Hondsdagen

Zijn het de Hondsdagen….

… die een mens zo landerig en lui maken?
Alsof je een te warme vacht hebt, het liefst in de vijver wil springen, de ene bak water na de ander leeg slurpt?
En je languit onder de sproeier zou willen liggen met alle poten omhoog?
Met wijd open bek de tong laten hangen gaat me te ver maar mocht ik ooit hond worden ga ik er van profiteren.
Ik kruip direct onder die sproeier.

Hoewel de Hondsdagen niets met honden te maken hebben worden ze zo genoemd naar sterrenbeeld Canis Major, hetgeen Grote Hond betekent. Te warm om het allemaal op te schrijven, hier staat het haarfijn uitgelegd.

Ik moet toegeven dat de warmte went, het aanhouden van een tropenritme maakt het makkelijker. Oogkleppen helpen daarbij. Niet opvliegen zodra er een blaadje binnen dwarrelt en die vaatwasser kan ’s avonds ook leeggehaald.
Ook wat dat betreft is een hond goed af, modderafdrukken interesseren hem geen ruk en vette vingers nog minder, hij zou ze hoogstens schoonlikken.
Was ik maar hond.
=

klimaat

Blupblup! Blup?

Wat de klimaatverandering betreft vind ik de stijging van het water het meest bijzonder. Daarbij is er het inklinken van de bodem.
Een combinatie die aan afgesproken werk doet denken, het ondersteunt elkaar.
Land zegt ‘Ik wil zo graag eens de diepte in, naar   Atlantis
Ok,’ antwoordt Water, ‘ik zal je helpen.’
Een voorbeeldig staaltje van vredelievende samenwerking.
Of zou het ruzie zijn?
‘Waarom knabbel je aan mijn dijken, jij hebberige natlap?’
    –‘Kop dicht blubber, of ik overspoel je vandaag of morgen met al je rafelige dijken.’
‘Verdwijn!!’
    –‘Dat doe je zelf al, dom kalf.’
Zo zal het waarschijnlijk niet gaan. Nog nooit hoorden we ze met elkaar communiceren en we brachten heel wat uren door in modderplassen en -sloten.
Maar toch, die gassig-borrelende prutplakken die af en toe kwamen bovendrijven, dat was misschien hun manier van spreken.
Achteraf een eng idee.
De modderbullebak bestond dan ècht…
Ik ga nooit meer zwemmen in natuurwater.
==