Schemeren

Daar houd ik van.
Je zult niet vaak de grote plafondlampen zien branden in onze huiskamer. Die zijn zelden nodig, voorheen alleen gebruikt voor spellen of feestmaaltijden.
Er is één voorwaarde: ik moet genoeg licht hebben om te lezen, schrijven of om iets anders te doen. Ik zou niet weten wat ik moest beginnen als ik alleen maar kon zitten en tv kijken, ook het spelen met Internet ben ik af en toe beu. En dan zit je maar te zitten.

Je kunt best schemeren met voldoende licht als je het maar goed verdeelt. Om die reden hangt/staat er in bijna elke hoek een lamp. Samen met de tv, het licht dat uit de keuken valt en eventueel een paar kaarsen is het een goede verhouding. Geen duistere plekken.
‘Licht spreidt gezellgheid’ was een oude reclameslogan die helemaal waar was. Het is stemmig.
In dit verband herinner ik me het zuinige gedoe van vroeger. Te kleine peertjes in gang, kelders en wc, na gebruik on-mid-del-lijk uitdraaien want weet je wel hoeveel stroom dat kost? Wat was ik bang, grote schaduwen die met je meeliepen. Een belangrijk aspect i.v.m licht.
Vaak moest de grote lamp aan, er werd gebreid, sokken gestopt, gelezen of gekaart en dergelijke. Maar dan moesten de kleine schemerlampjes uit. Scheelde in stroom.
Uiteraard snap ik het wel. Lage inkomens, geen ledlampen, meestal 1 loon per gezin.
Later werd het financieel beter, toch bleef de zuinigheid en werden ze er rijker van?
Welnee, het was een gewoonte die je in veel huishoudens zag.  Bijna een traditie.

De stroomkosten van het huidige witgoed liggen heel wat hoger, daar let ik op maar dat heeft niets met schemeren te maken.
Trouwens, was- en vaatwasmachines kunnen in het donker draaien.
Alleen met stofzuigen lukt het niet zo goed.
Dat doe ik daarom overdag.
==

Zuinig? Nee…

Uiteraard zijn echtgenoot en ik opgegroeid met zuinigheid, dat hoorde vroeger  zo, schijnt het.

Wij hebben dat niet overgenomen.
Al jong zagen we het nut niet in van gezond maar karig broodbeleg, kleurloze ranja, doorgeschoven fietsen en wat dies meer zij.
En dan het eten voor kat en hond. Geen brokken, wat wij kregen aten zij ook en wat wij niet lustten aten ze er bij. Het gedweil met water en zeep om hun braaksels op te ruimen moet een vermogen hebben gekost, tel uit je winst.
Hinderlijk waren de 20-watt-peertjes in gang-, kelder- en wclampen.
En meer van dat.
Nee, niets voor ons, besloten we.
Met royale gebaren leefden wij en onze eigen hond uitbundig tot we de laatste handdoek moesten verkopen en bijna verhongerden van armoe maar wat wàs het een mooie tijd.
En de honger, die overleefden we makkelijk.
De ouders lieten ons voldoende na om weer aan te sterken, dat was een mooi gebaar van ze.
En nuttig.