Geen woorden vinden

Ken je dat?
Een idee voor een nieuw verhaal hebben en het niet voor elkaar krijgen?
Hoe vaak je ook begint, het is niet in de juiste woorden te vangen.
Humor verzandt, de sensatie is lauw, het drama stelt niets voor.
Dan zit er maar één ding op: stoppen en iets anders doen.
Zo verstandig ben ik meestal niet, .
Ik blijf krabbelen en deleten.
Deze keer is het plan een sprookje in een verhaal te passen, of er omheen te schrijven.

Het gaat over een verliefd meisje dat door haar vader wordt opgesloten in een kamer met een dakkapelletje bij gebrek aan een toren en dat zij haar korte kapsel betreurt en zodoende de vrijer niet met haar haren op kan hijsen. Ze is verliefd op hem en verslaafd aan Grimm
De vrijer interesseert zich geen barst voor verhaaltjes, hij is op zoek naar haar kamer. Het huis heeft er twintig waarvan vijftien met een dakkapel die allemaal zijn geblindeerd en waarin nooit licht brandt. Hoe moet hij haar vinden? Hij gooit steentjes tegen elk raam, klinkers, tenslotte neemt hij stoeptegels. Echter, de vader hoort het, stormt naar buiten, vangt per ongeluk een tegel op met zijn voorhoofd waarna hij terneer valt, verpletterd en morsdood.
Nu kan de vrijer naar binnen. Helaas wordt hij tegengehouden door verborgen elektrisch draadwerk dat hem insnoert, hij graait woest om zich heen, het draad vliegt vonkend de gordijnen in.
Ach en wee, waar zitten de goede feeën nu? Aan hun wijn te sippen?
Uiteindelijk staat het huis in de fik, meisje wordt warm en gilt, vrijer zit vast en krijst, vlammen knetteren vurig.

Zoiets moest het worden maar het hoeft niet meer. Alles is al gezegd.
Alleen de moraal ontbreekt.
Die moet ik nog bedenken.
==

Over dagboeken

In het weekend zag ik een dagboekprogramma op  NPO1.
Een van de voorgelezen stukjes hoorde ik toevallig. Dat was even genieten. Die keiharde wraakgevoelens van een puber herkende ik meteen.

Hilarisch, wat ze soms verzinnen waarvan ouders geen idee hebben.
Hoewel, zelf zijn die ook pubers geweest. Waarschijnlijk durfden ze vroeger hun gevoelens niet zo plastisch te beschrijven. In een groot gezin was je zelden of nooit alleen, slaapkamer-kledingkast-bed-wasbak-shampoo en meer, alles werd gedeeld, er bleef weinig verborgen
.En dat is precies wat mij vroeger weerhield van eerlijke schrijfsels.
Toen ik een dagboek cadeau kreeg kwamen daar enkel onnozele stukjes in. Mocht iemand het vinden, dan zouden familie, klasgenoten, leraren en alle anderen niets beledigends lezen, zelfs hond en kat werden gespaard.
‘Vanavond aten we spinazie met gehaktballen, niet zo lekker,‘ schreef ik braaf.
Wat ik bedoelde: ‘Gadverdamme, spinazie die niet te eten was met een walgelijke berg zand, ik snap niet dat ze het op tafel durft te zetten… enz. enz.
In werkelijkheid wenste ik ze stuk voor stuk morsdood, de Maas in en opgevroten door grote vissen en mezelf een liefhebbende rijke popster die mijn  schoonheid onderkende. Dat zou pas gerechtigheid zijn.
Stel je voor dat een broer of zus zoiets in handen kreeg.
Ook daarover had ik weinig stichtelijke gedachten, chantage  zou nog mijn minste straf zijn. (‘Je zakgeld of…’) Gruweldegruwel.
Tussen deze diepzinnige gedachten door vond ik ons gezin wel te pruimen en moeders kookkunst ook.

Deze periode duurde niet lang en dat is maar goed ook, je zou jezelf haast gaan geloven.
Meer en meer werden het verzonnen opstellen en teksten van popliedjes. Wel zo makkelijk en veilig.
Wat me opviel was dat het meestal meisjes waren die een dagboek bijhielden. Of is dat aangepraat? Of verstopten jongens ze beter?
Bij onze eigen kinderen heb ik nooit naar geheime geschriften gezocht. Ik wilde ze niet vinden, ik geloof niet dat ik hun ontboezemingen op prijs had gesteld.
Iemand mag best iets voor zichzelf hebben, je hoeft niet àlles te delen.
Zelfs niet in een gezin.
Dan spaar je elkaar.
==