herfst

Herfst, elk jaar.

Niets te melden dus niets te plaatsen? Een klein beetje toch.
Herfstige nachtvorst die doet denken aan het begin van een winter. Misschien. Hopelijk. Tocht der Tochten en zo. Zalig onder  een warm dekbed.
Mist die de mooiste plaatjes oplevert.
Herfstzon. Zacht weer. Tuintje opknappen. Koffie die je nog nèt buiten kunt drinken.
Stuk voor stuk dingen die niets voorstellen op wereldniveau maar op het mijne veelzeggend zijn: ze stemmen me tevreden.
De uitslag in de VS houd ik hier zorgvuldig buiten.
===

foto·geheugen

Dat chaotische geheugen van ons…

… waarvan we allemaal zeggen ‘Maar ik vergis me niet, ik zie het voor me, ik weet het zeker, ik weet wat ik zag, die-en-die was er zelf bij…’
Ik ga er nooit meer over in discussie, laat iedereen maar blij zijn met de eigen herinneringen. Juist of niet.

Hieronder staan drie foto’s waarvan ik er twee in mijn gedachten heb als vroege ochtendopnames.
Een medevakantiegangster kwam tot de conclusie dat het avond was ten tijde van knippen.
Ik geloofde haar niet en zocht de info op. Wat blijkt?
Zomeravond in Zuid-Frankrijk, ongeveer 20 uur.
En in Duitsland was het veel later, 22 uur al blijft het moeilijk te geloven, met zoveel licht. Toch een foutje van de camera?  Of verkeerd aflezen? (ook ik geef niet toe. ☻)
Het enige wat ik goed heb is de slechtweerfoto van de Pyreneeën. Bijna nacht, veel geluiden, angstaanjagende luchten en lichten, we keken en luisterden met ontzag. Onweer in dat gebied maakt veel indruk en dat onthoud je in ieder geval.
Respectievelijk Frankrijk, Duitsland en Pyreneeën en let maar niet op de kwaliteit, dat is misschien de oorzaak van het verkeerde licht.

 

 

 

doe-het-zelf

Doe het zelf

Tot nog toe zijn mijn haren kort genoeg.
Ik hoef alleen de pony bij te punten.
Hoelang ze het volhouden weet ik niet, dat hangt van hun stemming af.
Af en toe hangen ze tobberig langs de oren, niets van wat ik ze aanbied helpt in dat geval.
Strikje? Nee…  Speldje? Bah…  Nieuw kleurtje? Getsie..
Ik ben volkomen afhankelijk van hun humeur en dat valt of staat met het weer. Regen, mist, beetje luchtvochtigheid is  voldoende en ze krullen op van plezier.
De eigenzinnigen.

Met de voeten is het anders gesteld.
Gedwee laten ze zich in een badje zetten, bruisen, schuren, nagels bijwerken en tenslotte crempies aansmeren. Dan vinden ze allemaal best, ik merk hun opgewektheid bij het lopen. Het veert.
De lieverds.

Alleen de ogen, die wachten op nieuwe lenzen waaraan ik ze niet kan helpen.
Natuurlijk zijn een paar glaasjes vlug uit de verrekijker gehaald maar daar heb ik niets aan, ik kan mezelf niet opereren. Botte messen, te lage tafel, geen verdovend middel…
De zielepoten.
Eind mei wil de arts er aan beginnen, ik help het hem hopen.
==

dromen

Ik droomde…

… van een witte wereld.
Hij verdween voordat ik genieten kon.
Weer inslapend kwam ik in een bevroren wereld.
Die smolt als een ijsje in kinderhanden.
Ik probeerde het nog eens en droomde van mist, de allermooiste met glimmers in de heggen en slaperige koeien.
Hier had ik willen blijven maar alles verwaaide door de zoemende  ventilator die ik vergeten was.
.

fietsverhaal

Fietsen in mist

Dat we verdwaalden was ergerlijk..De kleine stukken bos tussen de plaatsjes kenden we als ons eigen erf, veel groter dan een paar vierkante kilometer waren ze zelden en dan nog, er stond altijd wel ergens een schuur, of wat vee in een klein bosweitje, als herkenningspunten. Nu echter was het licht uit.

Een kleine 10 km voor ons dorp was de weg afgesloten. Wegwerkers weigerden ons door te laten.
‘Geeft niks, zei man, een stukje terug is een bospad langs de oude belt. Kom op.’
Ik aarzelde, het was zo nevelig. En dan de vele regens van de laatste dagen,  waarschijnlijke glibberige paden, nergens  een lantaarnpaal…
Hij sloeg al af, ik volgde.
Bij de eerste bocht stopte hij; ‘zet je licht maar aan, de mist wordt dikker.’
Verderop kregen we inderdaad gladde grond met kuilen. Weinig zicht en een naargeestige stilte die koud aanvoelde. Na veel lange minuten stopten we weer. ‘Vreemd.We hadden al op de grote weg moeten zijn.’
Over teruggaan durfde ik niet eens te denken.
Plotseling reden we tegen een planken hek. Er klonk een kletsende stap. Ritsel. Een raspend veeggeluid, vlakbij. Pfffff, een schurkende koe maakte ons niet bang.
We aaiden het beest -op gevoel- en gingen stapvoets verder langs het hek en warempel, we voelden straat.
‘Nu zijn we zo thuis,’ troostte hij.
Maar, wat raar, tussen de dichte mistflarden blonk water. Nogmaals stapten we af en keken naar de berm waarvan we een klein randje zagen.Vanaf dat randje was het nat. Hier moest toch een maïsstoppelveld liggen, was dat helemaal ondergelopen? We geloofden niet wat we bijna zagen, we vielen stil.
De andere wegkant was te mistig om te herkennen.
Voorzichtig fietsten we, het water langs de berm angstvallig in de gaten houdend, op wat ons het midden van de weg leek.
En kwamen eindelijk bij een bekende kruising.
De mist trok op, de schemer was een verademing.
Later, bij helder weer,  reden we hetzelfde pad op, benieuwd waar we de weg kwijt raakten.
We konden het niet vinden.