Geloven in reïncarnatie?

Nou nee, niet mijn fort. Dus ook geen regressietherapie of iets wat daar op lijkt.
Maanstenen, zonnevlecht? Het zal wel.
Al zijn een paar dingen begrijpelijk. De aantrekkingskracht van de maan op aarde is onmiskenbaar (getijden), niet zo gek dat mensen hierop verder borduren.
Over de zon hoef ik niets uit te leggen, iedereen ziet de grote invloed op klimaat en mensen.
Iets anders is het déjà vu. Een wonderlijk verschijnsel dat ik steevast verklaarde met logische redenen: dat heb je gelezen of gehoord of gezien in films.
Tot ik hoorde van een zwager die voor het eerst in Zwitserland kwam. ‘Hé,’ zei hij, ‘dit ken ik.’ Zijn vrouw voerde alle drogredenen aan maar hij kapte haar verhalen af. Zonder opsmuk of details uit te leggen. Hij herkende het landschap en verder ging hij er niet op in. Stel je voor, een nuchtere Zeeuw die dit zegt.
Hierdoor dacht ik na over het oergeheugen, een discutabel gegeven waarvan je soms leest (op google niet gevonden).
Het zou de oorzaak zijn van fobieën betreffende extreme temperaturen, heet en koud. Denk aan monstervarens, slangen, bevriezingen, insneeuwingen.
Als je bedenkt dat het geheugen een moeizaam onderwerp is waarin je hele leven opgeslagen zit, misschien ook genetisch bepaald is,  dan ga je vanzelf naar herinnerbare vroegere levens.
Wie weet waren we een Cleopatra zo mooi als Liz Taylor.
Jammer dat echtgenoot dat niet meer weet.

Heks zonder maan

‘Oeoeoewaaahhh’, gaapte de heks, ‘ik verveel me suf, tijd voor een maanritje.’
Ze maakte er werk van; een lange rok van Witchie Balmain , de puntste hoed die ze kon vinden, een geurig shotje Soir de Magie achter de oren -je wist maar nooit wie je tegenkwam- en daarmee was ze reisvaardig. ‘Ben je klaar Zwarte?’ vroeg ze de kat. ‘En jij, Kraskop?’  De kraai bleef liever thuis om Vreemde Vogels te bekijken.

Ze zette haar voertuig klaar, een supermoderne vliegbezem, aëro-dynamisch met aangespitste punt en voorzien van iPad,  iPed, iPid, iPod en iPud met zilveren aantrapper plus een automatisch regenscherm dat zich bij de eerste druppel uitvouwde.
Ze prevelde een magisch password en ze schoten weg. ‘Hoeiii,’ riepen ze samen, ‘here we góóó…’.
Die vrijheid, dacht ze,  is nergens mee te vergelijken.  Ze zwaaide naar een verlate mus, dook een cumulusje in, ze genoten.  ‘Joepierrrrr,’ spinde de Zwarte.
Nu  naar de maan om rakelings langs zijn lichtbol te scheren en te zwaaien naar de grote telescopen.
Maar, hééé,  geen maan vandaag? Donkerte was alles wat ze zag.
‘O my God, dat is natuurlijk een zwart gat, ik mag wel oppassen dat ik er niet in donder.’  Ze was weliswaar hedendaags geschoold maar niet bijzonder intelligent,
Ze stuurde de bezem rondom het gevaar, zorgvuldig wegblijvend van de rand.
Ze kwamen niemand tegen en de rit  verveelde al gauw.
‘Is dit alles vanavond?’ dacht ze. ‘Da’s ook niet veel.’
Teleurgesteld vlogen ze naar huis.
‘Dat is snel,’  kraakte Kraskop toen ze binnenstapten.
‘Er was niks an; een groot gat en volgens mij zat de maan er al in, ik zag hem nergens.’
Ze stalde de bezem, Zwarte ging op muizenjacht.
‘Zullen we dan maar een frietje bakken jongens? Glaasje muizenbloed erbij?’
En dat deden ze.

© Bertie