Muis, gisteravond

Roetss en hij was voorbij maar ik had het gezien, een ding dat te groot was voor een spin en te klein voor inbreker.
Onder de radiator door naar de tv-kast en daar bleef hij/zij/LGBT.
Ik vloog op, zette de buitendeuren open en haalde de bezem, stampte ermee op de grond, bonkte tegen kast. Het hielp niet. Hij liet zich niet verjagen, bovendien werd het koud.
Wat nu. Doorgaan met lezen?
Tja, je zit niet rustig wanneer je huis wordt ingenomen.Wat heet, je complete privacy is naar de maan. Echt waar, ik voelde me gegeneerd toen ik mijn vest uittrok.
Toen ging ik maar naar bed.
Lekker liggen deed ik niet, bangelijke gedachten teisterden me. Het dekbed bewoog, het waren mijn eigen tenen. Knagende dromen stoorden mijn slaap. Uiteindelijk bleef ik rechtop in bed zitten tot ik vanzelf omviel.

Vanmorgen gegoogled: hoe raak je een muis kwijt?
Ik had niet de juiste spullen in huis om de muis (of meerderen, wie weet?) weg te krijgen; gif wil ik niet, een kleefplankje en klem ook niet, de buurkat is op vakantie. Bleef over een middeltje met eucalyptus, iets als Dampo of Vicks. Daar schijnen muizen misselijk van te worden.
In alle hoeken staan nu schaaltjes met dampo, het huis geurt alsof het verkouden is.
Het wachten is op een muis die naar de wc rent.
Dan spoel ik hem door.

 

 

Advertenties

Spartaans

De afgelopen dagen zag ik veel mensen met handschoenen. Het weer was er ook naar.
Zelf gebruik ik ze nog niet omdat ik alleen korte stukjes loop of fiets.
Hierbij dacht ik aan de opvattingen van mijn moeder die ons wilde harden. Niet te vroeg met dikke kleren, zo lang mogelijk zonder wanten,  blootshoofd op de schaats.
Bewegen hielp het beste tegen kou. Dan ging je maar rennen en met de armen zwaaien.
Wij waren niet blij met haar ‘wreedheid’, verontwaardiging stak elke winter de kop op en we zochten zelf tussen het wintergoed. Mutsen en sjaals hoefden we niet maar wanten zeer zeker. Ze breidde ze zelf van, naar ze zei, de allerbeste 3Suisseswol, (voor jongeren onbekend?) en waren meestal te dun. Wat kon ons dat merk schelen, warme handen wilden we.
Een van de grote zussen breidde ze met dubbelgaren maar dat vond moeder overdreven: zo wenden we niet aan kou.
Een beetje gelijk had ze natuurlijk wel, van spelen, hardlopen en schaatsen bleef je lekker warm  maar die handen, verstijfde vingers die naderhand tintelden tot je er misselijk van werd en bijna jankte van de pijn.
Enfin, we overleefden alle winters en groeiden rustig door, koud of niet.
Pas bij volwassenheid wierpen haar woorden vrucht af, handschoenen droeg ik hoogstens bij langere fietstochten terwijl mijn man het liefst wollen dekens om zijn stuur zou draaien.
Nu heb ik ze haast nooit nodig.
Komt goed uit.
←Dit is het laatste paar wat ik nog heb: