Maan 1

Nog drie dagen tot volle maan.
Verlangend staar ik naar buiten. Zwarte  takken in witte lichtbanen wisselen af met schaduwen. Die sfeer, o god, langzaam loopt mijn mond vol.
Met een ruk sluit ik het gordijn en keer me af.
Dit moet niet.
Ik dwing me de tabletten te nemen. Naar bed, ik moet  ontspannen, slapen, sla…ap..
==

Heks zonder maan

‘Oeoeoewaaahhh’, gaapt de heks, ‘ik verveel me suf. Hoe laat is het eigenlijk? Wat, al negen uur? Tijd voor een maanrit.’
Ze maakt er werk van; een lange rok van Vic en Rol , de puntste hoed, een  geurige shot Soir de  Magique  achter de oren -je weet maar nooit wie je tegenkomt-  en  daarmee is ze reisvaardig.
‘Ben je er klaar voor Zwarte?’ Kat knikt.
‘En jij, Kraskop?’ Kraai blijft liever thuis om naar  Vreemde Vogels te luisteren.
Ze zet de bezem klaar, een supermoderne vliegbezem, aëro-dynamisch met aangespitste punt en voorzien van ipad,  iped, ipid, ipod en ipud plus automatisch regenscherm dat zich bij de eerste druppel uitvouwt.
Slechts een magisch password is nodig.
Ze schieten de lucht in.  ‘Hoeiii,’ roepen  ze samen, ‘here we góóó…’.
Hè, heerlijk, denkt ze. Die vrijheid  is nergens mee te vergelijken.  Ze zwaait naar een verlate mus, duikt een cumulusje in.
‘Naar de maan,’ gillen ze.
Dat is een avontuurlijk spelletje, rakelings langs  zijn lichtbol te scheren,  zwaaiend en  kakelend naar de bangerikken op aarde.
Maar, hééé, wat…
Geen maan vandaag? Donkerte is alles wat ze ziet.
‘Wariauw?’   Ook verbaast Kat  zich.
Is het klimaat nu al aan het veranderen? Wacht, dat is natuurlijk een zwart gat, oppassen dat we er niet in donderen.
Ze stuurt de bezem rondom de donkerte, zorgvuldig wegblijvend van de rand.
Het verveelt al gauw.
Is dit alles? Da’s ook niet veel. Mompelend.
Teleurgesteld vliegen ze naar huis.
‘Dat is snel,’    kraakt Kraskop wanneer ze binnenstappen.
‘Er was niks an; een groot zwart gat en volgens mij zit de maan er al in, ik zag hem nergens.’
‘Ach wat, volgende keer beter.’
Ze stalt de bezem, Zwarte  drapeert zich op de bank.
‘Zullen we dan maar een frietje bakken jongens?  Een glaasje  spinnenport erbij?’
Dat doen ze
==

Spionnenpaar, deel 2 en slot.

Het personeel, dat op hun beurt de spionnen bespioneerde, hoorde vreemde geluiden en kwam poolshoogte nemen.
Dat stond het losgeslagen paar niet aan.
‘Opzouten,’ schreeuwden ze aards ‘we willen gewóón worden, als iedereen.’
Geschrokken verzamelden de bedienden zich in de wijnkelder. Zij belden het noodnummer van hun ruimtebaas, tevens proefden ze nieuwsgierig van een paar flessen zodat ze de misdaad precies konden uitleggen. Éven leken er een paar voor de aardse bijl te gaan maar de politiecapsule was al in aantocht.

Het leerzame echtpaar intussen maakte grote vorderingen met het normaliseringsproces.
Hij hing liederlijk op de bank met zijn voeten halverwege de salontafel, een slakom met chips op zijn buik en de kat dwars over zijn knieën. Een pijpje pils bungelde in zijn vingers, de ab in zijn andere hand.
‘Er is geen bal op de tv,’ mopperde hij deskundig.
Zij zat rechtop in een damesfauteuiltje te giechelen en probeerde teut te worden met een fles sherry. Ze aaide de verwaande Afghaan die geërgerd zuchtte. Hij wou maar dat ze goeie kant op streek en die stinksigaret neerlegde, straks verbrandde zijn staart nog, dat stomme ruimtewijf.
Buitenaardsen, het was niks met die lui en het zou ook nooit wat worden.

Plotseling werden de deuren opengegooid. Er waren zwaailichten, het floot, bliepte en tuuttuutte.
‘Hallooo,’ riep zij scheelkijkend naar de zilveren pakken. ‘Gezellig, kommerin.’
‘Gaan we nou al trug?’ vroeg hij, ‘nou wut eindelijk dóór hebben?’
Ze kregen geen ander antwoord dan een hoofdschuddend ingrijpen.
Vastgeriemd op ruimtebrancards lalde het stel de capsule in.
‘En we gane met se alle naar de maan…’ 
-==

Geloven in reïncarnatie?

Nou nee, niet mijn fort. Dus ook geen regressietherapie of iets wat daar op lijkt.
Maanstenen, zonnevlecht? Het zal wel.
Al zijn een paar dingen begrijpelijk. De aantrekkingskracht van de maan op aarde is onmiskenbaar (getijden), niet zo gek dat mensen hierop verder borduren.
Over de zon hoef ik niets uit te leggen, iedereen ziet de grote invloed op klimaat en mensen.
Iets anders is het déjà vu. Een wonderlijk verschijnsel dat ik steevast verklaarde met logische redenen: dat heb je gelezen of gehoord of gezien in films.
Tot ik hoorde van een zwager die voor het eerst in Zwitserland kwam. ‘Hé,’ zei hij, ‘dit ken ik.’ Zijn vrouw voerde alle drogredenen aan maar hij kapte haar verhalen af. Zonder opsmuk of details uit te leggen. Hij herkende het landschap en verder ging hij er niet op in. Stel je voor, een nuchtere Zeeuw die dit zegt.
Hierdoor dacht ik na over het oergeheugen, een discutabel gegeven waarvan je soms leest (op google niet gevonden).
Het zou de oorzaak zijn van fobieën betreffende extreme temperaturen, heet en koud. Denk aan monstervarens, slangen, bevriezingen, insneeuwingen.
Als je bedenkt dat het geheugen een moeizaam onderwerp is waarin je hele leven opgeslagen zit, misschien ook genetisch bepaald is,  dan ga je vanzelf naar herinnerbare vroegere levens.
Wie weet waren we een Cleopatra zo mooi als Liz Taylor.
Jammer dat echtgenoot dat niet meer weet.