Koffietijd theetijd slaaptijd

regen120180829_182444
Tijd voor thee.
In de serre zittend probeer ik er een boek bij te lezen. Het is lekker buiten. Blauwe lucht, een lieflijk wolkje, warme zon. Loom word ik, lomer, tot ik slaap.
Dan word ik wakker door een regelmatig geroffel. Een welkom geluid, iedereen weet hoe goed regen klinkt wanneer je zelf droog blijft.
Tijd voor koffie.
Ik ga verder met het boek.
Knus. Druppels op de ruiten, sussend geplens op het dak. Tevredenstemmend. Je zou zomaar weer gaan slapen.
En ja, een hazenslaapje overvalt me.
Na het avondeten een nieuwe leespoging.
Stil zijn de staatgeluiden, een buurkat kroelt naast me, het schemert licht.
Ik slaap in

En dan moet de nacht nog beginnen.


Advertenties

Toen was ik er

Toen ik geboren was verscheen er geen krant.
Alle overheidskantoren waren dicht.
Winkels sloten hun deuren.
Het was een zeer stille dag.
Ik denk niet dat het met mij persoonlijk te maken had.
Het was toevallig zondag en ook nog ’n beetje nacht.

‘Het was een nacht….

.. die je normaal niet echt verwacht in bed…’

Aan ijsbanen denken en wegsoezen op schaatsen (ben ik allang verleerd maar erover dromen is ook voorpret),  wakker schrikken door een wak in het ijs waardoor ik bijna stikkend weer boven water kwam en het omgevallen glas uit mijn rug plukte (tonic, helaas), opnieuw wegdromen en in bergen halfbevroren insecten en Friese muizen terechtkomen die zwakjes protesteren tegen de WOC’s, en het ging maar door.
Ik geef het je te doen.
Terwijl ik me juist zo verheugde op de winter.
Sterker,  ik bad er om. Ongelovig stuurde ik verzoeken naar om het even welke god: let-it-snow  en  mijn-noren-willen-scoren.
Enfin. Nooit meer doen.
Doodloof werd ik wakker en bij het opstaan zag ik dat de vorst niets voorstelde.
Ik verschoonde het bed en verbande de winter resoluut.
Dan liever de lente.