Nostalgie?

Daar heb ik niet vaak last van.
Een enkele keer schrijf ik een stukje over wat me raakte en dan is het weer over.
Over dit geschiedenisboek bijvoorbeeld, van de brugklas, een van de weinige boeken die ik kon redden. Keten der Geslachten.
Tweedehands (we waren niet rijk),  veelvuldig gebruikt (lange hoofdstukken overschrijven als strafwerk), daarna stukgelezen door mijn moeder die het ‘machtig interessant’ vond. Ik ook, veel later pas.
Er werd  geschiedenis in beschreven vanaf de prehistorie tot einde Middeleeuwen.
Wat je niet allemaal moest weten.
De rivieren Euphraat en Tigris waartussen de Hof van Eden zou zijn geweest.
De invloed van Romeinse heersers en grote generaals. Oorlogen. Goden aan wie alle zedeloosheid werd toegeschreven die de mensen zelf niet durfden te begaan. Of wel, soms.
De verfoelijke kruistochten en de barre tijden in Europa.
Achteraf kun je haast niet geloven dat de mensen nog plezier hadden in hun leven.
Aandoenlijk vind ik nog steeds dat elfjarige handschrift bij het rijtje goden,  met de aantekening ‘heel goed leren‘. Ik was het kwijt, maakte een nieuwe foto en bekijk het opnieuw met aandacht..
Dit is nostalgie die ik kan behappen. Ik geniet er van.
Vroeger was af en toe best mooi.
==

Tricolore

Nostalgie kan je geheugen behoorlijk parten spelen.
Feiten worden mooier gemaakt, gebeurtenissen overdreven, iedereen herkent dat.
Toch herinnerde ik me een plant met verschillende bloemen uit één stam.
Na wat zoekwerk vond ik de foto terug.
En geloof het nu zelf ook niet meer.

Sparen met centen

Als kind deden we het, meestal in een dichtgeplakte Buismanbus. Centenwerk.
Ik spaarde tot ik dacht dat er genoeg inzat voor een zoute drop, een zakje zwartwit of een handje knikkers, alles voor vijf cent of een duppie.
Dan kon ik opnieuw beginnen.
Het gebruik verwaterde toen we groot genoeg waren voor zakgeld.

Jaren later zag ik dat mensen nog steeds spaarden in potjes en trommeltjes; de een hield het bij zilveren guldens, de ander bij wilhelmientjes, vijfjes, noem maar op.
Uit nostalgie wilde ik dat ook en wel op de oude manier: alleen kopergeld. Dat leek me het toppunt van tevredenheid, een spaarpot die ik deze keer wèl vol kreeg.
Van echtgenoots gegrinnik trok ik me niets aan (hij vond het bespottelijk), overal en in alle winkels wisselde ik om maar veel centen en stuivers binnen te halen en stopte ze in een mayonnaise-emmertje. Verdwaalde dubbeltjes mochten ook meedoen
Het werd een heleboel en het gerammel klonk me als popmuziek, als ik niet zo lang was zou ik er een duik in hebben genomen. Hoeveel centen zouden er wel in zitten?
Nieuwsgierigheid kreeg tenslotte de overhand, ik besloot te tellen.
Hooggespannen keerde ik de emmer om op de keukentafel, zette de leesbril op, en telde.
En telde. Hebberig en helemaal in trance.
Het werd stil in de huiskamer achter me, er werd voorzichtig gekucht door een paar gezinsleden. Het drong niet door.
Toen riep manlief, ‘Lukt het, Scrooge?’ ik keek op en hij klikte.
Tja.
De ban was voorgoed gebroken.

ps
fotootje is 20 jaar oud