De waarheid was dat we het allang wisten…


..dat Sinterklaas niet bestond.
Sterker: ik kan me niet eens herinneren dàt ik ooit in hem geloofde. De keren dat we ’s morgens een mand met cadeautjes vonden lagen achter ons, we dachten er nooit meer aan.
De waarheid kon immers niet verborgen blijven.
Moe die het druk had met boodschappen op de gekste tijden. Haar afwezige blik de laatste dagen. De groten die ook al geheimzinnig deden met hun geknutsel.
De duidelijkste aanwijzing was dat we aldoor de kamer werden uitgestuurd: ‘ga maar buiten spelen.’ Dan begrepen we dat ze met de cadeautjes bezig waren.
Mijn twee jaar oudere broer en ik liepen dagenlang rond met geheimzinnige gezichten; deden alsof we nog geloofden want dat hield de spanning er in. Het werd min of meer van je verwacht omdat er nog een klein broertje rondliep.
We zongen zogenaamd angstig mee terwijl we gisten van wie die zwarte glacé was die door de deuropening met pepernoten gooide.  En genoten van  de grote zussen die flirtend ‘dank je wel Piet, lieverd’ riepen.  (Zij wisten welke buurjongen het was). Een  vertoning die erbij hoorde.
De laatste middag vóór pakjesavond was niet door te komen; dan stond in het portaaltje de grote teil of de wasketel klaar, boordevol met pakjes. Een tafelkleed erover om het geheim in stand te houden..
Moe was op de valreep met een paar laatste surprises bezig, tobbend over een zinnig vers.
We stierven bijna van nieuwsgierige zenuwen.
Wat zou er voor ons bij zijn?
En, niet onbelangrijk, zouden we TWEE chocoladeletters krijgen?

Het was elk jaar een van de mooiste en spannendste periodes.
Nooit heb ik me verdrietig of belazerd gevoeld dat Sinterklaas niet bestond.
Integendeel, ik keek met ongeduld uit naar de tijd dat ik zelf mee mocht doen met surprises, grappen en versjes.
Ik zal toch niet de enige geweest zijn?
==

Advertenties

‘Drie mooie paardebeesten stonden bij een hek…

…zomaar bij een hek.’

Dit plaatje kwam ik tegen bij  pixabay
Het trof me zoals ze daar nieuwsgierig staan te wezen.
Zijn ze benieuwd naar de foto?
We weten niet hoe ijdel ze zijn, paarden zeggen in de regel niet veel.
Misschien hopen ze op suikerklontjes, over cariës en plomberen hoor je ze ook nooit.
Willen ze aandacht, een goed gesprek wellicht?
Als ik niet zo bang voor ze was zou ik dat gesprek graag met ze aangaan.

Hoe alles vervliegt. Impressie.

Emoties gaan luwen
vriendschap vervlakt
gemis en begeerte verzachten in weemoedig sentiment.
Berustend in tegenspoed
wordt voorspoed nauwelijks omarmd…

Lang geleden leerden we een vrouw kennen die ver in de negentig was.
Ze had iets achteloos’ over zich, alsof het leven haar weinig interesseerde.
Het was geen dementie, geen levensmoeheid.
Later zag ik hetzelfde -in mindere mate- bij enkele andere hoogbejaarden.
Het intrigeerde me. Het leek me een natuurlijk verloop, terug naar een blanco gevoelswereld om dan, wanneer heftige emoties verwerkt zijn, in alle rust te overlijden.
Misschien is dat de gewone weg en slijt niet alleen het lichaam, ook de geest.
Ik weet het niet.
Maar nieuwsgierig ben ik wel.
Naar hoe we zelf zullen zijn mochten we die leeftijd halen.

Net mensen


Deze zonnebloem staat met zijn hoofd boven de schutting en richt zich op de buren. Nieuwsgierig volgt hij hun leven, waarom eigenlijk? Dat weet hij zelf niet.
Wil ìk zijn aandacht dan dien ik te wachten tot halverwege de middag, tot de zon gedraaid is en  hij zich naar onze achterdeur keert. Denkt zeker dat ik eindeloos zit te wachten tot hij me ziet.
De verbeelding van grote bloemen is gewoon bespottelijk.

 

 

 

 

 

De sedum is anders, bescheidener.
Steekt rustig zijn kop uit de grond en groeit op elke plek, zonnig of niet, nat of droog, met of zonder dorre blaadjes, hij staat bescheiden te wezen in al zijn fletse rozerood.
Dat hij, van bovenaf gezien, op rauwe gehakt lijkt is grappig maar het kan hem niets schelen. Zei hij. ‘Ik ben vegetariër.’