Slot. Lieftallige Lina droomt door

Maar, wat gebeurde daar?
Een blauwe bus scheurde de hoek om, stopte bij de geluidswagen en met een noodgang sprongen er mannen uit in witte jassen, injectienaalden spuitklaar. De veelkleurige schrompelde en piepte ‘the party’s over, omg…’
Met grote ogen keken de vriendinnen toe, ze zagen hoe de  inzittenden uitstapten, geroutineerd een arm met opgerolde mouw aanbiedend, sputterend dat het in cuckoo’s nest heel anders ging. En verdomd, een van hen had die donkerbruine tochtlatten en een babyface.
De mannen in wit grijnsden en werkten allen het busje in, onverbiddelijk. Ze wuifden naar de meisjes die ademloos hadden toegekeken en niet wisten hoe ze het hadden.
Behalve Lieftallige Lina, ze zwaaide als een gek naar de tochtlattige. Ze rende naar de chauffeur, rukte het portier open en riep: ‘een handtekening please, van die ene, alstublíé-hieft.
‘Huh? Pas maar op wijfie, straks neem ik jou ook mee.’ Lachend trok hij de deur dicht en reed weg. Lina bleef verbouwereerd staan, haar ogen vol tranen.  Zo dichtbij en dan dit. Ze liet een snik.
Dora en Tiny vonden hun stem terug, humeurig keken ze het busje na. Wat een afgang, voor de gek gehouden door een paar ontsnapten.
Van de andere kant: het was een bijzondere gebeurtenis waarmee ze eer konden inleggen bij iedereen om te beginnen bij tante Erica. Die was immers verzot op vreemde mensen en hun gewoonten.
Ze bekeken de achterblijver.
‘Dat karretje zou mooi staan in mijn weitje met paardenbloemen.’  Dora 3 bekeek het ding keurend.
‘Ideaal als achtergond bij een hippiefilm.’ mijmerde Bleue Tiny.
Lina zei niets, ze leunde dromerig tegen de veelkleurige geluidswagen, een en al lieftalligheid. Ze streek liefkozend over de geknakte luidspreker die nu zachtrood werd.
‘Je was goed,’ fluisterde ze, ‘het was best een leuke film. Jammer dat hij zo kort was maar ik heb Elvis’ kleinzoon in het echt gezien.’
.
© Bertie

LunaLina


Weemoedig kijkt Lina naar Aarde.
Het schijnsel van de grote bol intrigeert haar. Het zijn verhalen van de ouden, waarvan de impact groter is dan waarschijnlijk de bedoeling was.
Ademloos luistert ze  naar herinneringen die worden opgehaald, over eindeloze dance-events met superDJ’s,  hot games  en smartphones,  scholen die spelenderwijs lesgaven via levendige schermen,  strandfeesten in Maanlicht en wild trips met vergezichten die niet onderdeden voor reality-clips.  Fantastische blingbling.
Zelfs het vervolg,  dat het Aardse geluk een zeepbel bleek en poenige providers en incompetente regeringen de boel in elkaar lieten donderen en de mensen gedesillusioneerd achterlieten, ook dat vindt ze romantisch. Ten onder gaan met een geliefde,  samen,  in flitslichten en dancings en games, moet super zijn.
De avondklok luidt en ze zucht.
Nog één maal kijkt ze naar de hemel, dan draait ze om en gaat naar huis.

Een oud plannetje duikt op. Als ze zich in een van de pendelboten weet te verbergen,  in een voorraadruim waar de juiste pakken en zuurstofvoorzieningen zijn opgeslagen, wat kan haar dan gebeuren?  Ze zullen haar heus niet overboord gooien als ze ontdekt wordt.
Ze verkent de starthaven en dubt. De New Age? Of de Old Mac? Ze denkt even en besluit te gaan.
De Old Mac vertrekt als eerste. Gehuld in een bijna onzichtbaarmakend  fiberpakje weet ze zich naar  binnen te smokkelen en te verstoppen in een ruimtepak.
Bijna stikkend van spanning doorloopt ze de fases van start, reis en landing; daarna luistert ze naar wegstervende geluiden en durft te voorschijn te komen.
Steels zoekt ze de uitgang en lift naar beneden.
Yes! Ze staat op Aardse bodem.

Er is niets greats aan.
Ze begeeft zich verderop  waar ze een stad ziet. Ook daar geen blits, geen lights, geen music. Hier en daar een paar mismoedige figuren die somber voor zich uit staren. Ze zien er chagrijnig uit. Een vrouw klampt haar aan en vraagt wanhopig: ‘Kom je van Maan? Hebben ze daar al verbinding? Please…’
Lina vlucht, ze wil niet geloven dat het zo erg is en zoekt andere straten maar overal vindt ze dezelfde troosteloze mensen die hun ziel en zaligheid verloren in de ether.
Ze begrijpt nu wat de ouden bedoelen met desillusie.
Ze is blij dat ze geen geliefde heeft om mee ten onder te nemen.

Stilletjes kruipt ze terug in haar verstekelingenplek en reist naar huis.
Daar staart ze weer naar Aarde,  met een wetende blik.
Nu staat ze met beide benen op de maan.

© Bertie