volle maan

Maan


Morgen is het volle maan
Blijvend een beeld dat tot de verbeelding spreekt.
Mensen kunnen zich niet voorstellen dat hij alleen maar hangt te niksen, hoogstens voor lantaarn speelt.
Maar doet het dan niets met de aarde behalve de getijden veroorzaken?
Nee, zie sterrenkunde/vraag-en-antwoord
Bijgelovigen zegt een wetenschappelijk uitleg niets.
Zij hopen een weerwolf te zien of het mannetje.
Schrijven hun humeur er aan toe en verzinnen allerlei andere dingen.

Zelf  vind ik een volle maan mooi maar niet meer dan dat.
Toen we nog vrijden en ik romantische boeken las staarde ik dromerig naar de lucht.
‘Mooi hè,’ zei ik dan. ‘Ja nou,’ antwoordde hij die naar mij keek, daar was geen verzinsel bij.
Het is dan ook een aantrekkelijke sfeer die de maan uitstraalt,  mooi en eng tegelijk en je kunt je voorstellen dat er verhalen omheen worden geweven.
Van maangaren, zoeter kun je niet hebben.
=

warm

Warme dagen

Je past je aan, het is te doen, we komen de hitte wel door.
Met kinderen is het moeilijker. Daar kan ik geen raad meer in geven, dat laat ik aan anderen over.
Wat ik zelf het vervelendste vind is het geniks.
Eén keer de trap stofzuigen en je ligt zowat in coma.
De dingen die gedaan moeten worden (ze bestaan!) gaan in een traag tempo, met veel rustpunten. Het schiet niet op, het duurt en duurt.
Ik ben geen echte poets, maar tussen lezen, schrijven en puzzels door ben ik graag bezig. Beetje schoffelen, stoepie vegen, met de plumeau zwaaien, wasjes draaien en strijken, paar boodschappen doen. Niet te langzaam, vooral dat niet, het moet ’n beetje vlot gaan.
Dat kan nu niet, je hangt  wat in de rondte en maakt suffe bewegingen.
En daar heb ik het geduld niet voor.
Dan verbijt ik me en neem maar weer het boek dat dan niet meer boeit omdat ik er niet voor in de stemming ben terwijl het inwendige gemopper me alleen maar warmer maakt en….
Ik geloof dat ik het al vaker stelde: een zomerslaap zou me goed uitkomen.
=

rustdag

Luie dag. Of ik?

Tijd om te niksen.
Na drukke verf-, tuin- en wandelsessies alsmede een gang naar de boezempletterij (ik houd het netjes) is het rustdag.
Ja, ik weet dat rust roest. Dat neem ik voor lief.
Ik speel wat met een boek, zoek een paar woorden voor het cryptogram.
Schil een aardappel en trek het bed recht.
De lucht noodt niet tot buitenzitten, is hoogstens goed genoeg om vloerkleedjes te luchten.
Inspiratie zoekend voor een verhaaltje, een rijmpje desnoods, kijk ik rond.
De zon schijnt door het zijraam, legt misprijzend de nadruk op een stoffige plant of verbeeld ik me dat? Ik gooi de plant weg.
Het uitusten bevalt me niet, onwillekeurig komen afkeurende blikken boven, van leraren. Ik verjaag ze resoluut.
Mijn oog valt op een paar bloesjes zonder knopen, naald en draad liggen er naast. Ha, nu heb ik iets te doen tijdens het niksen.
Als ik opschiet is er nog tijd genoeg voor de bibliotheek en een gangetje naar de plantenkas. En voor het uitzoeken van een paar papieren en… en…
Blij dat de ijver terug is zet ik me aan het naaiwerk.