Simon, blind date

Spannend was het.
Al vroeg ze zich af of het verstandig was, een wildvreemde man van wie ze zich geen voorstelling kon maken. R. kon wel zeggen dat hij uiterst betrouwbaar was maar over het uiterlijk hield ze zich op de vlakte. Ze had vooral benadrukt dat ze hem een lieve vriendin gunde.
Ze nam aan dat R wel wist dat ze niet met een broodmagere ribbenkast of een ouwe speknek moest aankomen maar nu, nu ze wachtte en de tijd haar opvrat werd ze zenuwachtig.
Simon was geen slechte naam maar wat als hij scheel omhoog keek? Een bochel had? Extreme stinkvoeten?
Hoe haar houding te bepalen?
Ze zuchtte. Het duurde te lang, zou ze niet beter naar huis gaan? Besluiteloos keek ze rond. Een etalage vertoonde halloweenpakken, de een nog akeliger dan de ander, met puisten en bloed.
Had ze daar maar eerder aan gedacht, een grap was misschien aardig geweest.
Voetstappen naderden, achter haar stopten ze.
Ze draaide zich om en schrok bij het zien van een afstotelijke man.
‘Ga weg, ik wacht op iemand.’ Ze rilde, lelijker masker had ze niet eerder gezien.
Ze staarde naar de vreemde combinatie van gewone kleding bij een zwerenkop met spookogen.
Het wezen keek haar aan. ‘Dat weet ik. Ik ben Simon. Kom, we gaan thuis een glas drinken.’
Kon ze dat wel doen? Iemand die met een griezelmasker naar een afspraak ging, was dat niet raar? Maar R kende hem en zij was vertrouwd.
Onwilig liet ze zich bij de hand nemen.
Hij bracht haar naar zijn woning, noodde haar aan tafel en schonk wijn in.
‘Santé.’
Ze proostten.
‘Wil je je masker niet afdoen? Of is het schmink?’
Hij lachte. Zijn mond trok scheef. ‘Dat kan ik niet doen.’
‘Waarom niet? Dit is geen halloweenparty.’
Hij zweeg.
Ze dronk haar glas leeg en stond op.’Hiervoor ben ik niet in de stemming. Welk adres is dit?’ Ze toetste een taxicentrale in.
Hij gaf het haar en zweeg opnieuw.
Iets in zijn oogopslag raakte haar. ‘Bel me voor een nieuwe date. Oké?’
Hij knikte.
De taxi was er. In een impuls liep ze om de tafel en zoende hem op zijn haar.
‘Dag Simon, tot ziens.’
Even leek het of hij haar tegenhield, ze wachtte, zijn hand viel neer.

‘Hallo R, met mij. Als je nog eens wat weet met die Simon. Ik heb het een kwartier met hem uitgehouden. Hij had een afschuwelijk halloweengezicht en weigerde het weg te wassen, ik….’
‘Ach, ik hoopte toch zo dat je begrip zou hebben.’
‘Waarom? Zijn gezicht willen zien, dat is toch normaal? Is hij zo lelijk?’
‘Hij…’
‘Nou, wat is er dan?’
‘Hij was niet geschminkt.’

Advertenties

Vuurwantsen? Don’twantsen!

En weer (of nog steeds) zitten er vuurwantsen in de grond. Tussen de planten en het grind, in het zand. Ze doen geen kwaad maar ik kijk er van op dat er zovéél zijn.
De eerste keer dat ik ze opmerkte dacht ik een groep oranje knopjes te zien, zo klein waren ze nog. Ze bewogen. Hoe langer ik keek, hoe meer ik er zag, ook grotere exemplaren. Ze lijken op afwijkende lieveheersbeestjes en hebben een grappige tekening  met clownsogen.
Na de eerste schrik heb ik rondgevraagd en gegoogled, veel kwaad kon ik niet ontdekken.
Maar nu ik er een paar over de buitenmuur zag wandelen begin ik het akelig te vinden, nu komen ze misschien binnen. Insecten deinzen nergens voor terug, de kleinste kiertjes onder deuren en ramen proberen ze uit en dan?
Dan stap ik op een kwade dag nietsvermoedend in een schoen vol friemels en nemen ze de luie stoel in beslag.
Dat leuke uiterlijk heeft opeens een heel andere lading.
Gewekt te worden door een colonne gemaskerde beesten op je hoofdkussen, daar is niks leuks an.