… nee. Als je groot bent.

Als kind had je het gevoel te blijven steken rond het tiende jaar. Het schoot maar niet op en alle leuke dingen gingen je neus voorbij.
Uiteindelijk  was je zestiende verjaardag en mocht je meedoen.
Een deceptie, voor mij althans.
Ik schaamde me dood.  Pa en moe bekeken me trots en voor die glimmende gezichten mocht ik officieel een glas wijn of bier drinken, sigaret opsteken (andere tijden) en meepraten. Ik voelde me te kijk staan en was blij geen klasgenootjes te hebben uitgenodigd.
Ook werd ik geacht hiervan heel erg te genieten, godbetert.
Ik deed opzichtig mijn best me onhandig te gedragen. Dat was nodig om te verbergen dat ik al lang stiekem biertjes dronk en rookte.
Een zus en broer wisten dat. Natuurlijk. Ze grijnsden om elke beweging mijnerzijds en lagen krom toen ik als eerste mijn glas leeg had.
Enfin. Ik was groot.

Pa en moe hadden geen tijd dus geen notie van de gewoontes die hier in de dorpen rondom ons  normaal waren.
Meisjes uit mijn klas gingen op hun veertiende of vijftiende jaar naar de kermisdanszalen. Ze  rookten een sigaret, een enkeling had een vrijer. Werd geheel geaccepteerd zolang ze zich maar netjes gedroegen.
En dan je zestiende verjaardag feestelijk te moeten vieren met je zogenaamde eerste rook en glas.
Het ìs dat ik mijn ouders niet wilde teleurstellen maar anders…
==

Over taal.


Moe was tamelijk fel op net taalgebruik.
Dit was niets bijzonders, dat waren de meeste mensen.
Het gros van de klasgenoten werd op gelijke manier opgevoed, vloeken of schunnige taal hoorden we zelden.
Toen kwamen we in Oost-Brabant te wonen.
De taal was anders. Makkelijker. Niet minder fatsoenlijk, wel vriendelijker.
Het kostte Moe moeite er aan te wennen maar ze deed haar best.
‘Nondeju’ accepteerde ze zonder commentaar, zij het met tegenzin.
Ik genoot ervan.
Niet omdat ik graag vloekte, het was het gemak waarmee de mensen omgingen met hun taal zonder zich niet-netjes te voelen, het kwam niet eens bij ze op.
Zoiets als vrijer zijn vergeleken bij de Hollandse beknotting.
Het zal een van de verschillen zijn geweest tussen Holland en Brabant.
Taal verwoordde die verschillen.
Of ze nog steeds bestaan weet ik niet zeker, ik vermoed van wel.
==

Nette mensen

Teruggrijpend op het vorige logje denk ik aan de strengheid van de jaren vijftig.
We waren een arbeidersgezin, niets deftigs aan.
Katholiek, met protestantse en christelijke buren en meer soorten kerkelijken.
Allemaal dezelfde mensen, een viswinkel, bloemist en postkantoor, bushalte. Gewoner kon niet.
Toch was er een zekere stand. Een triestig soort waar we nu de schouders over ophalen maar toen heette het: als het er maar netjes uitziet..
Achter veel voordeuren speelden zich onverkwikkelijke zaken af maar naar de buitenwereld wilde iedereen zich keurig voordoen.
We vloekten niet, scholden niet in het openbaar, voortuintje was altijd geharkt, we droegen handschoenen naar de kerk en meer van dat.
Wat fatsoen betreft waren het barre tijden, we verslikten ons er zowat in. Deze opvattingen bestaan nog steeds
Geen wonder dat als  tegenspel de hippietijd omarmd werd.
Zonder dat we het over neukwater hadden.
.

Nette doden

Na een telefoontje over nicht’s  overlijden kwam een onaangename herinnering boven.
Wandelend op een kerkhof zochten we naar het graf van een neef die een maand tevoren gestorven was. Neef leidde een losbollerig leven en stierf jong, meer kwaad viel er niet te vertellen maar het was genoeg, bleek even later.
Er kwam ons een bekend mannetje tegemoet dat om een praatje verlegen zat.
Hij vertelde van zijn vrouw wier steen zo schoon was en dat ze er zo netjes bij lag en hoe goed ze was geweest en meer van dat.
We vroegen of hij wist waar onze neef lag.
Hij viel stil.
‘Bedoel je die van R?’ vroeg hij toen. ‘Ja.’
‘Die zal toch niet op dit veld liggen?’ Verontwaardigd. ‘Zulke horen hier niet.’
Huh? Ik stond paf, werd ook erg kwaad.
Op een kerkhof maak je geen scène dus keerde ik me van hem af. Echtgenoot vroeg nog ‘Waar dan wel?’
Het ventje antwoordde vinnig ‘Plaats genoeg maar niet hier.’
Niet bij de nette doden.
Om te kotsen.

Bovenstaande is nog maar een kleine tien jaar geleden.
Er zijn waarschijnlijk nog steeds mensen die dergelijke opvattingen huldigen.
Stompzinnig volk voor wie ik geen verontschuldiging kan aanvoeren al zijn ze nog zo netjes, kerks of wat dan ook.