Verdroogd


Dat de hosta’s en varen er zo zwakjes voor stonden besefte ik pas toen ik hun schrale krullen en vellen zag. Waarschijnlijk oud en der dagen zat.
Hadden ze iets menselijk zou ik hun bladeren verven en botox in het lijf spuiten in de hoop ze hiermee een laatste boost te bezorgen maar ze hoefden niet meer.
Ik heb ze regelrecht de kliko ingekieperd en ze met een schep aarde bedekt.
Het is goed zo †.

Ach ja, ook wij gaan, ooit.
Al hoop ik niet te eindigen in een verdroogde achtertuin met mijn voeten in het zand, weerloos tegen de zon. Een strohoed is het minste wat ze me kunnen opzetten. Maar dat weet je natuurlijk niet zeker met het personeelsgebrek in de zorg.
Ik speel met de gedachte een dergelijke hoed te beschrijven en bij de laatste wensen neer  te leggen, mocht er geen voorradig zijn mag een pet ook maar niet achterstevoren.
Stel je de situatie voor, Bertjens met die klep in haar nek. Huiver.
Petrus ziet me aankomen.

Verder deed ik nog meer in de tuin maar daar heb ik het niet over.
Eerst dat laatste beeld zien te verwerken.
De pet verkeerd om…
=

Advertenties

‘Steeds meer ouderen opgepakt’


Voor winkeldiefstallen en openstaande verkeersboetes. Daartussendoor doen ze aan fraude en andere vermogensdelicten, meestal zonder geweld. Niet zo nieuw, dit is al langer gezien. Ook in andere landen is dit gesignaleerd.
Prompt las ik ergens iets over de oorzaken:
‘Armoede speelt een rol’
‘Ze beseffen het vaak niet’
Verder vindt men het ‘onbegrijpelijk‘ waarom meer en meer ouderen zich vaker zo crimineel gedragen.
Nounou, een paar  pientere conclusies. En zo generaliserend.
Uiteraard zijn er arme en verwarde ouderen die zich op het dievenpad begeven. Ook zijn er die schulden/geldzorgen hebben.
Maar is dat werkelijk altijd de oorzaak?
Er is ook nog iets anders denkbaar: Ouderen zijn net mensen.
Er zijn goede en slechte exemplaren en allerlei variëteiten daartussenin.  Ook kleptomanen.
Velen van hen zijn opgegroeid in de jaren vijftig en zestig en hebben de volledige ontwikkeling meegemaakt van onmondig werkpaard tot zelfbewust burger, luisterden naar Stones en Dylan,  een groep wist waar de jointjes te koop waren en het verschijnsel provo was hen bekend. Evenals, later,  het proletarisch winkelen.
Ik vermoed dat verschillenden tijdens hun jongere jaren óók wel eens uit de pas liepen, alleen heette het dan crimineel zonder toevoeging.
En na hun vijfenzestigste zijn ze plotseling een ‘raadsel‘?
Kom zeg.  De brutalen gaan echt niet opeens braaf zitten wezen.  ‘Rot op,’ zegt er een die ik ken, ‘ik heb altijd gejat en dat bevalt me prima.’  Medebejaarden kijken op hem neer; stiekem hadden ze wat graag die kekke spulletjes van hem gekocht.
Als ze maar durfden. 
Gewone mensen dus.