Een soort migraine..

…waarvan ik nog nooit had gehoord.
Toen ik het voor het eerst meemaakte (ongeveer 25 jr geleden) wist ik niet wat me overkwam.
Het was een vrij heftige aanval, zonder hoofdpijn maar het zicht was ellendig. Alsof je een tekst in stukken knipt en de delen verschuift. Vlekkerig en met flitsen.
In plaats van hoofdpijn was er een unheimisch gevoel, zweverig en naar. Beetje beangstigend. Misschien een tia?
Ik ga dood, was mijn gedachte, ik ga alvast op de bank liggen.
Dat hielp. Het zakte na een paar uur en ik ging verder met de dag.

Ik dubte. Echtgenoot inlichten? Die zou me subiet naar de eerste hulp brengen en onderzoeken eisen. Gedoe.
Dus zei ik niets.
Na een paar aanvallen ging het over, mijn angst verdween en ik vergat het.
Later bleek ik glaucoom te hebben, de herinering kwam terug en ik vroeg de oogarts of het daarmee te maken had.
Ze kende het verschijnsel en noemde het oogmigraine, het had niets met glaucoom of staar te maken.
Iets voor een neuroloog?
Dat wist ze niet. Of wilde het niet zeggen.
Toen ik het thuis alsnog vermeldde maakte ik er een kleinigheidje van, het was toch al voorbij.
Hoe dan ook, ik was het opnieuw vergeten tot ik vanmiddag een mini-aanvalletje kreeg. Niets ernstigs, na een halfuurtje achterover hangen was het weg.
Een mens loopt soms rare dingen op.

Advertenties

’t Is een vreemdeling zeker.

Een man neemt plaats in de dokterswachtkamer.  Hij ziet er opgeblazen uit, pafferig en pompeus tegelijk.
Rondkijkend merkt hij dat elkaars kwalen besproken worden.
Veel klachten lijken simpel. Verstopte neus, gipsen been, een kind met buikpijn, ze stellen niet veel voor maar het maakt hem niets uit. Hij heeft geduld en luistert naar alle verhalen. De tersluikse blikken zijn duidelijk, hij zal dra gevraagd worden. Een onbekende met een breed gzicht moet wel iets aparts zijn, verwacht hij.
De vrouw naast hem neemt het woord. ‘En wat heeft U, meneer?’
‘Een dik hoofd, mevrouw.’
De overige patiënten knikken bevestigend maar zeggen niets, ze wachten op de reactie van de woordvoerster.
‘Aha,’ zegt deze. Ze strijkt onwillekeurig over haar haar. ‘Hoe komt dat?’
‘Er zit een kolder in.’
‘Oh, echt waar?’ Weifelend schuift ze haar stoel een stukje op. Je weet maar nooit.
‘Nou en of.’
‘Goh, dat is ook wat.’ Ze schuift nog verder weg. ‘Wat moet de dokter daar aan doen?’
‘Een briefje voor de psychiater, U weet wel, graafwerk in de geest.’  Zijn ogen staan verwaand.
De vrouw slikt. ‘Dat zal een hoop gespit worden,’ zegt ze met een blik op zijn grote wangen.
De man toont zich gevleid. ‘Ja mevrouw, daar reken ik ook op.’
In daaropvolgende stilte kijkt men elkaar gegeneerd aan.
De dokter verschijnt: ‘Volgende patiënt.’ Allen wijzen opgelucht naar de bolle.
Ze wachten zwijgend tot de man zich weer laat zien.
Triomfantelijk houdt hij een verwijsbrief omhoog. ‘Afspraak met de neuroloog,’ legt hij uit, ‘waarschijnlijk heb ik een van de grootste kolders die hij ooit heeft gezien.’
Verbouwereerd staren de wachtenden hem na.

Over boeken

Er zijn boeken die je nooit vergeet.
Er zijn er ook die je herleest alsof het een nieuw exemplaar is, je hebt de complete inhoud vergeten. Te vlug gelezen of de helft overgeslagen.
Daar tussenin staan de ‘o ja’s‘, zodra je ze open slaat herinner je je het weer, of  je herkent gaandeweg het verhaal.
De laatste categorie komt  het meeste voor. Waar het aan ligt weet ik niet. Het zijn niet allemaal slechte boeken, integendeel, er zijn heel goede bij.
Zouden het de onderwerpen zijn waar je op uitgekeken raakt? Ik weet nog dat ik na ettelijke Arendsogen mijn broer verzocht op een ander genre over te stappen, ik werd die brave Bob Stanhope met zijn edele Indiaan spuugzat.
Zo verging het me ook met de Tweede Wereldoorlog, Holocaust, Emancipatie, James Bond, Midden-Oosten, Gezondheid en aanverwanten, Huwelijksgeluk en heel veel andere items die weliswaar erg belangrijk zijn maar waar je niet teveel van moet lezen. Wanneer je jezelf overvoert gaat het eten je tegenstaan.
Een andere mogelijkheid is een gebrekkig geheugen. Wie weet mankeert er het een en ander aan of ben ik kort van boekenmemorie.  Misschien bestaat er een te klein onthoudreservoir, zoiets weet je zelf niet en naar een neuroloog ga je niet want god weet wat die ontdekt wat je juist niet wil weten.
Het is geen punt waar ik wakker van lig. Ik vraag het me alleen maar af.