Lange tanden

Een man zit aan zijn ontbijt.
Hij eet dikbelegde boterhammen. Met gemak bijt hij door de lagen, zelfs lijkt het of hij zijn tanden als spiesen gebruikt voor kaas en worst. Hij heeft een messcherp gebit en houdt van eten waarin hij moet bijten.
Hij eet letterlijk met lange tanden.
Tegenover hem zit een vrouw.
Ze ontbijten samen, ze doet althans een poging.
Tevergeefs, ze kan het geluid van zijn snijdende tanden niet negeren. Het is heel zachtjes, iets tussen gerasp en sjsjsj, meer een gevoel, als een bot mes in rauwe rosbief. Het is bijna een obsessie voor haar en ze verafschuwt het.
Ook zij eet met lange tanden.
Ze piekert.
Ze wil een einde maken aan hun verhouding en zoekt een geldige reden.
Kan ze met goed fatsoen zeggen dat zijn manier van eten haar afstoot? Dat zijn geknaag haar doet denken aan spitsmuizen, bevers en ratten?  Ze met vrijpartijen bang is dat hij zijn tanden ook in haar lichaam zet? Haar sidderen niet van lust is maar angst voor zijn scherpe gebit?
Is dat niet te pijnlijk?
Toch maar de geijkte smoes: de liefde is op, het was fijn zolang het duurde en tot nooit. Dag schat, het was een mooie tijd?
Ze besluit tot de smoes.
Na het ontbijt licht ze hem in. Veel woorden gebruikt ze, teveel, ze stottert nerveus.
Hij luistert en denkt.
Dan zegt hij ‘Laat maar, het is mijn manier van eten, ik weet het. Je bent niet de eerste.’
Beschaamd knikt ze. ‘Sorry…’
‘Wil je wachten tot vanavond? Alsjeblieft, die ene dag nog.’
Ze knikt weer. ‘Goed.’

De rest van de dag gebruikt ze voor het pakken van kleren en spullen die ze mee wil nemen. Ze maakt uit spijt- en schuldgevoel – hij kan er tenslotte niets aan doen – een superdiner klaar met extra harde groente en vlees.
En wacht.
Dan is hij er. Hij komt binnen met een vreemd gezicht.
‘Wat,’ begint ze.
Hij spert zijn mond wijd open en wijst.
Ze ziet de lege holte, nog bloederig.
‘Foor jou,’ mummelt hij.

© Bertie

Advertenties

Foto

“Er moet een persoonlijk fotootje komen op je weblog, dat vinden de lezers leuk”
Misschien is dat zo. Maar er kleven ook nadelen aan, heb ik dat niet al eerder uitgelegd?
Hij kan te onaantrekkelijk zijn waardoor de aanstormende lezer onmiddellijk verder zapt: zal de rest ook wel niks zijn.
Hij kan te mooi zijn, waardoor een bladeraar niet meer aan lezen toekomt en zwijmelend de tekst vergeet.
Hij kan te oud zijn, waardoor enerzijds lezers onder de negentig afhaken en anderzijds de eeuwelingen zich gaan verlekkeren op een manier die gevaarlijk is voor hun gezondheid.
Hij kan te jong zijn waardoor de gedachte aan een kleuterschool opkomt.
Hij kan te blond zijn waardoor een bijnalezer denkt een stom stuk onder ogen te krijgen.
Hij kan te, ja, hij van alles te zijn en daarom begin ik er niet aan.

Jaloers? Ik?

 ‘Neeee, natúúrlijk niet, kom zeg, zo kleinzielig….’
Een bijna automatische reactie. Ook van mezelf.
Het is niet relevant maar toch, kijkend naar de tv waar mooie vrouwen optreden -en dan bedoel ik niet die popjes met te dunne lijfjes-  dan denk ik onwillekeurig: stel dat mijn man werkzaam was in een omgeving met veel jonge vitale mensen, hoe zou ik dat vinden, zelf ouder wordend?
En andersom, wat vond hij? Went iemand er aan?
Er zijn niet voor niets veel scheidingen en love-stops in de showwereld, de verleidingen zijn groot.
Net als in de profsporters-scene, geld is een heftig afrodisiacum.
Uiteraard dachten we dat wij daar immuun voor zouden zijn.
Zouden we dat echt?
Misschien.
Jammer dat we er niet meer over kunnen discussiëren. Hij mocht graag lachen om  mijn ideeën terwijl ze echt niet zo gek waren.
Jaloezie bestaat immers?