Later…

… woord vol beloften.
Wat keek ik uit naar die tijd.
Bijzondere kennis zou me ten deel vallen, familiegeheimen geopenbaard, geen broer die over me baasde.
Kleding en kapsel uitzoeken zoals ik het wilde.
Eten naar mijn smaak, ik watertandde bij de gedachte aan toekomstige lekkernijen.
Kortom, eigen baas zijn.
En dat ben ik, sinds -zeven jaar geleden- echtgenoot overleed.
En weet je wat? Er is niks aan.
Maar ja, als kind dacht ik niet op lange termijn.
Gelukkig maar, nu heb ik tenminste genoten van die geheimen en dat lekkere eten.
Dat is herinnering  in plaats van toekomst en van evenveel waarde.
Broer is niet meer.
=
vervelenhatena-1184896__340
==

Visite

Het was een gezellige visite.

We aten veel (zit in de familie) en lekker, kwebbelden over van alles (zit nog meer in de familie) en spotten met het een en ander (zit het meest in de familie).
Niet dat we zo’n geweldige familie hebben, maar wanneer je elkaar niet te vaak ontmoet blijf je levendig zoals iedereen weet. Bijna iedereen.
Alleen, het is zo vermoeiend.
Waar ik voorheen uren kon ouwehoeren (excusez le mot) en dan opgeruimd de rest van de dag doorkwam, is het nu een opluchting wanneer een middag is volgekletst en we ieder de eigen weg gaan. ‘Hartstikke leuk, doen we nog een keer, doegdoeg en wel thuis. We bellen nog. Kijk je uit onderweg?

Deur dicht, theewater opzetten, bijkomen met een koppie. Uitrekken in de luie stoel.
En zo ging het.
Tot ik wakker schrok.
Het was donker, de thee nog donkerder en ik gedesoriënteerd.
De lampen brachten licht en besef:  we worden oud.
==

Hoe feestelijk was kerstmis?

Het schiet me zomaar te binnen.
Dat de dag voor kerstmis spannend was en het feest zelf bestond uit lekker eten en lange hangdagen.
Dat er nooit een kerstboom was.
Dat vonden we niet erg, katholieken hadden een kerststal. Bij ons waren het hopeloze erfstukken, schaapjes met aangevreten oren en een Jezusje zonder neus, Maria nog half geverfd.
‘Volgend jaar toch eens nieuwe kopen‘  maar alles werd opgeborgen en het jaar erop weer uitgestald met nog meer gebreken.
Op kerstavond was het spannend, lampen uit, kaarsjes aan.
Er hing een tevreden sfeer,  aandoenlijk, met vlammetjes en oranje micaruitjes van de kachel als enige lichtbron. We waren rustig, het kwam niet in ons op te vervelen of te zeuren, we zongen lieve liedjes voor het neusloze kindeke.
Maar ja.
Na een paar kerstliedjes wilden de groten het licht aan, lezen, kaarten, handwerken en Pa zocht de krant.
Wij hingen rond de kaarsjes. Wie het langst zijn vinger in de kaarsvlam kon houden of heel langzaam blazen zodat het vuur nog nèt niet het strodakje raakte.
Natuurlijk werd het janken. ‘Hij duwde me, zij begon…
Even natuurlijk riep iemand ‘BRAND!’ voor de grap.
Dan was de kerstavond voorbij, we moesten vroeg naar bed en meteen slapen, dan mochten we mee naar de nachtmis.
Midden in de nacht op straat, goh!
==

Feestdagen


Carnaval hebben we gehad, Pasen nu ook, koningsdag. Pinksteren volgt nog   voorafgegaan door Hemelvaart, daarna Bevrijdingsdag en dan zijn de feestdagen voorbij.
Nou ja, vader- en moederdag, kermisen, hier en daar een jubileum daargelaten. En die ik vergeten ben.
Tot Sinterklaas, Kerstmis en jaarwisseling.
Toen ik klein was hoorde men overal aan mee te doen. Niet wettilijk, wel uit gewoonte en zéker voor een kerk.
We feestten er wat af.

Als kinderen keken we er naar uit: lekker eten, ijsjes, limonade, fijne koek, kadootjes, opgewekt stemming.
Dat laatste was niet altijd zo zeker, de verveling sloeg toe op tweede kerstdag. Slecht paasweer was ook geen pretje. Voor de groten hoefde het allemaal niet behalve Pinksteren, dat duurde  drie dagen en eindigde met kermis in Jisp.
Maar onze moe was een aartsoptimist en we kwamen de tijd door zonder al te grote onvredes.

Langzamerhand werden we het beu. Veel mensen deden er niets of weinig meer aan. Voor de pastoor kwam je je bed niet uit, Kerstmis en Pasen werden meer en meer korte vakanties of tripjes.
Alleen voor kinderen verzon je nog wat tot ze stonden te trappelen om te gaan stappen na het dessert.
Het was een opluchting, vooral voor echtgenoot. Hij haatte het opzitten en verplicht thuisblijven en zijn riem een gaatje losser te moeten maken.
Hier is het rustig op het feestfront. Nog steeds zet ik (meestal) de kerstboom. Voor mijn eigen plezier. Afbreken pleziert me nog meer.
Wie op feestbezoek komt krijgt koffie met gebak, een biertje of iets anders. Eten doen we met een klein ploegje of in een restaurant.
De meeste bijzondere dagen gaan bijna geruisloos voorbij.

Rondkijken op  de kermis is gezellig, met een vriendin markten afstruinen is nog gezelliger, af en toe een muziekavondje, en meer van dat. Stukken beter dan gedwongen vieringen.
En een biertje of lekkere hap lust ik thuis ook wel.
Straks, bijvoorbeeld.
==

Later als ik groot ben…

…hoef ik nooit meer school, niet naar pa en moe te luisteren, kan ik eten wat ik lekker vind en ga ik werken en rijk worden en neem ik een man en 1 kind en gaan we op vakantie met de auto en alle dagen naar zee en hoef ik nooit meer boodschappen te doen en we kopen een heel groot huis en een horloge en krijg ik krullen en dikke benen en een extra luie stoel…
…waar ik nu in zit met een bord eten wat ik lekker vind.
Met de krullen kwam het ook goed.
==