Kerstvoorbereidingen

Met de kerst doe ik iets meer moeite voor het uiterlijk, gasten moeten tenslotte een hele maaltijd tegen je aankijken.
Daartoe is oefening nodig.

Kleurtje hier, lakje daar, misschien gooi ik er nog een paar nieuwe sokken tegenaan.
Een extra bloem in het haar telt niet meer mee. Ik probeerde het met de tak van een kerstster maar de gelijkenis met een jeugdige oma  was te treffend.
De juiste haarkleur is gauw gevonden want maar een klein beetje nodig, in geval van nood kan ik altijd nog een langharige  puppy  op het hoofd binden.
Nagellak blijft achterwege, ik vind het een vreemd gezicht bij het opdienen en afruimen, bij al het keukenwerk. Misschien kan er een huishoudkleurtje op, biogroen met rodekoolpaars of zo.
Ook denk ik aan een carnavalsbril met voorgedrukte ogen maar dan in het serieuze, met de eigen kleur, wimpers aangezet, lijkt me ideaal.
Lippenstift is nog niet aan de beurt en van een kunstneus is geen sprake, er zijn alleen maar ‘lollige’ feest- en clownsneuzen. Als ik nou eens met wat gesmolten was of kaarsevet zèlf een mooi modelletje vorm en roze verf?  Handje sproeten erop? De juiste lijm gebruik?  Heb ik eindelijk dat begeerde eigenwijze neusje.
Hoewel…
…kan ik niet beter een nieuw hoofd kopen?

De rijke en de vrek

Dit stukje herinner ik me van de Lagere School maar weet de juiste tekst niet precies.
Het klinkt als een parabel of gelijkenis, over hebzucht en ijdelheid.
Kent iemand het originele verhaal en de afloop? De moraal? De personen?
Een rijkaard daagde eens een als vrek bekendstaande koopman uit: wie zette de beste maaltijd op tafel?
De rijkaard was als eerste aan de beurt. Hij praalde graag met zijn rijkdom en verzorgde een luxueus diner. Niets ontbrak, de schalen werden doorlopend gevuld met de fijnste spijzen. Tevreden zag hij hoe de koopman zich tegoed deed.
‘Wel,’ vroeg hij tenslotte, ‘denkt u dat u dit kan evenaren?’
De koopman glimlachte slechts.
Op de dag dat hij zelf gastheer was zag de rijkaard dat er niets klaar stond. ‘Wat eten we?’ vroeg hij verbaasd.
‘We halen het zo vers mogelijk in huis. Kom.’
De koopman nam hem mee naar de markt, naar de vishandel.
‘Is de vis vers?’vroeg hij de visboer.
‘Meneer,’ was het antwoord, ‘net gevangen en zo zacht als boter.’
‘Dan kunnen we net zo goed de boter nemen,’ zei de koopman en liep naar de zuivelkraam. ‘Is het goede boter?’ vroeg hij en opnieuw kreeg hij een gunstig antwoord. ‘Meneer, gemaakt van de fijnste olie’.
‘Ja, laten we dan maar olie nemen.’
Bij de oliekraam.  ‘De zuiverste olie meneer,  helder als water.’
Zo gingen ze naar het huis van de koopman met alleen een kan water.
….?

Tango


Het liet me niet met rust.

1, 2, 3, 4, – voet opgooien, of juist naar achteren? Hoe was het ook alweer. Ik zette de pan neer en begon opnieuw. Pom pom pom pom, tarara-rara pom pom pom pom. Ritmisch kokend op meer ge-pompom  maakte ik  de maaltijd.
Het begon vanochtend na het horen van een Malando-liedje. Brave dansmuziek maar die Argentijnse dans beet zich vast in mijn hoofd. Dat heb je soms met muziek.
Etend, afwassend en stoffend pompomde ik de middag door, traplopend met vier treden op en twee terug.  Achter- en voortuintje geharkt, almaar op de maat tot de hele buurt meedeinde en iedereen de straattango deed en meeblèrde: ADIÒÒÒÒS., PAMPA MIA.  Buurhonden huilden mee, Maxima zong haar eigen lied,  het was een feestelijke bedoening.
Ook trok het veel bekijks en  camera’s, er werd gebeld en gefilmd en als de NOS-ploeg zich niet had laten verlokken om mee te dansen was het op het Journaal gekomen.


Voor liefhebers veel oude dansfragmenten in
http://www.amsterdamclubdetango.nl/historia-del-tango-tangoschool-amsterdam-club-de-tango.html

Zen en de kunst van het overdrijven


Het was me het maaltje wel.
De uien waren zo sterk dat ik tranen te kort kwam.
En dan die geslepen messen, ze sneden mèt het vlees de plank aan repen.
Ook de aardappel was bijzonder, er was voor vier personen stamppot van 1 exemplaar. Hij was dan ook gerooid in Grootebroek.
–Dat doet me denken aan de kleding van een zware mevrouw die we daar kenden; als het buiten koud was school het complete gezin onder haar mantel. Ze had 7 kinderen. Haar man dronk om zijn massieve zorgen te vergeten en maakte meteen kennis met meneer Korsakov die hem een handje hielp. Alleen de zware katers bleven een lastig bijverschijnsel, het gebeurde wel dat hij blies tegen de hond die prompt in katzwijm lag door de kwalijke dampen.–
Maar nu over de maaltijd.
Bij de stamppot aten we nu splinterbraadstuk. Heel lang gesudderd want ongaar eikenvlees kan je maag aantasten, zodanig dat er nieuwe loten in je lijf gaan groeien en hoe moet je die dan weer omspitten.
Daarna pudding van verse karnemelk met rozijnen. Daartoe voerden we eerst de koe licht-beschimmeld gras, zeer aanbevelenswaard, pan eronder en karnemelken maar. De rozijnen waren nogal gewoontjes; eerst wilden we ze laten wellen in de koe maar ze zouden te moeizaam uit de spenen komen.We aten ze daarom simpelweg droog  en  baalden er behoorlijk van, het stro was niet aan te slepen.
Dit was de maaltijd van vandaag.