kat

Katten

kat-3657283__340
Ik houd van ze.
Onze vroegere honden waren ook lief hoor. Maar ja, het waren, eh, nou ja, honden.
Lief, trouw, bezitterig, ze konden je zo afwachtend aankijken met die aandoenlijke ogen. Ze deden denken aan de echtgenoot die je ouders het liefst als schoonzoon zagen.
Wat ouders als schoondochter voor ogen hadden weet ik niet maar zeer zeker geen kat.
Niet dat ik op een kat leek. Ik ging niet ’s nachts de hort op, eiste nooit de beste plek in de vensterbank. Vogels lustte ik niet.
Wel had ik graag op ze wíllen lijken. Niet alleen om hun onnavolgbare gratie, het is hun eigenzinnigheid die ik bewonder.
Katten gaan ver daarin. Ze verruilen van honk zonder zich voor de gevolgen te interesseren, gaan terug – of niet-  als het ze uitkomt.
Je begrijpt: dat zou ik niet doen.
Maar die onafhankelijkheid, zich niets van iemand iets aantrekken.
En niet opzichtig uitdagend, gewoon hun gang gaan.
Het gebrek aan plichtsgevoel, dat is des kats.
Het lijkt me bevrijdend.
==

baby

‘Toen jij geboren werd…’


Veel mensen kennen het.
‘Je was zo schattig, grappig, lief,’ fijn om te horen.
Ook niet onaardig als het wereldgebeuren erbij werd gehaald: ‘Toen brak de oorlog pas goed los…’ Nogal dubieus maar nog altijd beter dan wat een vroegere kennis vertelde, waar we met verbazing naar luisterden.
‘Mijn dochter was niet mooi maar natuurlijk durfde niemand dat te zeggen. Stonden ze boven de kinderwagen. Je zàg ze denken: wat een mormel. Dan was het ‘ach, alle babietjes zijn lief’. Iemand vroeg of ze gezond was. Een ander zei dat ze maar lekker onder de wol moest blijven, hahaha….
Ze deed het als grappig voorkomen.
Of het dat ook was? Ik weet niet, het kwam gemaakt over.
Dat de betreffende dochter er zelf bij zat vonden we genant.
Ze lachte verveeld,  had het verhaal al vaak gehoord.
Te vaak, wellicht.
==

knuffelen

Knuffelen, voor de gemankeerde man

Ergens las ik eens:
Knuffelen voorkomt oorlog, is energie-vriendelijk; het bespaart warmte.

Het stond in een oud boek dat knuffelen aanbeval.
Zoetig maar het doordenken waard.

Nu #metoo aandacht schenkt aan ongewenst mannengedrag is het misschien tijd om  bedoelde mannen op andere gedachten te brengen, het idee om hun testosterongehalte leren in te tomen door knuffelen te overwegen.
Het is duidelijk dat hun hersenen een manier van fatsoenlijk denken niet aan kunnen, zelfbeheersing wordt niet begrepen, opschepperij in groepen heet mannelijk, kortom,  de houding van deze groep  doet aan apengedrag denken. Die hebben ook geen verstand behalve van hun eigen libido.
Je ziet een gorilla voor je die ‘oeba-oeba’ roept en zichzelf op de borst trommelt: ik had haar!
Welnu.
Het begrip ‘knuffelen’ is niet moeilijk te begrijpen, zelfs een hitsige man zal het snappen.
Wanneer hij seksuele aandrang voelt of zich overvallen waant  door vrouwenvlees hoeft hij zijn hersens maar een heel klein beetje te gebruiken om aan knuffelen te denken. Dat moet zelfs een ongeremde seksist kunnen opbrengen.
Hij zou zich kunnen trainen hierop.
Te beginnen bij gelijkgestemden.
Denk je de voordelen eens in, een vredelievende Trump!