verbouwen

Toen we verbouwden. Semi auto-bio.

Eerst de tussenmuur afbreken.  Dat kon ik zelf maar stond al gauw in dubio, telkens na een paar meter een kruiwagen puin wegbrengen of eerst de muur aan gort slaan? Ik besloot tot het eerste.
Broer A liep binnen: eerst de hele muur eruit slaan, dan pas opruimen, dat is de beste manier. Ik haalde de schouders op en ging mijn eigen gang.
Broer B kwam ook kijken: heel goed, de rotzooi direct wegwerken.
Keukenvloer moest eruit maar wat een pech, de kangoo was er niet. Uitgeleend.
Zus C hoorde ervan en kwam ons de les lezen: had je nooit moeten doen, nu moet je met de beitel.… enzovoorts.
Man haalde de schouders op en ging met hamer en beitel aan de slag.
Broer D hoorde er ook van en verscheen met goede raad: huur een breekhamer , kost niet veel en…  Tja.
Daarna betonstorten, dat  was niet moeilijk maar wederom een goede raad.
Zus E liet weten dat we restbeton on-mid-del-lijk dienden op te ruimen ivm uitharden en dan werd het een zootje.
We  haalden de schouders maar weer op en zetten de molen aan.

Zo maakten we de klus af, dankzij of ondanks de adviezen tot er geverfd en behangen werd.
Je raadt het  natuurlijk.
mooi kleurtje maar past dat wel bij…- weet je waar ze veel keus hebben in behang?- nee joh, ga naar…-  ik zou dat plafond heel anders doen- verkeerde kwast!!- ieee, heb JIJ dat uitgekozen??- enzovoorts.
Tenslotte waren we klaar en besloten een biertje te pakken op onze nieuwe kamer, romantische gedachten, samen gewerkt aan eigen huis. Dat soort dingen.
Toen kwam zus F binnenvallen met haar vrijer. ‘Biertje? Gezellig, wij doen mee, heb je er genoeg?’
We wezen slechts naar de koelkast,  hadden geen schouders meer over.
==

opklimmen

Droomhobby

Wat stormde het weer, ik durfde het dak niet op net nu ik er zin in had een paar andere dakzitters te ontmoeten.
Alleen zwaaien,  praten doen we niet, we zwijgen uit principe. Bovendien zijn de afstanden te groot.
Een brave vriend heeft zijn stek op de kerktoren en staart hemels nog hoger, de meest keurige vriendin zit op het  gemeentehuis, ze is verrukt van gemeentelijke voorschriften, in gedachten leidt ze een groep datatypistes.
In de verte zitten naburige kennissen op hun eigen kerken en gebouwen. Ook zij zwijgen.
Naar de molen kijken we liever niet sinds daar iemand op het hoogste punt van een wiek zat en ingedut was toen de molenaar de gang erin zette. Te beschamend, een achteloze klimmer.

Het is een fijne hobby.
De enige ladder om hogerop te komen.
Maar dat zeggen we natuurlijk niet hardop.
En nu waait het ook nog.
===

niezen

Nieskracht buiten alle proporties


Van hooikoorts had ik altijd weinig last.
Een niesje of vier dagelijks, soms een paar meer.
Een enkele keer traanogen.
De loopneus plaagt me mijn hele leven al, die tel ik niet.
Maar nu….
Ik weet niet eens of het echte hooikoorts is maar ik nies me versuft. Vanmorgen zo hard dat ik was omgevallen als er geen stoel naast me stond en de deur dichtwaaide.  Ik kon een molen draaiend houden.
De huisarts gebeld voor neusdruppels. De assisitente hoorde een aanval, vroeg het en en ander en zei dat ik beter op het spreekuuur kon komen.
Dat durf ik niet.
In deze toestand op straat te zijn is levensgewevaarlijk, ik zou kinderen en niet te grote honden met één niesbui onder een auto blazen en welke rechter zou geloven dat ik het niet met opzet deed?
Zie je wel, het gaat niet goed met me, ik draaf weer veel te ver door. De hersenholtes zijn waarschijnljk verstopt.
Hoe dan ook, nu heb ik geen druppels en geen doktersafspraak. Als het morgen niet betert bestel ik een taxi en stuur de nota naar het ziekenfonds want alleen voor niesbuien en een paar aangetaste hersenen komt de huisarts niet op bezoek.
Er ligt nog een citroen in de kelder. Als hij niet uitgedroogd is zal ik er een soort groc van maken.
Met honing en heet water erbij helpt het misschien.
Tot zolang behelp ik me met de grootverpakkingen tissues. Tempo en Kruidvat varen er  wel bij.
==

tuintje·zomer

Zomermiddag

Ik slenter wat in het achtertuintje waar stilte heerst nu de helft van de buren weg is. Honden zijn uitbesteed, een genot dat op zich al vakantie te noemen is.
De wildgroei van bloemen en onkruiden door elkaar ziet er enigszins verwaarloosd uit, toch oogt het geheel niet onaantrekkelijk. Eigenzinnig.
Hier en daar scheur ik een verdord blad, bewonder een krullerige omlijsting rond de gebarsten spiegel en het hoogreikende koninginnenkruid.
De grote wortelklonten van de waterlelies zijn opdringerig en duwen de bloemen boven water waardoor die niet tot hun recht komen. Laat ze maar, over een paar maanden gaan ze er uit.
Kauwen terroriseren met veel lawaai de molenwieken. Zouden ze echt het idee hebben de baas te zijn?
Een verdwaalde vlinder fladdert weg als ik de camera richt. Moet een bangoogje zijn.
Er zoemt iets looms.
Met een kop koffie laat ik me in de luie stoel zakken, het is hier best uit te houden.
.