Toen was ik er

Toen ik geboren was verscheen er geen krant.
Alle overheidskantoren waren dicht.
Winkels sloten hun deuren.
Het was een zeer stille dag.
Ik denk niet dat het met mij persoonlijk te maken had.
Het was toevallig zondag en ook nog ’n beetje nacht.

Advertenties

‘Het was een nacht….

.. die je normaal niet echt verwacht in bed…’

Aan ijsbanen denken en wegsoezen op schaatsen (ben ik allang verleerd maar erover dromen is ook voorpret),  wakker schrikken door een wak in het ijs waardoor ik bijna stikkend weer boven water kwam en het omgevallen glas uit mijn rug plukte (tonic, helaas), opnieuw wegdromen en in bergen halfbevroren insecten en Friese muizen terechtkomen die zwakjes protesteren tegen de WOC’s, en het ging maar door.
Ik geef het je te doen.
Terwijl ik me juist zo verheugde op de winter.
Sterker,  ik bad er om. Ongelovig stuurde ik verzoeken naar om het even welke god: let-it-snow  en  mijn-noren-willen-scoren.
Enfin. Nooit meer doen.
Doodloof werd ik wakker en bij het opstaan zag ik dat de vorst niets voorstelde.
Ik verschoonde het bed en verbande de winter resoluut.
Dan liever de lente.