Liefde met gevoel

Misschien een herhaling, ik kan het niet meer vinden.

Die winter kwam hij in mijn leven.
Hij was verrukkelijk en strelend en omsloot wellustig mijn contouren als een cocon, veilig en warm.
Dagelijks dacht ik urenlang aan de te verwachten lieflijkheid die me beschermde tegen de koude buitenwereld. Zelden daarvoor had ik zo’n zaligheid ervaren.
Wat hield ik van hem.
Zelfs toen in maart de buitenwereld minder boos werd zat ik dromerig aan mijn bureau, me koesterend in de wetenschap dat hij wachtte tot we samen waren.
Met moeite kon ik hem des morgens achterlaten, maar dan wist ik: straks is hij er weer.
Langzamerhand versleet de lente, maar niet mijn geliefde; integendeel, met gulzig enthousiasme zoog hij de zomerhitte uit mijn vel, verkoelde mijn zinderende lijf, zodat ik elke dag verlangde naar de nacht waar anderen de avonden rekten.
De randjes van de zomer werden net zo bruin als mijn huid en de zon werd zwakker, maar in het najaar had ik nog steeds niet genoeg van hem. Zijn voortreffelijkheid kwam nu pas goed voor de dag, beter gezegd, voor de nacht. Tijdens de barre stormen en kletterende regenbuien bezorgde hij me een warmte, zo liefdevol als in iemands herfst maar mogelijk is.
Weer werd het winter en mijn liefde beklijfde.
Hij was zo trouw, mijn vier-seizoenendekbed.

©Bertjens/Bertie.

Advertenties

Grenzen

Er liep een paardje in de wei
het voelde zich zo lente-blij
en huppelde rond moederpaard
die naar hem knikte, doodbedaard
ze liet hem dollen in het gras
ze wist precies wat goed voor’m was.

Het paardje zocht het verderop
het leerde snel, deed de galop
en draafde naar het prikkeldraad
daar hoorde hij een pril geblaat.
Hij stopte struik’lend, keek eens goed
en zag een zwarte schapensnoet.

Ze keken, roken, likten blij
daar in die lentegroene wei
ze draafden en ze dartelden
hun levenslustjes spartelden
het was een bijna-integratie.
Slechts de draad weerhield formatie.

Het moederpaard was zeer verstoord
dit was toch zeker niet wat hoort?
Ze zette koers naar’t dolle span
en deed het schaapje in de ban.
‘Tis niet alleen een ander ras,
maar ook die kleur, dat geeft geen pas’.

Het paardje ging met mama mee
het sprong nog wel maar reeds gedwee
hij keek nog eenmaal om naar’t lam
en berustte: ‘Goed hoor mam’.
Het zwarte schaap vergat hem snel
ze trof een witte, die mocht wèl.

© Bertie/Bertjens

.

 

Vooruitkijken, ongeduldig of gewoon dwars


Nu is er een herfstachtig weertje
Ik speur naar een ijs-elijk sfeertje
inwendig reeds kouwelijk
bedenk ik, aanschouwelijk,
een wollige sneeuwstorm, ik zweer’t’je.

We krijgen misschien ook een winter
natuurlijk zie ik dan een flinter
van bloemen en kalfjes
en zonnige zalfjes
en zie de gezichten getinter.

Daarna komt de lente, ‘kvoel hitte
smeer bruinsel tegen het witte,
wacht lijdzaam op juli
drink cool en eet culi-
-gezond en blijf luiig lang zitte.

Zomer. Ik denk aan de stormwind
aan blad dat als goud door de straat sprint
mijn hoofd staat naar misten
en bessen aan risten
niets dat me aan de augustusmaand bindt.
==