Plaatje

Geen foto, wel dit bloemenmeisje dat ik bijna vergeten was maar terugvond in een verloren hoekje waar ze zat te sippen, bang dat haar uiterlijk verwelkte. Ze begreep niet dat de natuur in documenten altijd fris blijft, frisser dan we zelf zijn.
Misschien herinnert iemand zich haar nog, van facebook of een vorige weblog.
Ze is gemaakt van dingetjes en bloemblaadjes uit de tuin, fleurig genoeg om als gravatar te gebruiken en nu ik dit zie: wat stonden er leuke planten in dat tuintje, nooit bij stilgestaan.☺

Dit is het laatste logje voorlopig, morgenavond vertrekken we.
Ik weet nog niet wanneer ik me weer meld.
Groeten iedereen en tot later.

ps voor wie boze plannen heeft, ik laat een oppas achter.☻

Korte picknick

Dit plaatje (een echte is me te eng) bracht me terug naar een zomervakantie in het Gooi waar ik bij een zus logeerde.  Op een dag stelde ze een picknick voor, op de hei.
We vulden een mand en namen een plaid.
Eenmaal op de hei spreidden we de spullen uit en daar zaten we, klessebessend en etend, genietend van de zon. Althans, ik.
Zij bleef maar rondkijken en op de plaid kloppen en na een uurtje gaf ze het op. We blijven niet lang, zei ze, zullen we koffie drinken in het dorp?
Huh?  Met voldoende drinken bij ons?
Toen gaf ze toe: er leven hier adders.
Ik vloog minstens een meter op, panisch. Dat lieg je toch?
Nee, zei ze, echt. Het leek me een leuk uitje voor jou maar eerlijk gezegd griezel ik me dood.
Anders ik wel.  Het idee.
Gehaast propten we de boel in de mand en met hoog optrekkende knieën beenden we weg, zorgvuldig om ons heen speurend.
Later, bij haar thuis, was ik nog steeds niet gerustgesteld. Ze woonde buiten de kom, er was een flinke tuin met veel groen. Wie zegt dat daar ook niet van alles rond sloop?  Zo ver was het niet vanaf de hei.
Zwager lachte me uit en begon de bekende uitleg. Ze gaan de mensen uit de weg, hoeft niet bang te zijn enzovoorts, tenslotte beweerde hij dat hij elke avond controleerde. Nou, dat hielp…
De logeerpartij eindigde zonder incidenten.
Fobisch ben ik niet maar in een buitengebied zal ik nooit op de grond of een boomstronk of iets dergelijks gaan zitten, ook niet in de bossen rondom ons dorp.

Van niet-inenten tot verval. Een spinsel.

Entropie=
‘de eindtoestand die bereikt wordt in de ontaarding van de materie en
energie in het universum.’

De meest begrijpelijke omschrijving die ik kon vinden maar voor wie het moeilijker mag: lees  entropie    Aanvullende vragen  in de-tweede-hoofdwet
Wat vanzelf vergaat kan nooit meer vanzelf teruggaan naar de originele staat. Gooi je hebben en houden in een  onbewoond gebied en kijk er tien jaar niet naar om.  Het is voor een groot deel verroest, gezandstraald, kapot, verminkt, vergaan en de natuur kan het niet meer repareren.

Hoe kom ik hier op? Door de gedachtegang van een dementerende architect in een roman. Het begrip entropie overviel hem, te bouwen voor de ondergang vond hij beangstigend. Hij begreep het niet meer.
Bij een praatje over inenten herinnerde ik het me door de volgende vraag en antwoord:
‘laat de natuur zijn gang gaan’ 
‘nee, laat de dokter zijn werk doen’.
Nou begrijp ik wel dat de tegenstandster niet bedoelt dat de wereld een zootje moet worden, maar al piekerend zag ik het voor me.
Een vergelijking met entropie,  een wereld waar ziektes ongehinderd de kop opsteken en de mens afbreken.
Die raakt verzwakt en kan niet meer geheeld worden, vegeteert langzaam tot de dood.
Vergezocht, ik weet het.  Toch dacht ik het.
Het zal de warmte zijn.
Zodra je langer dan een half uur in beweging bent voel je je al gebroken.

Illegale stort

zoals   hier

Het is onuitroeibaar.

We fietsten en wandelden voorheen talloze malen door de bossen, langs de Maas, over de hei en keer op keer kwamen we iets dergelijks tegen.  Niet alleen bouwafval en zolderopruimingen, ook meubilair,  verroest tuingereedschap en volle vuilniszakken. De laatste waren van het oude soort, die zijn veel goedkoper dan de blauwe. En slechter want ze waren meestal kapot. Er huist nogal wat  gedierte in de natuur en die roken waarschijnlijk iets eetbaars.
Ook zagen we een paar keer zakken met pampers, niet eens verborgen, gewoon tussen de bomen gedumpt. Propvol en maar half dichtgemaakt.

Dat de troep in de mooiste gebieden gesmeten wordt is logisch: door bomen en struiken zijn de vuilakken onzichtbaar vanaf de weg.

Op één plek lagen wekelijks vier of vijf gescheurde zakken met huisvuil, maanden lang. Uiteraard ruimde de gemeente – of wie dan ook- het telkens op, de dader zal gedacht hebben dat het een ophaaldienst was en bracht nieuwe zooi. Onbegrijpelijk, in het vullis  lagen geopende brieven en enveloppes verspreid, namen en adressen  waren dus bij de hand. Toch zeker geen gezeur over privacy en briefgeheim??

Waarom doet iemand dat. Geloven ze echt dat het groen vanzelf alles verteert? Voor het geld?
Dicht bij huis? Niet naar de legale stort willen?
Dat laatste is nog te begrijpen. Lange wachtrijen, afval moet specifiek verdeeld, personeel doet zijn best maar weet het niet altijd precies.
Maar dan nog.
De natuur opzadelen met rotzooi is crimineel.

Over cliché’s

Je gebruikt ze, ze zijn handig als je geen woorden weet. Je accepteert ze ook van anderen. Ik snap het wel, denk je dan, bij goedbedoelde opmerkingen betr. ziekte en dood.
Maar soms word ik zo narrig bij het zoveelste loze zinnetje dat ik moeite moet doen om niet te reageren.
Een greep.

‘Politici zijn allemaal zakkenvullers.’
‘Er lopen meer gekken rond dan er in een tehuis zitten.’
‘Kunstschilder? Dan is mijn kleine broertje het ook.’
‘Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus.’ Treurig: het boekje werd nog gekocht ook.
‘Dit gevecht kon hij niet winnen’, een intrieste conclusie die me altijd pijn doet bij het lezen ervan.
‘Laat de natuur zijn gang gaan.’
Enzovoorts.
Ik houd  het netjes; ongefundeerde politieke meningen laat ik achterwege.
Waarom het nu bij me opkomt?
Door een ronkend gezegde dat graag gebezigd wordt door napraters die indruk willen maken:
‘Als je de mensen leert kennen ga je van dieren houden.’
Tistogwat, een interessantdoener moest weer zo nodig.