verhaaltje

Nachtleven. Versie 2

‘Bijna tien uur, zullen we?’
Ze knikt.  ‘Wacht, de koffie nog.’ Ze heeft het nodig, koffie sterkt en houdt wakker.
Hij legt de spullen klaar, portefeuille met bankpas .
Na de laatste slok kleden ze zich om, elkaar helpend met luchtige jurk en colbert.  Ze pakken elkaars hand.
In gelijke pas stappen ze de gang in. ‘Zo fijn dat we dit nog kunnen,’ fluistert hij.
Ze antwoordt met een kneepje.
In de juiste straat mengen ze zich tussen de kijkers.
Ze kijken rond, hopend op genante sensatie.
En ja.
‘Zie je dat?? Die onderbroek…hihihi.’  ‘Ja zeg, te gek gewoon.’  ‘Ze zal het wel koud hebben in zo’n gatending.’ ‘Och, achter glas…’
‘Die kerels moeten hoge nood hebben…’ ‘Misschien, alleen kijken is ook spannend. Jeetje, wat een hoop jong volk loopt er tussen.’
‘En wij,’ giechelt ze , ‘jammer toch dat we vroeger niets van seks mochten weten.’
Hij fronst. ‘Laten we dit ook maar geheimhouden, voor je het weet zijn we vieze oudjes.’
‘Nou en?’ vraagt ze ondeugend. ‘Dat bord betekent zeker paaldans.’
Na verloop van tijd  rekt hij zich uit, hij kraakt een beetje. ’We moeten gaan.’ ‘Je rug?’  ‘Ja…’
Ze gaapt. ‘Eerlijk gezegd word ik er moe van, weinig variatie in die vrouwen.’
‘Maar we weten nu wat er te koop is. Net echt, hier te lopen met een dikke portemonnee.’
Voorzichtig staan ze rechtop, leggen de portefeuille weg.
Reiken naar de knop.
Het scherm gaat op zwart.
=

Geen categorie·verhaaltje

Nachtleven. Versie 1

‘Bijna tien uur, zullen we?’
Ze knikt.  ‘Bijna, de koffie nog.’ Ze heeft het nodig, koffie sterkt en houdt wakker.
Hij legt de spullen klaar. Infraroodkijker en heupfles met rum.
Na de laatste slok kleden ze zich om, elkaar helpend met  laarzen en dichte jassen, wollen mutsen over de oren.  Ze pakken elkaars hand.
In gelijke pas stappen ze.  ‘Zo fijn dat we dit nog kunnen, fluistert hij.
Ze antwoordt met een kneepje.
Op een goede plek laten ze zich zakken.
Ze kijken het duister in, hopen op gevaarlijk wild.
En ja.
‘Zie je dat?  Best een groot beest,’  huivert ze.
‘Nou! Mooi ook. En daar, kijk daar eens, is dat een ….   jeeee… het is een panter. Die ogen… ‘
‘Ssssst…’
Ze kijken, vergeten de infrarood, talen niet naar de rum.
Na verloop van tijd rekt hij zich uit, hij kraakt een beetje.’We moeten gaan. ‘Je rug?’  ‘Ja…’
Ze gaapt.  ‘We zullen weer lekker slapen’.
Voorzichtig staan ze, leggen kijker en rum weg voor morgen.
Reiken naar de knop.
Het scherm gaat op zwart.
=

dromen

Dromen in eigen beheer

Nacht nadert.
Hij loopt rondjes om het bed.
Wat moet hij nou? Waarom doet hij zijn werk niet? We worden zenuwachtig van zijn gedribbel.
‘Schiet es op,’ roepen we, ‘we willen slapen.’
‘Nog even geduld, ik denk…’
We wachten.
Na een paar rondjes  vragen we of hij al klaar is met denken.
‘Jaja..’
Dan klaart hij op.
‘Yep! Ik ben er uit.  Ik stop met de dromenvoorziening, laat het over aan de eigen inbreng,  fiets naar de Azoren en open daar een patatkraam.’
Wat een grandioos plan, we zijn diep onder de indruk.
‘Echt waar? Met Azoorse sauzen?’
Hij lacht, zwaait en vertrekt door het voorraam.
‘Tja’, zegt man, ‘dan verzinnen we zelf wel wat. Zullen we een eetdroom doen?’
Goed idee. We sluiten de ogen.
Hij visualiseert een grote pan, waar op de bodem aardappelen bakken en bovenin rozijnenpannekoeken liggen.
‘Goh schat, wat een gezellige droom,’ roep ik uit, ‘samen doen?’ Ik maak er ijsjes bij en voor ieder een ontpitte mango.
Plots komt de koelkast er bij staan; hij wijst naar zijn onderste vak.
We kijken, zien mokkataartjes lonken met verleidelijke choco-ogen.
Langzaam, vervagend in de slaap, doen we ons te goed aan de overdaad.
Het is duidelijk dat we heel goed in staat zijn onze dromen zelf tebeheren.

‘Oeaahh,’ gapend komt man de keuken in, ‘ik weet niet hoe het komt maar ik werd wakker met een opgeblazen maag. Raar hè?’
‘Ik ook.  Typisch.’
=

bij·bloemen

Bij de waslijn.

Er zoemde een bij langs de stokroos. Hij bleef rondjes draaien rondom de uitgebloeide bloemen. Na een poosje kwam hij naar me toe:
‘Je hebt slechte stokrozen, weet je dat?’
‘Hoe kom je erbij?’  Beledigd keek ik hem aan.
‘Er zit niks in,’ snoof hij.
Wat moest ik daar nou mee. Ik legde het uit.
‘Kijk, ze zijn verdord en de honing is op. Snap je?’
‘Nee. Dat snap ik NIET.’
Hm, een stijfkop Of snotneus? Ik probeerde hem uit te horen. ‘Je bent zeker nog erg jong?’
‘Mevrouw, ik zit al een week in de  buitendienst,‘ sprak hij hautain. Hij vloog wat hoger en keek op me neer.
‘Nou, dan heb je nog even. Zoek maar een andere bloem, ginds staat een volle struik nachtschonen. ‘ Ik wees. ‘Een paar rozen, enkele lissen, sedum…’
Nu keek híj beledigd.
‘Denk je echt dat ik aan nachtschonen begin?? Waar zie je me voor aan?’
Nou ja zeg, een bij met kapsones.
Hier wilde ik niet mee verder. ‘Dan niet. Ik heb geen tijd meer. ‘
Hij hield in, zweefde heel dicht langs mijn gezicht en keek me diep in de ogen.
‘Vrouw,’ zei hij, ‘zou jij ’s nacht op pad gaan voor een beetje zoetigheid?’
Ik dacht na.
‘Je moet nog veel leren.’
==

nacht

Nacht

De nacht valt bijna
nog een paar minuten
dan ligt hij om me heen.
Kan ik  er onderuit?
Waarom zou ik.
Ik neem een enkeltje naar bed
er is niets fijner
dan juist daar de nacht te ondergaan.
Hé, daar komt hij aan,
hallooo!

Nou,
welterusten dan maar.
=

verhaaltje

Bedverhaal

De nacht arriveerde.
Ik voelde hem aankomen, geluidloos maar merkbaar trad hij binnen. Horen deed ik hem niet want stilte is zijn bekendste eigenschap die hij, tegelijk met zijn troostend vermogen, over de mensen uitspreidt en waarmee hij ze in slaap sust.
Ditmaal weerstond mijn gepieker hem.
Zeggenschap had ik er niet over; wakkerliggend en waakdromend wachtte ik op de nieuwe dag.
Toen vertrok hij.
‘Dag, nacht’, zei ik, vooruit kijkend naar de volgende avond.
Misschien zou hij dan winnen en ik slapen.

sterren

Nog even over vallende sterren

Het komt nogal eens voor.
Ook aankomende nacht.
Zelf vind ik er niets aan, één keer stond ik klaar met de camera en kreeg veel strepen op de foto’s. Dat zouden dan de sterren zijn. Het zal wel, dacht ik.
Voortaan laat ik ze rustig vallen. Buiten staan terwijl je binnen een warm bed hebt, al of niet met een -genoot, god weet hoeveel mooie dromen je mist.
Enfin, voor wie er meer van wil weten hier de link.
/komende-nacht-regent-het-zeldzaam-veel-vallende-sterren
En dan nog dit: Weerplaza legt uit dat ‘De Leoniden ‘vallen’ uit het sterrenbeeld Leeuw’ maar daar weet ik niets van,  als leeuwin ben ik me van geen kwaad bewust.
Dat u het maar weet.

slaap

Koffietijd theetijd slaaptijd

regen120180829_182444
Tijd voor thee.
In de serre zittend probeer ik er een boek bij te lezen. Het is lekker buiten. Blauwe lucht, een lieflijk wolkje, warme zon. Loom word ik, lomer, tot ik slaap.
Dan word ik wakker door een regelmatig geroffel. Een welkom geluid, iedereen weet hoe goed regen klinkt wanneer je zelf droog blijft.
Tijd voor koffie.
Ik ga verder met het boek.
Knus. Druppels op de ruiten, sussend geplens op het dak. Tevredenstemmend. Je zou zomaar weer gaan slapen.
En ja, een hazenslaapje overvalt me.
Na het avondeten een nieuwe leespoging.
Stil zijn de straatgeluiden, een buurkat kroelt naast me, het schemert licht.
Ik slaap in

En dan moet de nacht nog beginnen.


wakker

Niet-slapen

Wat moet je als je wakker blijft
de dag en avond herbeleeft
piekert over dingetjes en zorgelijks van groter plan
terwijl de nacht begonnen is
het bed je koppig noodt tot slaap, je zelfs -misschien- een droom bereidt
vertel me eens, wat doe je dan?
Je pakt je pen