. Niet veel, nauwelijks merkbaar maar je ziet het.
IK zie het.
Dan gaat het hard.
Plotseling is het lente- zomer- herfst en is het medio november en kijk ik naar de kaarsen die niet echt helpen en wil ik niet te vroeg aan snert en zuurkool beginnen en heb alle boeken herlezen en zit ik aan het toetsenbord mezelf op te peppen: Over drie weken is de kortste dag…
==

 

ijs·roos

Koel gevoel

Een ijsje, daar zou ik nu een moord voor doen, een grote  cornetto of een literbak van Hertog.
Waar die trek vandaan komt? Geen idee maar hij is er.
Het zit er nu niet in.
Ik neem genoegen met een ijzige foto. Oudje van november 2010.
Het heeft geen smaak anders dan dat het een mooi plaatje is maar ziet er  koud uit.
Sneeuw in die maand komt vaker voor, een laat bloeiende roos ook. Dat ze elkaar troffen zou een gedichtje waard zijn of een zoet verhaaltje. Ook dat zit er niet in.
Waarom die foto me juist nu in de handen loopt weet ik niet, er is niets wat me aan sneeuw en roze rozen doet denken maar het geeft in ieder geval een koel gevoel.☻
=

donker·winter

Duister denken

Een groot voordeel van sneeuw is dat de omgeving oplicht in avond en nacht.
Zojuist keek ik naar buiten en zag dat er een nieuw wit waasje over de half verregende rest ligt. Dat maakt me blij, ’n beetje in ieder geval.
Een winter mag streng zijn, ijzig koud en bergen sneeuw brengen, ik houd van extremen ondanks de overlast.
Toch is er één ding van dit seizoen dat ik moeilijk kan accepteren en dat is de donkerte.
Heerlijk, zegt men, cocoonen, waxinelichtjes, knusjes bij elkaar zitten, dekentje om je heen.
Het klinkt me klef in de oren, het koeren ontbreekt nog. Het is hooguit gezellig voor een paar dagen, dan is de waxine op. Gewoon schemeren deden we altijd al zonder geknus.

De middagen zijn te kort, de avonden eindeloos, je gaat naar bed om te slapen tot het weer licht is.
Het feit dat ik weduwe ben maakt het er niet beter op. Tja, ik ga me geen nieuwe echtgenoot aanschaffen om een paar donkere maanden door te komen. Het zou wel handig zijn maar wat zeg je tegen zo’n man in februari? Houdoe en tot de volgende winter?
Liever zou ik een kamerkampvuur aanleggen.
Als de buren er niet op tegen waren. En er genoeg aanmaakhoutjes zijn. En…
Zie je nou wat die donkerte met me doet? Ik word er niet goed van.

herfst·miniverhaal

Novembertrip

Het was nattig en kil.
De herfstige lucht vroeg om een stevig maal.
Dus kookte ik aardappels. Met melk en boter, samen op een vuurtje..
In een kier verscheen de zon.
‘Zeg, ga je mee? Rondje boven de regen?”
Natuurlijk stapte ik op.
Wie wil dat niet, een grauwe dag verlaten.
Naar het zuiden gingen we, te kort om bij te kleuren maar dat gaf niks.
Het was zalig, ik vergat de tijd.
Pas toen ik thuiskwam dacht ik aan de aardappelpuree.
Die stond ze bruin te bakken.