Misselijk mens


Dat was ik gister al en vanmorgen nog.
Mijn reactie op kwaaltjes is meestal: net doen of er niets aan de hand is dan vergeet je het vanzelf.
Of afleiding zoeken.
Dus vandaag een raam gelapt, een stukje tuin bijgewerkt, boodschap gedaan, kletspraatje gehouden, vloertje gedweild, van die dingen.
En toen ik tegen de avond buiten uitrustte viel ik in slaap. Na een uurtje werd ik wakker met een boek in de handen en een kop nes naast me.
Verdwaasd keek ik rond, er stond een bezem en een emmer, een berg dooie planten ernaast. De slaap was zeker diep geweest.
Opstaan viel tegen.
Ik had de voeten op tafel gelegd en dan zakken je benen zo raar door, alsof je ingewikkelde gymnastiek doet. Ze zaten in de knoop, ik kreeg ze uiteindelijk aan de praat en was daarmee definitief wakker.
En zag dat het, huishoudelijk gezien, een productieve dag was geweest.
Sjonge, dacht ik, waar kwam die ijver vandaan?
Een niet-gelezen boek maar wèl gepoetst?  Dat is niet des Bertjens.
Toen herinnerde ik me dat ik me niet lekker had gevoeld.
Misschien moet ik vaker misselijk worden.
==

Advertenties

Teveel verkeerslichten, dit krijg je ervan

Ongeduldig wacht ze voor het stoplicht.
Jeez, dat duurt lang.
Geïriteerd kijkt ze rond.
Haar oog valt op een porsche, hoei, wat een stuk achter het stuur.
Op voorhand verliefd loert ze naar binnen. Hij kijkt slechts.
Yes! Dit is de man en auto die ze zoekt.
Het licht springt op groen.
Ze drukt het gas in, gelijktijdig spuiten ze weg naar het volgende stoplicht.
Rood, stoppen.
Ze kijkt hem aan, probeert een knipoog. Hij reageert niet.
Wat! Negeren? Haar? Ze kijkt nog een keer, opnieuw ziet hij haar niet.
Hé, weer groen, vlug volgt ze, de blik gericht op de Porsche. Het lijkt een wedstrijd.
Het tafereel herhaalt zich, de man kijkt haar nu bevreemd aan..
Ze let alleen nog op de porsche die razendsnel optrekt. Met moeite houdt ze hem bij en ziet, o god, een afwerend gezicht dat ongeduldig, zelfs verveeld kijkt.
Een geërgerd oog richt zich op haar.
-Neeeee, laat hem stoppen, ik wil hem, hij móet.

Ze komen weer in beweging. Ze wijst  naar rechts, rijdt naar de stoeprand en houdt stil.
Even later parkeert hij achter haar. Haar hart bonst, nu moet hij met haar praten, ha!
Voor ze de wagen uit is staat hij bij haar portier.
‘Ik ga je aangeven, trut. Stalken is verboden.’