Lui


Had je wat?
Het is mijn eigen lig, heb je er last van?
Waar bemoei je je mee?
Aai me liever.
=

Moeilijk doen

Dit zijn dagen waarop je iets anders uit de kast pakt.
De hele dag luieren bij een aangenaam briesje, dat maakt misschien de lust vrij om me door een  lastig boek te worstelen.
Ik zocht een kleine stapel uit en begon.
Het werd niks, ik kon net zo goed met mijn ogen dicht lezen.
Een boek spreekt je aan of niet, de bries maakt ze niet aangenamer. Ze blijven saai, langdradig, humorloos, oninteressant, alle goede wil mijnerzijds hielp me opnieuw niet verder dan enkele hoofdstukken. Waarschijnlijk snap ik ze niet.
Daarbij viel ik telkens in slaap waardoor ik de toch al dunne draad herhaaldelijk kwijtraakte.
Vergeleken bij dit stapeltje is de Kamerplantengids een bron van vermaak.
Na enkele pogingen gaf ik het op en legde de miskende oogst terug in de kast.
Ik wil ze weg doen maar weet niet aan wie, het is bijna een belediging om ze te geven.
In mezelf pruttelend liep een ander oudje me in handen, tja, mooi, daarom ken ik het ik uit mijn hoofd. Uiteindelijk nam ik het bibliotheekexemplaar maar weer op.
Waarom zou ik moeilijk doen.

Voor morgen heb ik andere plannen.
Ik ga hetzelfde doen als vorig jaar en maak een kussenovertrek   
Er ligt nog een grote lap stof.
Je verzint graag wat om de warmte te slim af te zijn.
Tenzij het niet lukt. Te warm, te geen zin, te lui, te suf.
Dan verlies je.
=

2018 is het jaar van de hond

Het volgende zou van toepassing zijn, aldus wikipedia

In de Chinese astrologie worden de volgende karaktereigenschappen toegekend aan mensen die in het jaar van de hond geboren zijn: trouw, loyaal, open, eerlijk, ijverig, direct, opmerkzaam, zorgzaam, verdraagzaam en de kampioen van het goede doel, maar ook cynisch en pessimistisch. Meer een soort heilige.

Mijn geboortedag viel in een hondjaar, het kan ook een honds jaar geweest zijn.
Toen ik nog klein was schreef ik mezelf de meeste van genoemde eigenschappen toe, helaas viel ik herhaaldelijk door de mand.
Ik verraadde een buurmeisje, verloochende een vriendinnetje, was achterbaks tegen klasgenootjes, was lui op school en verwaarloosde kat, hond, kippen en de geit.
Biechten hielp niet meer waarna ik van mijn geloof viel.
Dat luchtte op.
Maar die vele deugden heb ik nog steeds niet.
Het moet een Jaar van de Rothond zijn geweest.

Nette doden

Na een telefoontje over nicht’s  overlijden kwam een onaangename herinnering boven.
Wandelend op een kerkhof zochten we naar het graf van een neef die een maand tevoren gestorven was. Neef leidde een losbollerig leven en stierf jong, meer kwaad viel er niet te vertellen maar het was genoeg, bleek even later.
Er kwam ons een bekend mannetje tegemoet dat om een praatje verlegen zat.
Hij vertelde van zijn vrouw wier steen zo schoon was en dat ze er zo netjes bij lag en hoe goed ze was geweest en meer van dat.
We vroegen of hij wist waar onze neef lag.
Hij viel stil.
‘Bedoel je die van R?’ vroeg hij toen. ‘Ja.’
‘Die zal toch niet op dit veld liggen?’ Verontwaardigd. ‘Zulke horen hier niet.’
Huh? Ik stond paf, werd ook erg kwaad.
Op een kerkhof maak je geen scène dus keerde ik me van hem af. Echtgenoot vroeg nog ‘Waar dan wel?’
Het ventje antwoordde vinnig ‘Plaats genoeg maar niet hier.’
Niet bij de nette doden.
Om te kotsen.

Bovenstaande is nog maar een kleine tien jaar geleden.
Er zijn waarschijnlijk nog steeds mensen die dergelijke opvattingen huldigen.
Stompzinnig volk voor wie ik geen verontschuldiging kan aanvoeren al zijn ze nog zo netjes, kerks of wat dan ook.