Twijfelaarster

Ze aarzelde al toen ze in de wieg lag, rammelaar of popje?
Als peuter ging het door, driewieler of stepje, laarsje aan of laarsje uit.
De kordate juf wachtte er niet op, ze zette het kind resoluut aan een spelletje.
Op de basisschool viel niets te kiezen maar de leerstof bood hulp: met -dt of alleen een -t, moet die som zus of hoort het zo. Vriendin met Anna of toch maar met Jenny.
Als puber werd de twijfel heviger.
Elke morgen dacht ze: naar school of spijbelen, leraar Engels knapper dan de Franse,
is zoenen lekker of juist niet, broodje eten of Bossche bol.
Eindeloos redeneerde ze zonder passende besluiten te kunnen nemen, geen therapie, psycholoog, neuroloog, psychiater kon haar genezen, ook niet de aanpak van een strenge tante om over coaches maar te zwijgen.
Zo aarzelde ze voort tot ze oud was en ongehuwd op haar sterfbed lag waar de pastoor haar bijstond. Hij vroeg niets want kende haar, ze was in staat te twijfelen of ze naar de hel of de hemel zou reizen.
God was genadig en liet haar geen keus: rechtstreeks naar de hemel.
Maar hij ergerde zich wel een beetje toen hij zag dat ze zich doorlopend afvroeg: op welk wolkje zal ik gaan zitten.
engeltjeangels-3163022__340
==

Beiroet

Door de klap in Beiroet dacht ik terug aan aardrijkskunde.
Een leraar noemde Libanon De Rivièra van het Midden-Oosten.  Een ander had het over De Parel van het M-O.  Aantrekkelijk woorden waardoor je meer interesse toonde.
Dat was begin jaren ’60.
Nog geen  tien jaar later ontstond er, na ellenlange geloofsconflicten, machtspolitiek en  Hezbollah, een burgeroorlog met alle narigheid van dien.  Werkloosheid, slechte voorzieningen, vul zelf maar in. Corona deed ook mee.
Een soort chronische crisis.
Zo was het land verworden tot een  staat van ellende.
En nu dit.
De schuldvraag zal ook wel weer een hoop narigheid opleveren.
-zoveelste-ramp-voor-libanon-
Ik weet wel dat er  op andere plaatsen vergelijkbare rampen zijn en nog veel meer vreselijkheden voorkwamen en -komen.
Maar hierbij dacht ik aan die lessen.
Ik onthield ze en ze schoten me nu te binnen.
==

Brááf!


Zo gaat het nog even door, 25 punten in totaal.
Het is een kindermisboekje uit 1954 en zwierf  vroeger rond van keukenla via dressoir naar rommelschaal en weer terug tot ik het bij de nalatenschap van mijn ouders vond. Het ligt nog steeds in onze boekenkast. Moe wilde het waarschijnlijk niet weggooien of ze hoopte op good vibrations naar het gezin, vroeger geloofde ze nog.

Ons leven overziend kan ik niet zeggen dat al die oproepen tot braafheid geholpen hebben.
We waren geen cent beter dan de Christelijken, Gereformeerden, Hervormden, Joodsen, Protestanten en meer andersdenkenden. (die term…)
In Brabant, waar begin 1960 nog steeds het katholicisme heerste, waren de gelovigen ook niet volgzamer dan wij. Wel makkelijker, ze hoefden zich niet aan anderen te spiegelen: er was maar één kerk.

Maar goed, ik ken nog steeds het weesgegroetje en zelfs in het Frans, dit  door overmatig strafwerk van de leraar. Het gebrek aan onze braafheid deed hem af en toe de gal overlopen, vandaar. Zal hij echt gedacht hebben dat ons dit tot inkeer zou brengen?
Je vous salue…   😀
==

Lachwekkende smoezen

‘Niet zo dom lachen jullie.’
‘Lach niet zo stom.’
Menig geërgerde leraar maakte die opmerkingen, ook tegen mij. Resultaat was meestal nog meer gelach maar dan ingehouden. We begrepen het echt wel maar waarom meteen als ‘dom’ aangemerkt?
Hier dacht ik wel eens over over na. Een antwoord hadden we nooit, hoe kon je nu weten of je dom of juist pienter lachte?
Thuis oefende ik voor de spiegel, ik zag geen verschil, het stond alleen maar raar zo je mond te vertrekken. Dat vonden broer en zus ook, ze gingen achter me staan en deden me na. Toen lachte ik zuur en dat is heel wat anders.
Hadden we in de les meer mogen lachen dan was ik nooit aan het spijbelen gegaan.
Niet eindeloos rondjes hoeven fietsen en kou hoeven lijden tot het tijd werd naar huis te gaan.
Geen smoesjes hoeven verzinnen tegen de dirk.
Kortom, lachen was gezond maar dat snapten ze niet op die rotschool.
Zo praatte ik mezelf schoon en dat diploma haalde ik ook.
Grijnzend liet ik het de leraren en leraressen zien.
Sportief lachten ze mee op één na maar die lachte toch al nooit.