Nacht

De nacht valt bijna
nog een paar minuten
dan ligt hij om me heen.
Kan ik  er onderuit?
Waarom zou ik.
Ik neem een enkeltje naar bed
er is niets fijner
dan juist daar de nacht te ondergaan.
Hé, daar komt hij aan,
hallooo!

Nou,
welterusten dan maar.
=

Advertenties

Bedverhaal

De nacht arriveerde.
Ik voelde hem aankomen, geluidloos maar merkbaar trad hij binnen. Horen deed ik hem niet want stilte is zijn bekendste eigenschap die hij, tegelijk met zijn troostend vermogen, over de mensen uitspreidt en waarmee hij ze in slaap sust.
Ditmaal weerstond mijn gepieker hem.
Zeggenschap had ik er niet over; wakkerliggend en waakdromend wachtte ik op de nieuwe dag.
Toen vertrok hij.
‘Dag, nacht’, zei ik, vooruit kijkend naar de volgende avond.
Misschien zou hij dan winnen en ik slapen.

Nog even over vallende sterren

Het komt nogal eens voor.
Ook aankomende nacht.
Zelf vind ik er niets aan, één keer stond ik klaar met de camera en kreeg veel strepen op de foto’s. Dat zouden dan de sterren zijn. Het zal wel, dacht ik.
Voortaan laat ik ze rustig vallen. Buiten staan terwijl je binnen een warm bed hebt, al of niet met een -genoot, god weet hoeveel mooie dromen je mist.
Enfin, voor wie er meer van wil weten hier de link.
/komende-nacht-regent-het-zeldzaam-veel-vallende-sterren
En dan nog dit: Weerplaza legt uit dat ‘De Leoniden ‘vallen’ uit het sterrenbeeld Leeuw’ maar daar weet ik niets van,  als leeuwin ben ik me van geen kwaad bewust.
Dat u het maar weet.

Koffietijd theetijd slaaptijd

regen120180829_182444
Tijd voor thee.
In de serre zittend probeer ik er een boek bij te lezen. Het is lekker buiten. Blauwe lucht, een lieflijk wolkje, warme zon. Loom word ik, lomer, tot ik slaap.
Dan word ik wakker door een regelmatig geroffel. Een welkom geluid, iedereen weet hoe goed regen klinkt wanneer je zelf droog blijft.
Tijd voor koffie.
Ik ga verder met het boek.
Knus. Druppels op de ruiten, sussend geplens op het dak. Tevredenstemmend. Je zou zomaar weer gaan slapen.
En ja, een hazenslaapje overvalt me.
Na het avondeten een nieuwe leespoging.
Stil zijn de staatgeluiden, een buurkat kroelt naast me, het schemert licht.
Ik slaap in

En dan moet de nacht nog beginnen.


‘Het was een nacht….

.. die je normaal niet echt verwacht in bed…’

Aan ijsbanen denken en wegsoezen op schaatsen (ben ik allang verleerd maar erover dromen is ook voorpret),  wakker schrikken door een wak in het ijs waardoor ik bijna stikkend weer boven water kwam en het omgevallen glas uit mijn rug plukte (tonic, helaas), opnieuw wegdromen en in bergen halfbevroren insecten en Friese muizen terechtkomen die zwakjes protesteren tegen de WOC’s, en het ging maar door.
Ik geef het je te doen.
Terwijl ik me juist zo verheugde op de winter.
Sterker,  ik bad er om. Ongelovig stuurde ik verzoeken naar om het even welke god: let-it-snow  en  mijn-noren-willen-scoren.
Enfin. Nooit meer doen.
Doodloof werd ik wakker en bij het opstaan zag ik dat de vorst niets voorstelde.
Ik verschoonde het bed en verbande de winter resoluut.
Dan liever de lente.