First date

Zenuwachtig loopt Anna heen en weer op het perron, de krant met het boeket in een draagtas.
-Laten we het origineel doen, had Jacob voorgesteld. Niet de geijkte gevouwen krant. We nemen een bos brandnetels, verpakken hem in een oude Telegraaf en daar zwaaien we mee… –
Toen ze het las leek het haar bijzonder geestig.  Telegraaf, brandnetels. 
Nu voelt ze zich voor gek staan. Is dit wel zo’n goed idee?
In gedachten pruttelt ze verder tot een vrouw haar aanspreekt. ‘Sorry, ik zag een bloem uit uw tas steken. Brandnetels?’
‘Oh, eh ja, weer eens wat anders.’ doet Anna luchtig.
‘Oude grap….’
Ach gut, een mannenhaatster.

Reizigers komen in beweging. Paniek speelt op, wat moet ze nou doen?
De deuren openen zich en direct ziet ze hem.
Haar ergernis verdwijnt, ze smelt,  wat een lekker ding. Precies als op de foto’s.
Ze haalt de brandnetels uit de tas en zwaait, zich niet bewust van de vrouw die achter haar staat.
‘Jacob,’ roept ze, ‘hier!’ Hij ziet haar en steekt de hand op maar halverwege het gebaar kijkt hij naast haar, verstijft, keert zich af en verdwijnt. ‘Jacob,’ roept ze weer, ‘hé Jacob.. ‘ Beduusd laat ze het boeket zakken.
‘Ja, kom maar als je durft, klootzak!’ Geschrokken draait Anna zich om en staat oog in oog met de vrouw die haar zojuist aansprak. ‘Honderden euro’s heeft de lammeling me gekost met zijn grappen, hij liet me lachen en dan dokken. Voor etentjes, kostuums, kapper, cadeautjes voor mezelf…’
Furieus keert ze zich naar de conducteur, ‘ik wed dat hij geen kaartje heeft…’  Anna staat doodstil. ‘Jacob??’
‘Brandnetels, kind, in een oude Telegraaf, niet dat geijkte, dat vond ik humor, ik lachte nog harder toen hij  zijn portemonnee vergeten was. Het gebeurde alleen te vaak. De lul.’
De trein vertrekt, met een hartgrondige vloek kijkt ze hem na.
‘Ik bleef achter je staan en jawel, daar kwam hij te voorschijn, knap en lachend tot hij mij zag. Nou, je zag hoe hij schrok.’
Anna knikt, nog bleek van haar eigen schrik.

Meelevend nu kijkt de vrouw haar aan.
‘Zullen we ergens koffie drinken? Als troost?’ Anna knikt nogmaals.  ‘Eerst de brandnetels weggooien.’
Bij de afvalbak staan een paar jongens.
Ze kijken naar het boeket, een van hem steekt zijn hand uit. ‘Gooit U ze weg? Mag ik ze hebben?’
Verbaasd geeft Anne ze. ‘Wat moet je daar nu mee? Ze zijn al verlept.’ ‘Och, weer eens wat anders…’
Ze grijnzen. Anne ook. ‘Geluk ermee.’

Advertenties

Vriendin, laatste deel

De juiste woorden vinden is lastig.
‘Het is altijd wat als ze zo dronken is’ zeg ik aarzelend, ‘ze schold dat ik een rotwijf ben en,’ hem peilend aankijkend, ‘dat jij goed bent in bed
Met een ruk komt zijn hoofd omhoog. ‘ Wat?? Zegt ze dat? Dat geloof je toch zeker niet? Toe, zeg dat je haar niet gelooft….’
Mijn stem trilt. ‘Jack, zij en ik, wij… sorry, we kennen elkaar tot op het bot, we kunnen elkaar bijna lezen. Ze loog niet, Jack.’
Hij zoekt naar woorden, ik ben hem voor.
‘Waarom zij, Jack, waarom die hulpeloze dronken vriendin,’ dring ik aan, ‘omdat ze zo makkelijk te pakken is? Nog steeds een mooie meid?’
Ongemakkelijk kijkt hij me aan. ‘Je zult toe moeten geven dat ze een del is al wil jij het niet inzien, ze daagt mannen gewoon uit.’
Verbijsterd staar ik hem aan. ‘Gewoon? Op iemand neerkijken en dan als prooi nemen? En haar ook nog de schuld geven? Is dat wat je bedoelt?’
‘Doe niet zo onnozel Joos, zo werkt het toch met zulke lui. Ze hebben geen moraal en drinken zich dood. Zo simpel is het.’
Het wordt me rood voor de ogen.
‘Voor mij niet Jac, ik denk daar anders over. Je kunt gaan.’
Nu is het zijn beurt van onbegrip, met grote ogen staart hij terug. ‘Dat meen je niet.’
‘Jawel. Je moet weg.’
‘Laat je onze relatie kapotmaken door dat dronken lor? Is ze voor jou meer waard dan ik? Ze heeft drank nodig, niet een naieve vriendin…’
‘En jou nog minder. Ik mag dan een kutwijf zijn, jij bent een lul. Meer heb je niet te bieden.’
Andermaal probeert hij het. ‘Joosje, zie het eens voor je. Ze zit daar aan de bar te azen op een gratis drankje en bed, dringt zich bijna letterlijk op, hoe denk je dat dat is voor een man? En wat stelt een enkel nummertje nou voor….’
‘Vanavond nog,’ snoer ik hem de mond. ‘Dit is mijn appartement en ik wil je hier niet meer hebben.’
Ik steek mijn hand uit. ‘De sleutels. Meteen.’

Na een paar dagen loop ik een paar kroegen af, ik wil haar vragen bij mij te komen wonen. Misschien kan ik haar pushen, je weet nooit.
Een tip brengt me bij het ziekenhuis waar een verpleegkundige meeloopt naar de IC. Ze haalt de schouders op.
‘Ach mevrouw, ze drinken zich gewoon dood.’

© Bertie

Jeugdverdriet en zo werd je groot

_
Een stok, een stok, met een geruite rok
te ruime bloes
verplicht door Moes
en degelijke schoenen.
Ik huil, ik huil, de longen uit mijn lijf
zo raar te gaan
voor lul te staan
geen kans zelfs om te zoenen?
Een zus, mijn zus, zij troostte me met liefde
‘jij blijft niet dun
je krijgt je fun’
ze schiep me visioenen
en plots, ineens,
werd ik een vrouw
nog ietwat schouw
maar leerde mijn fatsoenen.

© Bertie