bibliotheek·boekenkast

Bieb bieb hoera

Per 31 augustus

  • Maandag: 14.00 – 17.00 u
  • Dinsdag: 14.00 – 17.00 u
  • Woensdag: 14.00 – 18.30 u
  • Vrijdag: 14.00 – 17.00 u.
    Bijna zoals het was.
    Voldoende om mijn eigen  uitgekauwde boekenkast met rust te laten en nieuw werk te lezen, te lezen, te lezen,
    te lezen…
    ===

 

 

hemelvaart

Plakkerige gedachten

Vandaag was ik in de hemel.
Heel kort en het zal niet waar zijn geweest. Maar toch.
Ik zat buiten. Lezend, cryppend, berichtjes uitwisselend.
Langzamerhand werd het warmer of benauwender, het verschil was niet duidelijk.
Tussen zes en zeven uur steeg de plakkerigheid ten top, in de lucht zat onweer die niet opschoot. Het voelde raar, ik dacht dat ik ter plekke zou verwateren -met de warmte drink ik fles na fles-  en besloot naar binnen te gaan, in elkaar zakken op de bank is veiliger. Met  bibberbenen stond ik recht, meende te vallen, en –
– werd gered door een zijdezacht zuchtje wind, zo aangenaam dat ik niet wist dat zoiets bestond.

Natuurlijk overdrijf ik
Ik werd gewoon even niet goed van de warmte en verbeeldde me dood te gaan. Had waarschijnlijk net een verkeerde boek gelezen, je hebt je gedachten niet altijd in de hand.
Stel je voor,  Bertjens Hemelvaart.
==

boek

Lezen?

Daar bewegen er nauwelijks in zit en de bibliotheek op halve kracht draait zocht ik in de boekenkast. Je moet toch wat.
Ik stuitte op een vergeten exemplaar waarvan ik nooit heb geweten hoe het hier terecht kwam. Adem van Geluk, een bundel van Leni Saris, Jos van Manen-Pieters, Henny Thijssing–Boer.  Weer  gauw weggemoffeld.
Ik vond het boek van Daniel Kehlman, Het meten van de wereld.
Vreselijk ding.
Hierin ben ik talloze malen begonnen en even zo vaak mee gestopt.
De oubollige humor is te tergend om te vermaken en van personages’ wetenschap snap ik niks.
Ik zocht verder maar het regende opeens.
Vlug een stoel naar buiten, vol verwachting het gezicht omhoog.
Tja.
Net zat ik in positie toen het blikte.
Donder er achteraan. Paar hagelstenen. Grrr.
Narrig stond ik voor de kast.
Geen goed boek.
Geen buitendouche.
Geen pistool.
Pling. Buurvrouw redde me met een grap.
==
coronatijd

Coronatijd

Je bent wel eens klaar met wandelen, lezen, appen  en tuinen.
Vandaag grote schoonmaak voor de ramen, een mens moet toch wàt.
Voor, achter, bovenramen en die op de vliering. Aanbouw met veel glaswerk.
Daarna die van schuur, garage en alle deuren waar glas in zit.
Ik werd er helemaal high van en betreurde het gemis van ramen in de kelder.
Maar er waren spiegels en zowaar nog een glazen lampenkap en ik herinnerde me het deurtje van de magnetron.
Toen was het klaar.  In de betekenis van helder.
Serieus, in lang niet zoveel licht in huis gehad, ik herkende de inrichting niet en in de spiegel kwam ik een vreemde tegen. Het wende gauw.
Wat nu, dacht ik, de smaak te pakken en het werk op?
Mijn oog viel op de schermen.
Televisies, telefoons, tablet, reader, laptop, oude gsmmetjes.
Bij de potjes specerijen en bloemvazen kwam ik tot bezinning.
Dat overdreven gepoets, nergens voor nodig, deden we vroeger ook niet en meer van dat gemompel in mezelf.
Morgen doe ik het anders.
Ik neem de stofzuiger en….
Coronatijd.
===

boek

Overtollige boeken bewaren. Of niet.

Er bestaan onnoemelijk veel boeken. Een piepkleine fractie daarvan las ik en dan het liefst op papier. Nog steeds.
Maar sinds Internet kijk ik minder en minder in de papieren woordenboeken en naslagbundeltjes.
Ze staan hier maar te staan, het mooie is al jaren verdwenen en afstoffen doe ik met de plumeau, één haaltje volstaat. Meer eisen stellen ze niet.
En dan liggen er nog een paar enorme exemplaren onderin de kast die na mijn dood waarschijnlijk hun eigen dood tegemoet gaan.
Een R.K. Bijbel, Nostradamus’ kwatrijnen, een naslagwerk van mijn geboorteplaats en twee ingebonden Katholieke Illustraties van de jaren 1948 en 1950.
Loodzware brokken, ze zouden als fundering kunnen dienen.
Af en toe vraag je je af: wat moet je daar nu mee. Gooi ze toch weg.
En dat is het punt: dat kan ik niet.
Nog wel die honden-, katten- en plantenbundeltjes maar niet de ‘echte’ boeken.
Maar voor het geval ik dat onwaarschijnlijke besluit toch neem heb ik een fotootje gemaakt. Om bij te grienen als ik ze mis.

boek·tijd

Tijdverdrijf.


Wanneer de ochtend naadloos overgaat in middag en de avond onmerkbaar verglijdt in de nacht lijken dagen eindeloos.
Het lot van veel thuiszittenden die deze uren moeten zien door te komen.
Hobby, Internet, kranten en tijdschriften zijn daartoe het meest voor de hand liggend evenals radio en televisie.
Goede zaak maar er is nog steeds een onovertroffen middel dat al heel lang dienst doet:
een boek.
Een doodgewoon boek, in papier- of in E-vorm.
Met beide uitgaven mag je rekenen op het doorbreken van verveling. Welbeschouwd lijkt het boek hiervoor te zijn uitgevonden.
Als lering of vermaak, dat maakt niet uit.
Denk je eens in, ’s morgens verdiept te zijn in geschiedenis, ’s middag overgaand op een vlammend liefdesverhaal en de avond doorbrengend onder hoogspanning met terroristen, moordenaars en andere aangename gruwelen.
Kan iemand zich een betere dagvulling wensen?
Bijkomend voordeel is dat je ontbijt en lunch al lezend kan nuttigen, dat schiet op. Tijdens het avondeten bouwt het leesgenot zich zelfs nog verder op. Te weten dat het boek opengeslagen klaarligt en de cliffhanger popelt om te worden ontrafeld, vermeerdert de verwachting.

Mocht er geen boek naar tevredenheid voorhanden zijn is er nog een andere mogelijkheid: schrijf er zelf een.
Er zijn legio hulpmiddelen. Google op ‘schrijven’ en er verschijnen voldoende hits met aanwijzingen.
De kans om een goed/groot/veelgelezen/geliefd/rijk/beroemd auteur te worden is gering maar de tijd verstrijkt zonder verveling.
Al de fantasie die moet verwoord, herinneringen die moeten worden geschreven.
Je zou tijd te kort komen.
==

boek

Het nieuwe schrijven en lezen, maak Uw eigen verhaal.

 

Een boek schrijven,
daar dromen velen van.
Maar de lengte van een verhaal…
we kennen allemaal het probleem:
dat krijg ik nooit voor elkaar.
Tot vandaag.
Slechts de hoofdstukken zijn aangegeven.

De opzet is voldoende, lezers vullen zelf de tekst in.
Ze laten hun fantasie werken en
krijgen ieder hun persoonlijke verhaal.
Zie het voorbeeld.

Handig is ook dat de volledige tekst past op een memosticker.
Succes!
1 Helaas haperde de fantasie..

2 ..haar geest was leeg. Ze stierf.

3 Zoon nam het over maar wist ook niks.

4 Hond schudde resoluut van ‘nee’. ..

5 ..hij liet niks los…

6 ..over het blauwtje dat hij liep…

7 .. bij het teefje van de buren.

8 Toen keek zoon de schildpad aan.

9 Een bizonder traag beest…

10 …dat zich afkeerde, langzaam maar zeker..

11 …en daarmee einde verhaal aangaf.
-==

weblog

Even dit

Mijn vorige weblog Bittytje gaat er nu definitief uit, ze ligt al zo lang op apegapen dat ik er onderhand meelij mee krijg.
Van de inhoud gooi ik het meeste weg, enkele logjes bewaar ik of plaats ik hier. Dan zet ik de datum erbij.
Ze zijn ongeveer drie jaar oud.
Wie ze zich nog herinnert of te gedateerd vindt:  lezen is nooit verplicht.
==

Geen categorie

Schemeren

Daar houd ik van.
Je zult niet vaak de grote plafondlampen zien branden in onze huiskamer. Die zijn zelden nodig, voorheen alleen gebruikt voor spellen of feestmaaltijden.
Er is één voorwaarde: ik moet genoeg licht hebben om te lezen, schrijven of om iets anders te doen. Ik zou niet weten wat ik moest beginnen als ik alleen maar kon zitten en tv kijken, ook het spelen met Internet ben ik af en toe beu. En dan zit je maar te zitten.

Je kunt best schemeren met voldoende licht als je het maar goed verdeelt. Om die reden hangt/staat er in bijna elke hoek een lamp. Samen met de tv, het licht dat uit de keuken valt en eventueel een paar kaarsen is het een goede verhouding. Geen duistere plekken.
‘Licht spreidt gezellgheid’ was een oude reclameslogan die helemaal waar was. Het is stemmig.
In dit verband herinner ik me het zuinige gedoe van vroeger. Te kleine peertjes in gang, kelders en wc, na gebruik on-mid-del-lijk uitdraaien want weet je wel hoeveel stroom dat kost? Wat was ik bang, grote schaduwen die met je meeliepen. Een belangrijk aspect i.v.m licht.
Vaak moest de grote lamp aan, er werd gebreid, sokken gestopt, gelezen of gekaart en dergelijke. Maar dan moesten de kleine schemerlampjes uit. Scheelde in stroom.
Uiteraard snap ik het wel. Lage inkomens, geen ledlampen, meestal 1 loon per gezin.
Later werd het financieel beter, toch bleef de zuinigheid en werden ze er rijker van?
Welnee, het was een gewoonte die je in veel huishoudens zag.  Bijna een traditie.

De stroomkosten van het huidige witgoed liggen heel wat hoger, daar let ik op maar dat heeft niets met schemeren te maken.
Trouwens, was- en vaatwasmachines kunnen in het donker draaien.
Alleen met stofzuigen lukt het niet zo goed.
Dat doe ik daarom overdag.
==