Overtollige boeken bewaren. Of niet.

Er bestaan onnoemelijk veel boeken. Een piepkleine fractie daarvan las ik en dan het liefst op papier. Nog steeds.
Maar sinds Internet kijk ik minder en minder in de papieren woordenboeken en naslagbundeltjes.
Ze staan hier maar te staan, het mooie is al jaren verdwenen en afstoffen doe ik met de plumeau, één haaltje volstaat. Meer eisen stellen ze niet.
En dan liggen er nog een paar enorme exemplaren onderin de kast die na mijn dood waarschijnlijk hun eigen dood tegemoet gaan.
Een R.K. Bijbel, Nostradamus’ kwatrijnen, een naslagwerk van mijn geboorteplaats en twee ingebonden Katholieke Illustraties van de jaren 1948 en 1950.
Loodzware brokken, ze zouden als fundering kunnen dienen.
Af en toe vraag je je af: wat moet je daar nu mee. Gooi ze toch weg.
En dat is het punt: dat kan ik niet.
Nog wel die honden-, katten- en plantenbundeltjes maar niet de ‘echte’ boeken.
Maar voor het geval ik dat onwaarschijnlijke besluit toch neem heb ik een fotootje gemaakt. Om bij te grienen als ik ze mis.

Advertenties

Tijdverdrijf.


Wanneer de ochtend naadloos overgaat in middag en de avond onmerkbaar verglijdt in de nacht lijken dagen eindeloos.
Het lot van veel thuiszittenden die deze uren moeten zien door te komen.
Hobby, Internet, kranten en tijdschriften zijn daartoe het meest voor de hand liggend evenals radio en televisie.
Goede zaak maar er is nog steeds een onovertroffen middel dat al heel lang dienst doet:
een boek.
Een doodgewoon boek, in papier- of in E-vorm.
Met beide uitgaven mag je rekenen op het doorbreken van verveling. Welbeschouwd lijkt het boek hiervoor te zijn uitgevonden.
Als lering of vermaak, dat maakt niet uit.
Denk je eens in, ’s morgens verdiept te zijn in geschiedenis, ’s middag overgaand op een vlammend liefdesverhaal en de avond doorbrengend onder hoogspanning met terroristen, moordenaars en andere aangename gruwelen.
Kan iemand zich een betere dagvulling wensen?
Bijkomend voordeel is dat je ontbijt en lunch al lezend kan nuttigen, dat schiet op. Tijdens het avondeten bouwt het leesgenot zich zelfs nog verder op. Te weten dat het boek opengeslagen klaarligt en de cliffhanger popelt om te worden ontrafeld, vermeerdert de verwachting.

Mocht er geen boek naar tevredenheid voorhanden zijn is er nog een andere mogelijkheid: schrijf er zelf een.
Er zijn legio hulpmiddelen. Google op ‘schrijven’ en er verschijnen voldoende hits met aanwijzingen.
De kans om een goed/groot/veelgelezen/geliefd/rijk/beroemd auteur te worden is gering maar de tijd verstrijkt zonder verveling.
Al de fantasie die moet verwoord, herinneringen die moeten worden geschreven.
Je zou tijd te kort komen.
==

Het nieuwe schrijven en lezen, maak Uw eigen verhaal.

 

Een boek schrijven,
daar dromen velen van.
Maar de lengte van een verhaal…
we kennen allemaal het probleem:
dat krijg ik nooit voor elkaar.
Tot vandaag.
Slechts de hoofdstukken zijn aangegeven.

De opzet is voldoende, lezers vullen zelf de tekst in.
Ze laten hun fantasie werken en
krijgen ieder hun persoonlijke verhaal.
Zie het voorbeeld.

Handig is ook dat de volledige tekst past op een memosticker.
Succes!
1 Helaas haperde de fantasie..

2 ..haar geest was leeg. Ze stierf.

3 Zoon nam het over maar wist ook niks.

4 Hond schudde resoluut van ‘nee’. ..

5 ..hij liet niks los…

6 ..over het blauwtje dat hij liep…

7 .. bij het teefje van de buren.

8 Toen keek zoon de schildpad aan.

9 Een bizonder traag beest…

10 …dat zich afkeerde, langzaam maar zeker..

11 …en daarmee einde verhaal aangaf.
-==

Even dit

Mijn vorige weblog Bittytje gaat er nu definitief uit, ze ligt al zo lang op apegapen dat ik er onderhand meelij mee krijg.
Van de inhoud gooi ik het meeste weg, enkele logjes bewaar ik of plaats ik hier. Dan zet ik de datum erbij.
Ze zijn ongeveer drie jaar oud.
Wie ze zich nog herinnert of te gedateerd vindt:  lezen is nooit verplicht.
==

Schemeren

Daar houd ik van.
Je zult niet vaak de grote plafondlampen zien branden in onze huiskamer. Die zijn zelden nodig, voorheen alleen gebruikt voor spellen of feestmaaltijden.
Er is één voorwaarde: ik moet genoeg licht hebben om te lezen, schrijven of om iets anders te doen. Ik zou niet weten wat ik moest beginnen als ik alleen maar kon zitten en tv kijken, ook het spelen met Internet ben ik af en toe beu. En dan zit je maar te zitten.

Je kunt best schemeren met voldoende licht als je het maar goed verdeelt. Om die reden hangt/staat er in bijna elke hoek een lamp. Samen met de tv, het licht dat uit de keuken valt en eventueel een paar kaarsen is het een goede verhouding. Geen duistere plekken.
‘Licht spreidt gezellgheid’ was een oude reclameslogan die helemaal waar was. Het is stemmig.
In dit verband herinner ik me het zuinige gedoe van vroeger. Te kleine peertjes in gang, kelders en wc, na gebruik on-mid-del-lijk uitdraaien want weet je wel hoeveel stroom dat kost? Wat was ik bang, grote schaduwen die met je meeliepen. Een belangrijk aspect i.v.m licht.
Vaak moest de grote lamp aan, er werd gebreid, sokken gestopt, gelezen of gekaart en dergelijke. Maar dan moesten de kleine schemerlampjes uit. Scheelde in stroom.
Uiteraard snap ik het wel. Lage inkomens, geen ledlampen, meestal 1 loon per gezin.
Later werd het financieel beter, toch bleef de zuinigheid en werden ze er rijker van?
Welnee, het was een gewoonte die je in veel huishoudens zag.  Bijna een traditie.

De stroomkosten van het huidige witgoed liggen heel wat hoger, daar let ik op maar dat heeft niets met schemeren te maken.
Trouwens, was- en vaatwasmachines kunnen in het donker draaien.
Alleen met stofzuigen lukt het niet zo goed.
Dat doe ik daarom overdag.
==

Bril


Leesbril kwijt, dan valt er niet te tabletten. Nou ja, bij de laptop ligt een andere.
Daar viel telkens een glas uit, verdorie. De volgende, uit de keuken.
Geloof het of niet, de steker brak af, nou zeg, ze moeten me wel hebben. Nog één kans en dat is de bril naast bed.
Wat, ook al kwijt? Nee, geplet tussen matras en ledikant en, natuurlijk, gebroken.
Vier exemplaren en niet kunnen lezen, hoe krijg ik het voor elkaar.
Zonder leesbril ben ik onthand, alleen krantenkoppen en grote letterreclame begrijp ik. Op de laptop is tekst te vergroten maar op een minischermpje is dat ondoenlijk met lange zinnen.
Van alle gewoongeworden dingen is de leesbril (en -loep) een van de beste uitvindingen.
Stel je voor, nooit meer te kunnen lezen en puzzelen, een ramp, ik zou de laatste cent overhebben voor Drion.
Handwerkers en -sters zijn uitgehobbied, veel mensen van middelbare leeftijd stoppen met werken, knollen worden voor citroenen verkocht, politici tekenen verkeerde wetten, lesgeven is alleen voor veertigminners, je koopt de verkeerde wijn of een rare jurk,  de lijst is eindeloos.

Enfin, met de verrekijker kroop ik in en door en onder alle hoeken en stoelen en vond uiteindelijk de zoekgeraakte, de ene die nog heel is.
Nu kan ik de andere drie repareren.

Ongeveer beter


Bekomen van de val, napijntjes, Trump, commentaren op en verklaringen  over zijn kiezers, ben ik weer bij de tijd. Nou ja, ongeveer .
Veel spotprenten kwamen langs, de schrijdende gang van Melania viel me op.  Liever had ik Clinton gezien maar als a-politieke leek denk ik dat de VS toch wel doordraaien en wij in hun kielzog ook.

Een paar dagen zonder Internet is goed te doen als je meestentijds op de bank ligt of hangt. Interesse voor medebloggers is er niet, sorry(komt goed), koffie en paracetamol hadden voorrang.
Intussen bleef ik voldoende wakker om dit boek te lezen,  ‘Het vergeten seizoen’ van Peter Delpeut.
Dat was genieten; mooi geschreven met hier en daar uitgebreide gedachtegangen, toch spannend.  In eerste instantie vreesde ik een vroom heiligenverhaal maar het is verre van dat, juist heel werelds.

Over de inhoud zegt de achterflap:↓

Toen je naar de grote school mocht…

..piekerde je er wat af, het was een opluchting te leren lezen en spellen. Begrip kwam later pas.

Is het nu…
elastiek  of   helastiek
kennen  of   kannen
strooien kont  of  strooi je kont
ouwe oer  of  ouwehoer
permanent  of  purmerend, wat waren de krulletjes en wat de plaats?
heien  of  haien
singebel  of  sjingebel
amors bijl   of  amors pijl
en meer van  dat.

Erbij zijn, of niet


In een van de vorige reacties klaagde ik dat je veel mis loopt wanneer je in een klein dorp woont.
De klacht is natuurlijk niet helemaal terecht.
Het is niet alleen het dorp waar je woont. Omgeving, religie, afkomst, gezin, schoolsoort, het speelt allemaal mee, vooral in de beleving  van een jong mens.
Het is een beschermend minimaatschappijtje dat weliswaar (te) hecht kan zijn maar de wereld daarbuiten nooit volledig afsluit. Daarvoor is ons land letterlijk te klein nog afgezien van de overvloedige informatie die voorhanden is.
Het meest veelzeggend is de eigen inbreng. Aard en aanleg.
Als iemand het leven over zich heen laat komen, om welke reden dan ook, gebeurt er inderdaad niets.
Lezen over interessante geschiedenis, manifestaties, theater, mode, kunst, noem maar op, is een prettig tijdverdrijf and that’s it.  Men kan er hoogstens mooie gesprekken over voeren.
Maar die buitenwereld mee-beleven, al is het maar via een ingezonden  commentaar of het vormen van een gespreksgroepje, dat moet uit iemand zelf komen.
Je kunt je dorpje niet overal de schuld van geven.