Kijken, kijken, niet kopen

Er moet een betere printer komen en een omslag voor het tabletje.
Daar ga ik eens goed voor zitten. Fijn werkje, me verlekkeren aan de artikelen, precies uitzoeken wat ik wil hebben, prijzen en service vergelijken, nog even nadenken en dan niet meteen bestellen.
Daar kan ik weken over doen.
Soms kom ik in een gewone winkel terecht, dan kijk ik daar of ik kan slagen, langzaam denkend.
Op deze manier heb je veel voorpret van een nieuw artikel.
Het schiet niet op maar dat geeft niet.
Het is net zoiets al op  datingsite van een paar maanden terug.
Een ruim aanbod maar ik kon niet kiezen. Mannen zijn soms wel inwisselbaar, echter niet in prijzen en service.  En de voorpret stelt ook niets voor.
Enfin. Geen man overboord.
Ik heb nu een printertje uitgezocht, misschien bestel ik hem morgen. Of volgende week.
Over de iPad-hoes moet ik nog een poos denken.
Hopelijk beslis ik vóór de winter, het ding is versleten op de hoeken en de koude lucht is zielig.
Stel dat hij bevriest.
Als het nu chocola was…
=

Overdenken. Over denken.

Heb jij niets te doen?
Jawel, dat zie je toch.
Wat dan?
Ik denk na.

Het was een typische ouderwetse moedervraag. Die ik -onnadenkend- zelf ook wel eens stelde.
Meestal werd het antwoord niet serieus genomen, niet erkend en vaak ook niet herkend.
Het werd niet overal aangemoedigd.
‘Denken laat je maar aan mij over.‘ Of aan een paard , de kat, vul maar in.
Op school kreeg je te horen dat je zat te dromen, terwijl je in werkelijkheid in diepe gedachten verzonken was.
Op je werk mocht je alleen denken als het goed was voor de baas, efficiency en zo, of hoe de lopende band sneller kon.
Voorstanders bestonden natuurlijk ook, er waren ouders, onderwijzers, chefs, professoren, handige verkopers en anderen die het denken wel degelijk bevorderden. Tenminste, dat hoopte ik.
Nu denk ik dat er niets veranderd is. Dat nadenken nog steeds een dubieuze aangelegenheid is.
Het word niet altijd begrepen.
Een nadeel van denken is dat het zo onzichtbaar is.  We hoeven er niet bij te gaan zitten als Rodin’s beeld maar een kleurtje of een ander duidelijk kenmerk lijkt me handig.
Diepbeige, interessant roze, licht purper. Daarmee geef je tevens het sóórt denken te kennen. Aan de kermis bijvoorbeeld, blauw met sterretjes.
Een diepe denkrimpel in de vorm van een vraagteken lijkt me ook wel wat. Doet intelligent aan, net of je echt denkt.
Je ziet meteen: hier werkt een brein.
Een ernstige gezicht is niet genoeg. De meeste politici kunnen dat opzetten maar het is geen garantie voor een denkvermogen.
==

Sweet memories

Gisteren was doomsday, zo noem ik de sterfdag van echtgenoot.  Een dag van ’n beetje nadenken, terugkijken, eenzijdige gesprekken voeren.
Halverwegde de dag braken de chocoladepaaseieren me op. Ook de hoofdpijn keerde terug, misschien krijg je dat van een overdaad aan chocola.
Met buikpijn stond ik voor P’s foto.
‘Ik mis je nog steeds,’ vertelde ik hem, ‘je zou me hebben geholpen door de helft van de paaseitjes op te eten. Weet je nog dat we afspraken: we kopen ze niet meer, we snoepen ons een hartvervetting en dat we het zogenaamd vergaten? Dat was lachen.
Samen ziek worden voelde minder erg.
Zal ik You sexy thing draaien van Hot Chcolate? Moet je dat ‘sexy’ wegdenken.  Daar ben ik te misselijk voor.’
Hij keek me alleen maar aan. Ik zou zweren dat hij lachte.

Het onnozele brein

Trump vs Poetin.
Nog geen kabinet.
Pinata’s.

Hoofddoeken bij politieuniformen.
Kouwe grond-psychologie.
Dromen.
Drones.
Enzovoorts enzovoorts enz.
Zoveel onderwerpen waar je ’n beetje over nadenkt maar te weinig van weet om een standpunt in te nemen.
Ik lig er niet wakker van, het komt alleen bij je op, af en toe.
Je zou je hoofd moeten kunnen opschonen, ontslakken om in hedendaagse stijl te blijven.
Alle ballast eruit en…
..en dan?
Daar denken we nog over na.