Limerick in drievoud

Er was eens een rotje in’t oosten
dat zou zo graag knallen, niet proosten
maar ach, wat verdriet
men wilde hem niet
en vond hem de nietsnuttelooste.

Huilend vertrok hij naar’t westen
ook daar zat hij snel in de nesten
men vond hem te vurig
en vormde balsturig
een lading aan massaprotesten.

Hij keek naar de groepen neuroten
zijn hart was al potdicht gesloten
hij zamelde restvuur
ontstak in een driftkuur
en heeft zich ter helle geschoten.
=

Merel vs kat

Er klonk geritsel op het dak. Ik keek op en zag een merel over de koepel hupsen, hij had twijgjes in zijn snavel.

Een kwartier later weer een of dezelfde. En later nog een. Ik ging naar buiten, nieuwsgierig naar waar de vogel het nest bouwde. Bezorgd ook.
Een ander geluid werd hoorbaar, heel zacht. Van een kat die niet kon voorkomen dat het afdak waarop hij in sluipgang bewoog, licht kraakte. Hij zag me en stopte even, liep dan door met zwiepende staart.
Waarschuwingsgeroep van de vogel waarop ik wachtte bleef uit. De kat zette zich in de loerhouding en wachtte ook.
Er kwam niets.
Toen heb ik de kat zelf weggejaagd want hoeveel ik ook van katten houd, een merelwoning in aanbouw, daar moet hij van afblijven.
Ik dacht niet ver genoeg vooruit.  Niet aan de  jonkies die straks uitvliegen onder pootbereik van dezelfde kat. Dat dat erger is dan een vernield huis vóór er eieren in liggen.
Zucht.
Wanneer doen we het goed?