Leeuw

Lezend over de leeuw

‘….hun jachttactieken zijn effectief…. met één klap van de klauwen kunnen zij een groot dier vellen, en hun schaar-achtige tanden kunnen vlees afscheuren, snijden en vermalen….’
Klopt.

Als kind al jaagde ik als een wild beest op randjes vet aan het vlees, een korreltje zand in de spinazie, stukjes kraakbeen in ham, en vermorzelde ze.
Niet met de kaken maar minstens zo effectief  was de vork waarmee ik de vijanden eruit pulkte, plette en onder de rand van mijn bord verstopte. Tot ergernis van mijn moeder die alles naar eer en geweten had schoongemaakt en gekookt maar ja,  koken voor een leeuwin was niet gemakkelijk.
Op dezelfde manier verdedigde ik eigendommen als speelgoed, van kleurboek tot stoepkrijt. Met broers moest je oppassen. Ze  mochten met mijn spullen omgaan maar waren er te makkelijk mee en raakten alles kwijt.  Vechtlustig hield ik hen in de gaten en hield als borg een van hun spelletjes in handen.
Soms brulde ik een waarschuwing en dat die niet ernstig genomen werd is me nog steeds een gruwel.
Met de nobele kanten van de leeuw heb ik weinig ervaring.
Je kunt niet alles hebben.

Leeuw. Mijn sterrenbeeld.
==

verhaaltje

Therapie, verhaaltje.

De lastige tiener Lenny werd naar een therapeut gestuurd.
– Alstublieft, verzocht de moeder, probeert U haar wat fatsoen en manieren bij te brengen, ons lukt het niet.
De man deed zijn best Hij luisterde, knikte en luisterde nog meer.
= Meneer, ik kan het niet helpen, klaagde Lenny, mamma moppert altijd, ik moet van alles en mag nooit wat, alles moet naar haar wil, ik doe het nooit goed….=
De therapeut gaf aan dat hij ook met de moeder wilde spreken, de narigheid moest toch èrgens vandaan komen. Ze kwam, hij luisterde en knikte.
= Meneer, ik kan er niets aan doen dat ik zo geworden ben,klaagde ze, mijn moeder, Lenny’s oma, was zo bazig, mijn vader had niets te vertellen, vreselijk en zo was het met alles….=
Bedachtzaam knikkend vroeg de therapeut de oma te spreken.
Ook naar haar luisterde hij.
= Meneer, mijn moeder was erger dan Kenau, dan word je vanzelf lastig en dat geef je ongewild door… huiverde oma.. =
Overopoe leefde nog en werd opgeroepen.
=Meneer, kakelde ze, mijn moeder was een feeks en sloeg met de heibezem tot er geen tak meer aanzat, ik heb vreselijk geleden…=
Ten slotte kwamen ze bij Eva.
= Meneer, ik had geen moeder en heb daar zeer onder geleden.
Ik had een onbegrijpelijke schepper die niet door had wat hij in elkaar knutselde maar wel een bespottelijke eis stelde met een gluiper als handlanger. Dàt is de werkelijke erfzonde.
Hoe kan een vrouw hiermee dealen, daar raakt ze vanzelf gestoord van en de nakomelingen ook. En nu word ik alsnog op het matje geroepen…. =
In de therapeut ontstond een vage gedachte aan begrip maar hij zei niets.
Hij knikte slechts en luisterde.
===

.

filosofie

‘Over gewoonte en opvoeding’

Hoofdstuk uit een essaybundeltje van Francis_Bacon_  waarin hij stelt:

Hier is over nagedacht, bewonderde ik. Tot ik verder las.
Hij had het hier beter bij kunnen laten.
Hij predikt voornamelijk ten voordele van de gewoonte.  Lijdende veroordeelden, Spartanen, boetedoende monniken, allen zijn gehard door de aangeleerde gewoonte niet te klagen. Macht der gewoonte. Prima.
Maar dat het samenspel van neiging, omgeving en gewoonte genuanceerder is en vaak moeilijk te sturen in de opvoeding, daarover rept hij niet.
Een gedachte als vaststaand feit de wereld in slingeren
En dan zegt hij ook nog dit:
Het zoveelste staaltje filosofie dat niet meer voorstelt dan wat moeder ons voorhield: ‘Gedraag je!’
=

zwavel

Zwavel


Mijn moeder had zo haar eigen ideeën.
Waar ze het volgende vandaan haalde weten we niet.

Om een wit wollen vest mooi te houden hing ze het kledingstuk in de buiten-w.c., stak een soort stokje(steen?klont?) aan dat een dikke gelige rook verspreidde, deed de deur goed dicht en liet het daar een tijdje hangen, ik weet niet meer hoe lang.
Het was zwavel  en stonk verschrikkelijk.
Na een poos deed ze de deur open, de rook vervloog en het kledingstuk  ging nog even aan de waslijn, denkelijk om de geur kwijt te raken.
Feit is dat het vest mooi wit bleef.
Maar de relatie met zwavel? Ik kan er niets over vinden, wel andere toepassingen als het uitroken van wespennesten en meer. Voer voor chemici?
Zie    https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwavel

Om deze herinnering te checken (ik was tenslotte nog klein) vroeg ik het aan een paar oudere zussen. Zij wisten het nog.
Iemand meende dat het iets van vroeger was.
De link naar het withouden van wol is ook hun onduidelijk,  ze moet in een vorig leven alchemist zijn geweest.
Of zou voor een heks zijn aangezien.
=

brugklas·herinnering

Zo leerde je thuis

Een oud liedje, half gescheurd en verfomfaaid,  alleen de eerste regels. Ergens in een boek.  Het deed me meteen terugdenken aan de brugklas.
Het ging over een cowboy in Texas die geen Jippijee zong,  hij kon alleen jodelen. Een paar meisjes met een gitaar speelden en zongen het in de pauze.
Lachen, vonden we als 11- en 12-jarigen, dat was nog eens humor.
Ik kwam er mee thuis en zong het voor, al half wetend dat het niet in de smaak zou vallen bij mijn moeder. Zoiets voel je feilloos aan.
Ze lachte flauwtjes. ‘Mooi hoor. Leren jullie dat bij het vak muziek?’
Nou ja, wat snapte zij nou.

Helaas waren de anderen ook niet enthousiast.
Een broer lachte me uit, een zus te hard, een andere grijnsde alleen maar.
En ik begreep dat het simpele humor was, geschikt voor kleintjes zoals ikzelf.
Het was hard maar ja, zo ging dat, zo leerde je dat.

Maar toch, vergeleken bij de soldatenliedjes van broer en zijn vrienden, was het prachtig.
Die liedjes begreep ik dan ook niet.
==
King of the Road
Deze song heeft er niets mee te maken, het is gewoon mooi.
=

ernst

Iets serieuzers.

Ernstig doen.
Ik zal het proberen, het onderwerp heb ik al.
Kwestie is dat ik er niet voor in de stemming ben. Niet stemmig genoeg. Op het moment dat ik  me het voorneem vervliegt de ernst.
Meestal lukt het wel, ernstig doen, heel goed zelfs als het nodig is.
Maar niet op bevel.
Bevelen wringen, op zijn minst een beetje. Onbegrijpelijk, als kind volgde ik ze klakkeloos op en nu ben ik die vaardigheid kwijt. Misschien ben ik al aan het vergeten.
Maar wacht, niemand beveelt me, niemand anders dan ikzelf vind dat ik iets serieus’ moet bloggen.
Moet ik mezelf wel gehoorzamen? Waarom eigenlijk? Ben ik te dwingend en te wringend en te swingend enne…  daar heb je het al, geen touw aan vast te knopen.
‘Die idiote vertelsels van jou‘, ik hóór het mijn moeder zeggen maar dat telt niet want we dachten zozeer verschillend dat we zelfs over een rijksdaalder twistten. Zij vond het een royaal zakgeld en ik mopperde over een beschamend armoedje.
Daarin waren we beiden serieus, achteraf hadden we er godweetwat voor goeie gesprekken over kunnen hebben. Al zou ze het bedrag niet verhoogd hebben.

Kijk es aan, heb ik toch nog iets redelijks geschreven.
Het eigenlijke onderwerp komt niet aan bod maar dat is voor een andere keer. Een stemmiger.
=

filosofie

Filosofie, vereenvoudigd

Lukraak hier en daar lezend kom ik deze passage tegen in het essay ‘Over de kannibalen’ van Michel_de_Montaigne
De
Montaigne beseft niet dat hij hier precies hetzelfde doet als die ontwikkelde mensen.
Ook hij probeert zijn interpretatie in te passen in zijn beeld van de eenvoudigen.
Hij voert één man op, observeert hem zorgvuldig en rekent diens eenvoudige oordeel tot een standaardgedachte van het ongeletterde volk. Daartoe verhult hij hun eigenschappen.
Wil hij de denker uithangen?
Of zou hij echt niet weten dat ook in deze groep eigenwijzen, betweters en fantasten zijn?
De afstand tussen geleerden en ongeletterden is in dat geval te groot om elkaar te beoordelen.

Wat moet je er mee.
Niets, hoogstens is het aardig de opvattingen van filosofen te lezen.
Dan kom je diepzinnige gedachten tegen. Soms verstandige. (Bacon_)
Maar ook uitspraken waarvan je denkt: dat zei mijn moeder ook al.
Ze oogstte geen roem, ze was te weinig geletterd.
verhaaltje

Huishouden. Een vak apart.

Een niet al te pienter meisje trouwde. Daar ze niets wist van huishouden bezocht ze dagelijks haar moeder voor advies.
Dat was hard nodig.
Haar eerste portie aardappelen was niet te eten.
-Droog stomen, zei moeder, dan worden ze smakelijker.
Het meisje zette ’n pannetje water op, wachtte tot het flink dampte en deed  er de aardappelen in. Het stoomde en stoomde, het water verdampte en het stonk vreselijk. Terwijl haar man de keuken bluste rende ze huilend naar haar moeder.
–Weet je wat, zei die, hou jij je maar bezig met de was dan kom ik wel voor jullie koken.
Ook deze raad werd nauwgezet opgevolgd.
Het niet al te pientere meisje was wekenlang doende met de was; ze droogde en streek en waste tot alle kleren versleten waren en zij en haar man in lompen gehuld gingen.
Weer greep moeder in.
–Ga je huis maar poetsen, raadde ze, en doe tussendoor een  paar boodschappen.
Het meisje ging onmiddellijk aan de slag en poetste de kamer, de keuken, de kelder en alle andere vertrekken en daarna de buitenkant en de schoorsteen en de dakpannen.  Af en toe liet ze haar emmer zeepsop in de steek om naar de buurtsuper te gaan. Dan kocht ze zes liter Ajax en twaalf dweilen, of zeventien sponzen, zich verbazend over de snelle sleet.
Het werd werkelijk een onhoudbare toestand. De hele straat liep uit en keek hoe ze de regengoten sopte en de voorgevel stofzuigde en de dorpstherapeut vermoedde een onverwerkte relatie met de stofdoekenmand, kortom, het werd een bespottelijke vertoning tot de burgemeester een samenscholingsverbod uitvaardigde en de moeder opriep.
Die liet, ten einde raad, het huwelijk ontbinden en stuurde haar dochter naar ’n klooster.
En daar zit ze nu nog.
Echt waar.
verhaaltje

Beppie’s vrijer

Toen Beppie haar nieuwste aanwinst thuis voorstelde keek moeder bedenkelijk naar zijn vettige haren en rafelige outfit.
‘Dag,’ groette ze, ‘ik ben Klazina’.
‘Haai, ik heet Carlos, maar je mag wel Klootje zeggen hoor.’
Moeder verbleekte.
‘ O, eh, ja. Kopje thee?’’
‘Ja lekker,  met een rummetje en een worsie erbij,’ antwoordde hij en keek verbaasd naar Beppie die hard begon te lachen. Moeder rechtte haar rug en ging naar de keuken, zette theewater op.  Rum, het idee.
Ze zuchtte. Bep, altijd dwars, nou deze jongen weer.

Er was geen worst. Dan maar wat anders.
Ze wikkelde een augurk in een plak rosbief. Legde het op een schaaltje en maakte het af met schijfjes komkommer.
Bij de thee reikte ze hem het schaaltje aan. ‘Sorry Carlos, de worst is op’. Verbluft keek hij naar de rosbief, gluurde voorzichtig onder de komkommer. Wantrouwig keerde hij de hap ’n paar keer om en beet er in.
Gespannen observeerde moeder zijn gezicht.
‘Weet je’, zei hij vertrouwelijk, ‘als je geen goeie slager hebt, moet je er ’n lik mosterd op doen, dat helpt tegen de taaiigheid’.
Hij keurde nogmaals.
‘En voor augurken moet je bij de haringboer wezen, die heeft de beste zure bommen. Lekker met palingworst, vis aan vis, weet je wel.’
Ongelovig keek ze van hem naar haar dochter die zich verslikte en haast niet meer bij kwam.
Beppie veegde de tranen uit de ogen en keek haar moeder uitdagend aan, maar die zweeg; ze weigerde zich te laten provoceren.
Beppie deed het er om, wist ze en er was niets wat ze er tegen kon doen.

gedachten

Geweten

Een lastig ding.

In de kindertijd liet het zich al horen, onmerkbaar voor anderen, voelbaar voor mezelf.
De kat wegduwen van je legpuzzel, huilend broertje knijpen, kwaad worden op je moeder.
Minizondetjes die voelden als verraad.  Ik had niet zo kattig moeten zijn, Moortje was alleen maar lief, broertje was alleen maar een jochie dat niet beter wist, moe vroeg alleen maar om een boodschap, aldus het geweten.
Dan dook ik nog verder in een schriftje of boek om mijn schuld te vergeten.
Meestal lukte het, zo niet dan spaarde ik mijn fouten op tot de biecht. Dat was een katholiek bedenksel waar we veel baat bij hadden zolang we klein waren.
Niet lang.
Eenmaal boven de tien jaar begon de twijfel. Pastoor had je dan wel spijt afgedwongen  maar wisten kat, broertje en moeder dat ook? Vast niet en om dat vervelende geweten te sussen gedroeg ik me overdreven lief. Gelukkig hield ik dat nooit lang vol, een dag op zijn hoogst want niemand herkende me daarin.
Later ging het om andere dingen. Ze losten zich allemaal op maar schuldgevoel bleef me manen.
Hoe anderen het hadden weet ik niet, het kindergedrag zal waarschijnlijk herkenbaar zijn.
Zelf leerde ik pas te relativeren bij het volwassen worden al twijfel ik aan de afronding van dat proces.
Ik vind het geweten nog steeds een lastig ding.