Zakmes

Er worden meer en meer messen gebruikt door jongeren. Het is al heel lang een geducht wapen,  ik vind ze enger, angstaanjagender zelfs dan een revolver of pistool hoewel me dat ook bang zou maken. Het is, denk ik, het idee van snijden, verminken en pijn.
Toch  was het in mijn kindertijd (jaren 50) heel normaal dat mannen een zakmes bij zich hadden.
Mijn vader, volwassen broer, ooms, neven, buurmannen, allen hadden er een voor zover ik me herinner, ongeacht hun beroep, het was een mannending. Er zullen andere opvattingen zijn geweest , natuurlijk, maar die hoorde je niet.
Ze gebruikten het ding voor van alles. In de tuin, sommigen deden er hun nagels mee, sneden te lange veters door, kapten een slecht sluitende deur ofspeelgoed bij, zolen, vergelijk ze met het duizend-dingen-doekje. Of prutsten zomaar wat aan een mooie tak.
Het was super handig en een uitkomst voor wat moeder zelf niet kon.
Er gebeurde nooit iets sensationeels mee, bij woordenwisselingen werden ze niet getrokken, er werden geen rotgrappen of bangmakerijtjes gemaakt.
Een gewoon zakmes zagen we simpelweg niet als wapen. Niet groot,  meestal een eenvoudig houten heft, het paste in een achterzak.
In het circus was een messenwerpers wel spannend maar je wist dat het veilig was.
Wat je in de krant las over messen als wapens, waren narigheden in de criminele sfeer.

Wel hoorden we over enkele plaatsen die de naam van messentrekkers droegen.
Oss bijvoorbeeld raakte de naam haast niet kwijt.
Dat was een ver-van-ons-bedshow, daarbij dacht je aan grote steekmessen of stiletto’s.
Die kenden we alleen van verhalen.
==