nuttig·zon

Nuttige bezigheden

Prachtig weer vandaag. Ideaal om wat onkruid weg te halen bij en rondom de poort.
Hoewel, de bovenramen zouden eerder een schoonmaakbeurt verdienen, de koepel is bijna matglas.
Of toch maar met boek en telefoon onderuit hangen? Het is nu zomers, profiteer ervan.
Een eindje lopen is nog fijner, meteen een paar lekkere dingetjes halen.
Kom op, berispte ik mezelf, je bent de twijfelaarster toch niet?
Nee, besloot ik, dat nooit, ik ga NU beginnen.
Flink stond ik op van de stoel om eh, ja, iets te doen, maar wat?
Stofzuigen dan?
Ik huiverde.
Toen nam ik boek, tablet en telefoon en vleide me in de ligstoel in de zon.
Het werd een welbestede middag, lezen en slapen tegelijk. Multitasking.

lezen sleeping-32750__340
==

druk

Sneeuwpop?

Dat zit er niet in met deze droge korrelsneeuw. Vriessneeuw. Glinstert mooi in zon- en lamplicht maar bouwen kun je er niet mee.  Met een natte tak trok ik een paar strepen door deze vogelhuishoed en dat was alles.
Ook mooi. Als je gauw tevreden bent.

De winter doet nog iets anders dan vriezen: het maakt me licht in mijn hoofd. Nee, niet door bier, wijn of wat dies meer zij.
Het is het buiten zijn. Vegen, scheppen, paadjes maken naar schuur en wasmachine,  matten op de sneeuw keren, en ik voelde me na een half uur dwarrelen als een maxi vlok.
Voor ik werkelijk door de lucht zou gaan en neerkwam in iemands tuintje ging ik naar binnen en maakte me een kop thee. Dat hielp tot ik het opnieuw probeerde.
Verder vermaak ik me met het tappen van voorraadjes water, ’s avonds de hoofdkraan dichtdraaien en ’s morgens weer open, cv hoog en terug -afwisselend rillend en zwetend- , slaapkamerraam openen en na een uurtje weer dicht doen, toch maar even naar buiten, deken voor raam (noordoosten) hangen, af en toe een telefoontje of appje doen (helaas te weinig appfamilie), oude boeken lezen, sudoku’s invullen en cryptogrammen.
Voor een alleense heb ik het best druk.
Maar tis beter dan verveling.
==

boek

Lezen en luisteren

Er was eens een man die altijd las.
Had hij niet de krant bij het ontbijt dan wel de papieren tv-gids naast zijn bord en als hij klaar was bekeek hij de achterkant van het bestek. ‘Aha, de oude Gero,’ mompelde hij, of ‘vandaag een Rostfrei-mes.’
Hij leefde op en met woorden, wilde ze begrijpen en zocht daartoe tientallen malen per dag op google. De bibliotheek was zijn tweede woning.
Tot hij zich realiseerde:  ik weet te weinig. Daar moet ik iets aan doen.
Hij kocht de Van Dale in oude vorm (bijna 4300 pagina’s!) en die op Internet en las daarin, bladzij voor bladzij, alle verklarende noten met tekst en uitleg en tenslotte had hij de boeken uit. Ook de aanvullingen hield hij bij, de allernieuwste verklaringen en de E-boeken.
Maar toen.
Hij snapte niet waarover zijn vrouw klaagde. Verstond zijn chef niet meer en collega’s.
‘Ben ik dement?’ vroeg hij een psychiater.
Deze bekeek en bevraagde de man, lang en diepzinnig. Hij zag dat de man alles wist maar niet veel begreep.
‘U leest veel maar weinig van belang, luisteren is meestal beter.’  zei hij, ‘de samenhang niet zien, dat is een ernstig gebrek.’
Na enig nadenken snapte de man het.
Hij liet het zich uitleggen.
Toen werd hij ook een beetje wijs.
==

hemelvaart

Plakkerige gedachten

Vandaag was ik in de hemel.
Heel kort en het zal niet waar zijn geweest. Maar toch.
Ik zat buiten. Lezend, cryppend, berichtjes uitwisselend.
Langzamerhand werd het warmer of benauwender, het verschil was niet duidelijk.
Tussen zes en zeven uur steeg de plakkerigheid ten top, in de lucht zat onweer die niet opschoot. Het voelde raar, ik dacht dat ik ter plekke zou verwateren -met de warmte drink ik fles na fles-  en besloot naar binnen te gaan, in elkaar zakken op de bank is veiliger. Met  bibberbenen stond ik recht, meende te vallen, en –
– werd gered door een zijdezacht zuchtje wind, zo aangenaam dat ik niet wist dat zoiets bestond.

Natuurlijk overdrijf ik
Ik werd gewoon even niet goed van de warmte en verbeeldde me dood te gaan. Had waarschijnlijk net een verkeerde boek gelezen, je hebt je gedachten niet altijd in de hand.
Stel je voor,  Bertjens Hemelvaart.
==

boek

Lezen?

Daar bewegen er nauwelijks in zit en de bibliotheek op halve kracht draait zocht ik in de boekenkast. Je moet toch wat.
Ik stuitte op een vergeten exemplaar waarvan ik nooit heb geweten hoe het hier terecht kwam. Adem van Geluk, een bundel van Leni Saris, Jos van Manen-Pieters, Henny Thijssing–Boer.  Weer  gauw weggemoffeld.
Ik vond het boek van Daniel Kehlman, Het meten van de wereld.
Vreselijk ding.
Hierin ben ik talloze malen begonnen en even zo vaak mee gestopt.
De oubollige humor is te tergend om te vermaken en van personages’ wetenschap snap ik niks.
Ik zocht verder maar het regende opeens.
Vlug een stoel naar buiten, vol verwachting het gezicht omhoog.
Tja.
Net zat ik in positie toen het blikte.
Donder er achteraan. Paar hagelstenen. Grrr.
Narrig stond ik voor de kast.
Geen goed boek.
Geen buitendouche.
Geen pistool.
Pling. Buurvrouw redde me met een grap.
==
coronatijd

Coronatijd

Je bent wel eens klaar met wandelen, lezen, appen  en tuinen.
Vandaag grote schoonmaak voor de ramen, een mens moet toch wàt.
Voor, achter, bovenramen en die op de vliering. Aanbouw met veel glaswerk.
Daarna die van schuur, garage en alle deuren waar glas in zit.
Ik werd er helemaal high van en betreurde het gemis van ramen in de kelder.
Maar er waren spiegels en zowaar nog een glazen lampenkap en ik herinnerde me het deurtje van de magnetron.
Toen was het klaar.  In de betekenis van helder.
Serieus, in lang niet zoveel licht in huis gehad, ik herkende de inrichting niet en in de spiegel kwam ik een vreemde tegen. Het wende gauw.
Wat nu, dacht ik, de smaak te pakken en het werk op?
Mijn oog viel op de schermen.
Televisies, telefoons, tablet, reader, laptop, oude gsmmetjes.
Bij de potjes specerijen en bloemvazen kwam ik tot bezinning.
Dat overdreven gepoets, nergens voor nodig, deden we vroeger ook niet en meer van dat gemompel in mezelf.
Morgen doe ik het anders.
Ik neem de stofzuiger en….
Coronatijd.
===

boek

Overtollige boeken bewaren. Of niet.

Er bestaan onnoemelijk veel boeken. Een piepkleine fractie daarvan las ik en dan het liefst op papier. Nog steeds.
Maar sinds Internet kijk ik minder en minder in de papieren woordenboeken en naslagbundeltjes.
Ze staan hier maar te staan, het mooie is al jaren verdwenen en afstoffen doe ik met de plumeau, één haaltje volstaat. Meer eisen stellen ze niet.
En dan liggen er nog een paar enorme exemplaren onderin de kast die na mijn dood waarschijnlijk hun eigen dood tegemoet gaan.
Een R.K. Bijbel, Nostradamus’ kwatrijnen, een naslagwerk van mijn geboorteplaats en twee ingebonden Katholieke Illustraties van de jaren 1948 en 1950.
Loodzware brokken, ze zouden als fundering kunnen dienen.
Af en toe vraag je je af: wat moet je daar nu mee. Gooi ze toch weg.
En dat is het punt: dat kan ik niet.
Nog wel die honden-, katten- en plantenbundeltjes maar niet de ‘echte’ boeken.
Maar voor het geval ik dat onwaarschijnlijke besluit toch neem heb ik een fotootje gemaakt. Om bij te grienen als ik ze mis.

boek·tijd

Tijdverdrijf.


Wanneer de ochtend naadloos overgaat in middag en de avond onmerkbaar verglijdt in de nacht lijken dagen eindeloos.
Het lot van veel thuiszittenden die deze uren moeten zien door te komen.
Hobby, Internet, kranten en tijdschriften zijn daartoe het meest voor de hand liggend evenals radio en televisie.
Goede zaak maar er is nog steeds een onovertroffen middel dat al heel lang dienst doet:
een boek.
Een doodgewoon boek, in papier- of in E-vorm.
Met beide uitgaven mag je rekenen op het doorbreken van verveling. Welbeschouwd lijkt het boek hiervoor te zijn uitgevonden.
Als lering of vermaak, dat maakt niet uit.
Denk je eens in, ’s morgens verdiept te zijn in geschiedenis, ’s middag overgaand op een vlammend liefdesverhaal en de avond doorbrengend onder hoogspanning met terroristen, moordenaars en andere aangename gruwelen.
Kan iemand zich een betere dagvulling wensen?
Bijkomend voordeel is dat je ontbijt en lunch al lezend kan nuttigen, dat schiet op. Tijdens het avondeten bouwt het leesgenot zich zelfs nog verder op. Te weten dat het boek opengeslagen klaarligt en de cliffhanger popelt om te worden ontrafeld, vermeerdert de verwachting.

Mocht er geen boek naar tevredenheid voorhanden zijn is er nog een andere mogelijkheid: schrijf er zelf een.
Er zijn legio hulpmiddelen. Google op ‘schrijven’ en er verschijnen voldoende hits met aanwijzingen.
De kans om een goed/groot/veelgelezen/geliefd/rijk/beroemd auteur te worden is gering maar de tijd verstrijkt zonder verveling.
Al de fantasie die moet verwoord, herinneringen die moeten worden geschreven.
Je zou tijd te kort komen.
==