De bakker die beroemd wilde worden

_
Wereldwijd gekend worden, dat was wat hij wilde.
Maar waarmee?
Het grootste brood ter wereld?  De dikste baguette? Lekkerste naan?  Zo afgezaagd.
Hij dacht en hij dacht,  en na zeven dagen piekeren kreeg hij een glorieuze  inval: hij zou een droombrood bakken.
– Jippie, riep hij, ik begin meteen.
IJverig als hij was, verzon hij de mooiste dromen en kneedde ze in prachtig deeg.
De broden werden wondermooi en luchtig, tijdens het bakken geurden ze al zo verrukkelijk dromerig dat men de neus omhoog stak want de reuk verspreidde zich naar alle windstreken. Van heinde en ver stroomden er snuffelende mensen naar de bakkerij, belust op het bijzondere brood.
Ze aten en droomden.
Ze aten meer, en meer, want dromen is een van de prettigste en makkelijkste manieren om je in te verliezen.
De bakker werd precies zo beroemd als hij wenste. Hij werd vereerd, geclipt voor YT, FB en andere media en tenslotte aanbeden als de Ultieme Dromenbakker.
Alle broodliefhebbers aanbaden hem om hun eigen dromerige reden.
En dat laatste was nou jammer, want nu noemde iedereen andermans dromen bedrog.

Over slaap

Lekker vroeg naar bed gaan, daar had ik zin in.
Gisteren heb ik het geprobeerd. Het viel niet mee.
Aanvankelijk kroop ik er opgewekt in, luchtiger dan luchtig gekleed en bedekte me met één laken.
Het bleef warm.
Toen zocht ik naar een waaiertje, ik wist dat er een in huis was, ergens, in de krochten van de kelder. Het kwam boven water; ik zette het neer en aan en vlijde me weer neder, nu in verkoelende stromen.
Het was verrukkelijk maar bracht me niet in slaap want het bleef te licht.
Weer opstaan en het afgewezen dekbed over de gordijnen gedrapeerd. Het werd schemerig, best wel romantisch, eigenlijk een beetje té.  Slapen? No way.
Ik belde de verduisteringswinkel en vroeg om raad. Ze hadden slechts zwart fluweel te bieden, overgehouden van een ouderwets lijk. Nee dank U.
In wanhoop whatsappte ik de zon: kan het niet wat minder? “Zeur niet zo” , zei-t-ie.  De slome.
Het werd niet donkerder en plotseling kraaide een haan.
Ik lag nog steeds met die luchtiger dan luchtige bedjurk  in een romantische schemerkoelte.
Geen idee hoeveel ik hier van gedroomd heb.