Psychologie van de kouwe grond

Het valt niet mee iemand te beoordelen. Eigenschappen en gedrag overlappen elkaar,  hangen met elkaar samen, dat is moeilijk, bijna niet te doen. Althans, niet voor een leek, psychologie is niet voor niets een universitaire studie al schijn je op HBO-niveau ook terecht te kunnen.
In het dagelijks leven is een dosis gezond verstand meestal voldoende en met wat empathie en  achtergrondkennis kom je een heel eind bij problemen.
Is er met iemand iets bijzonders aan de hand wordt het anders. Dan laten de  ‘kenners’ zich graag horen,  zij snappen alles van oorzaak en gevolg en leggen het graag uit.
Enkele voorbeelden: werkende moeders zijn zelf de oorzaak van scheefgroeiende kinderen. Of: kantoorpikkies zijn luie lapzwansen, anders hadden ze wel een vak geleerd.
Kenners zijn ook heel stellig in hun beweringen.‘Vertel mij wat,’ wordt er vaak achteraan gezegd.
Volgend voorbeeld is niet verzonnen. Een van hen zat bij ons aan de koffie.
We kletsten wat, over de zorgen van kennissen om hun zoon die de weg kwijt was, jointjes, bier, slechte pad. ‘Logisch,’  volgens de kenner, ‘de jongen is door en door verwend.’  Tja.
In hetzelfde gesprek kwam het kind van een ander ouderpaar ter sprake met vergelijkbaar gedrag.‘Logisch,’ aldus de betweter, ‘het kind  werd veel te kort gehouden, ze mocht niks.’
Dan sta je paf.
Niet eens doorhebben dat hij zichzelf tegensprak, niet kunnen uitleggen waarom beide oorzaken hetzelfde gedrag veroorzaakten, alleen maar die zelfverzekerde logica.
Het vragen om uitleg heb ik afgeleerd.
==

Nog even over die voortsnellende tijd

Die probeerde ik in te halen en wat denk je?
Werd ik wakker met ijsbloemen op het raam en bijna bevroren voeten.
Was ik hem gepasseerd.
Dat geloof je toch niet?
In paniek belde ik het KNMI waar ze me uitlachten. ‘Mevrouw, U droomt. Trek warme sokken aan en slaap lekker door.’
‘Neenee, het is de tijd. Die heb ik ingehaald, wie weet hoeveel ik nu voor lig, misschien ga ik straks dood of zo.’
Ze hingen op.
Tja, logisch denken was de enige optie die ik kon bedenken.
Langzaam als een luiaard bewoog ik me de rest van de dag, at traag een lunch (oude slak met druppelsaus) en kookte slow food.
Hap-je na hap-je na hap-je…
En eindelijk, de middag was al bijna om, werd het warmer, de zon draaide naar westzuidwest. Hij scheen en verwarmde mijn koude voeten. De tijd versnelde.
De vorst verdween.
Hij zwaaide nog.

Oud en wijs genoeg? Vergeet het maar.

‘Wat  moest ik ook alweer doen in de keuken?  Uhm… o ja, de koffiemelk pakken.’
‘Ik weet toch zéker dat ik hier die sleutels heb neergelegd.
‘Ga ik voor brood naar de winkel, vergeet ik het alsnog.’

Van die dingen. Niet dagelijks maar het wringt.
Was ik blij dat ik bij het volwassen worden eindelijk niet meer die doos-zonder-deksel was (mijn moeders woorden), ga ik nu weer terug in de tijd.
Om bang van te worden.
Het is dat ik veel mensen ken die hetzelfde meemaken en toch gezond ouder worden, anders zou ik ernstig denken aan een naargeestige nabije toekomst: een reisje back to basic.
Dementie.
Het is een schrikbeeld. Het kost me moeite om niet iedere kleinigheid te interpreteren als een aanwijzing in de trant van ‘Zie je wel? Daar heb je het al.’ Daarom houd ik me voor dat het logisch is.  Alles slijt, het geheugen ook. Je kunt minder onthouden.
Daar klamp ik me stevig aan vast.
Aan dit, eh, aan wat ook alweer??