‘Het leven is een eeuwigdurend proces.’

 

 

 

 

Een gegeven om over door te pruttelen.
De betekenis begrijp ik, de eeuwigheid niet.
– Wie wil meeleven met dat proces?
Bedenk dat je dan met je familie en achterfamilie vergaat waarna aldoor nieuwe generaties opkomen die ook vergaan. Vervelend op de duur tenzij je iedere jeugd en lentebloem weer als nieuw ervaart. Daar staan dan ook alle narigheden tegenover.
Ik pas.
Voor suffers en zwartkijkers zou het niets uitmaken, ze gaan gewoon door met suffen en zwartkijken.
Ach ja, zoveel hoofden zoveel zinnen, er is vast wel iemand voor te porren.

Die eeuwigheid geeft ook een nare smaak aan het hemelverhaal. Voor altijd op een wolk te moeten zitten, zingend en een ijdele god aanbiddend en niemand die je vertelt hoelang dat nog duurt, gottegot. Liever nam ik een foto mee van echtgenoot, dan zong ik voor hèm.
Hoe je het ook bekijkt, eeuwigheid is overal naatje.

Je zou het eeuwige leven ook kunnen vergelijken met een Perpetuum_mobile
een voorwerp waar menig uitvinder zich op stukbeet maar het nooit voor elkaar kreeg er een uit te vinden. Onbegrijpelijk dat ze zich zoveel moeite getroostten, ze zouden het na hun dood niet eens kunnen controleren.
Intussen is er de atoomklok.
Of die eeuwig loopt weet ik niet maar in ieder geval heel erg lang.
Wie weet haalt hij ooit het leven in maar dat duurt nog wel even, een eeuwigheid minstens.
==

Pasen

Kom, dacht ik, laat ik iets stichtelijks schrijven ter ere van het paasfeest.
Niet over de lijdensweg van J.Chr. Het gesar, de doornenkroon en de kruisiging waren weliswaar van triviale orde (las ik ergens) maar wij werden er op school jaarlijks mee volgepropt en ik heb in onze houding nooit iets bespeurd van stichtelijke invloeden.
Over de verrijzenis dan? Tja. Mooi, veelzeggend, verheugend. Ook dit hoorden we elk jaar uitentreuren.
Lente, dat is een mooi paselijk onderwerp en iedereen begrijpt de symboliek, ook nietchristenen kenden een nieuw-beginviering met fikkies stoken ten behoeve van licht en liefde. Vandaar de eieren, ze moeten tenslotte iéts broeds  voorstellen alleen snap ik die kleuren niet. Een verwijzing naar alle mensenrassen? Ik roep maar wat want wat heeft een ei met een baby te maken, toen mijn moeder ons broertje kreeg lag hij kant en klaar in de wieg, herinner ik me.
Het is nog steeds niet stichtelijk. Ik geef het op.
Er is nog een haas in het spel, haha, daar trapten we niet in. We wisten niets van een groengroen knollenland laat staan dat we de link met lente begrepen en al helemaal niet die met Jezus’ opstand uit de dood.
Als katholieken verzwegen we het beest.
Zagen we hem later in alle winkels verschijnen. Herrezen. De naäper.
=
Mooie en warme paasdagen, dat wens ik iedereen toe..

Eerste grote-meiden-kermis

Veertien jaar,  met stiekeme make-up en nieuwe nylons, (jongere lezers moeten zelf maar opzoeken wat ik bedoel) trokken we naar de kermis. De eerste die ik meemaakte in de nieuwe woonplaats, tevens de eerste zonder toezicht.
Alleen met een vriendin. De verwachting scoorde hoog, ik zou meegaan in een hollyholly. Deze attractie was nieuw voor mij; ze verzekerde me dat het onwijs goed was, veel jongelui hadden dan ook een kaart voor de hele avond.
Het bleek een lunapark met veel bewegende trappen, roltonnen en trillende bruggen.
Ze sprong geroutineerd op de loopband naar boven. Ik volgde, minder zelfverzekerd en bangelijk vergat ik de railing los te laten. Daar ging ik, bijna ondersteboven, in mijn blote nieuwe nylons.
Een helper trok me omhoog waarbij hij maar een heel klein beetje naar de jarretels keek.
Wat een begin, ik stierf bijna van schaamte en durfde hem niet meer onder ogen te komen.
Dan maar de  botsautootjes in.
Er moet een kwaadaardig complot zijn geweest die avond: mijn autootje deed het niet; stuurloos werd ik grijnzend (rotjongens) naar alle richtingen gebotst en toen hij eindelijk reed ging  hij achteruit.
Paniekerig rukte ik aan het stuur tot – alweer- een helper achterop sprong en me naar de kant loodste. Ik huilde bijna, stapte uit en verschool me in de drukte.
Ladder in een kous, diadeem verloren (wist niet waar), vriendin flirtte (zij wel), leven had geen zin meer.
Moedeloos ging ik naar huis, een derde uitdaging dorst ik niet aan.
Vroegen ze ook nog ‘Was het leuk op de kermis?’
‘Hartstikke!’