Koningen en koninginnen.

Hoewel ik tegen  de monarchie ben zie ik er de voordelen van.
Het idee van een ‘volk verbinden’ is ouderwets maar lijkt me niet slecht, iemand die boven alle partijen staat, geen mening heeft en als symbool staat voor een natie, voor vrede, welzijn, wat dan ook. Het zouden realisten moeten zijn, bekend met deze voorwaarden en ze accepteren. En daarnaast zouden ze zoveel mogelijk uit het zicht moeten blijven behalve op erkende feestdagen.
Dit is een utopie. Het zijn teveel  eisen voor een mens.
kroonking-37240__340Dan zouden alle Europese (en overige?) vorstenfamilies zich zo moeten gedragen in plaats van shows op te voeren. Hun theatergedrag is bij tijden lachwekkend en hoewel de  een wat intelligenter lijkt dan de ander weten de nazaten niet beter dan: als vorstelijk persoon mag ik rekenen op een paar rechten, dat hoort zo.
Adel verplicht, ook in dat opzicht.
Nee, ik begin niet over het -soms- onhandige gedrag van W+M.
Ook niet over  de strenge, bijna archaïsche etiquette van een paar andere vorstenhuizen.
Noch over Amalia’s behaalde jachtakte, dat hoort erbij, weet je wel.
Ze zijn gewoon uit de tijd.
Zo simpel is het.
===

Handtas

Mannen en vrouwen denken fundamenteel verschillend, dat zie je tot in de kleinste onbenulligheden. Ik zie het niet veranderen, alle emancipatie ten spijt. Hoeft ook niet, je kunt elkaar aanvullen en je daar goed bij voelen.
Je kunt er ook een grap van maken, zoals echtgenoot P deed,  ongeveer zes jaar geleden.
=
Een andere handtas, daar zocht ik naar.  Flink formaat, niet te duur.
Ik scoorde gunstig, een  kek ding in vrolijk roze, bekeek hem thuis van alle kanten, showde voor de spiegel of hij me stond.
Echtgenoot lachte, lees: hij vond me maf.
Enfin,  ik ritste de oude tas open om de inhoud over te hevelen naar de nieuwe.
Zodra P in de gaten kreeg wat ik van plan was verdween hij naar de schuur en kwam terug met de kruiwagen.
Vragend keek ik op.
‘Voor tijdelijke opslag.’ Zonder een spier te verrekken
‘Flauw hoor.’
Toch, bij het zien van de spullen was ik blij.  Zoveel…. .
P stond erbij en keek ernaar.
‘Nou,’ zei ik, ‘beter dan jouw broekzakken; allerlei troep en niks nuttigs. Net een schooljongen.’
‘Ho es, wie vraagt me altijd om kleingeld? Nou?’
Misprijzend keek ik hem aan.
‘Kleingeld heb ik meestal zelf, maar niet bij de hand.’
Triomfantelijk stak hij zijn neus in de lucht.
Meedogenloos sprak ik verder. ‘Papiertjes en zakdoeken en tandenstokers en moertjes en boutjes en losse centen en reservesleutels en de rest van de troep heb ik niet van je nodig. En ga alsjeblieft weg.’
Narrig vulde ik mijn kekke roze handtas. Gadver, nu was er niets meer aan. 
Halverwege kwam het plezier terug. Opgewekt deed ik de ene greep na de andere in de kruiwagen tot alles naar behoren was opgeborgen in de nieuwe tas.
Ziezo.
Alleen de kruiwagen nog. Voorzichtig gluurde ik naar de deur. Kon ik het maken om te vragen…?
Ik vermande me. Lachwekkend, ik? Hij zou es wat zien!
Resoluut stopte ik het ding in de oude tas.
Vroeg liefjes: ‘Schat, breng jij even de kruiwagen terug naar de schuur?’ en overhandigde hem de tas.