Voor je in bed stapt…

…kijk je misschien even naar buiten.
Naar de lucht, het weer en de maan, de stilte – afhankelijk van het tijdstip.
Ik doe dat ook en hoop dat ik  de echte nachtbrakers zie.  Ze verschijnen niet vaak, toch let ik er op.
Ze zijn zo vriendelijk dat ik ze graag een goedenachtzwaaitje  geef.
De meeste mensen moeten niets hebben van ze, houden zorgvuldig de gordijnen dicht.
Dat hoef ik niet, ik heb ze leren kennen.
Ze doen me geen kwaad,  wetende dat ik ze in dat geval voor gek zal zetten in vreemde verhalen.
Dus steek ik een hand op wanneer ze passeren en knik terug als ze me toelachen.
Soms nemen ze een minuutje om te vertellen hoe mooi het sterrenlicht is en de maan.
Heel knus.
Ik mag ze allemaal maar Eucalipje en Weerwolf zijn mijn favorieten.
hekswitch-2864134__340   werewolf-2024126__340
=====

Weg

Kwaad was ik, witheet en beledigd tot op het bot.
Ik mocht niets meer zeggen maar dat hoefde ook niet. Razend sjeesde ik naar boven en pakte een tas in met kleren en spulletjes, griste mijn laatste guldens bij elkaar en stampte de trap af.
De fiets op.
Weg. Definitief.
Her en der sloeg ik een paar zijwegen in.  De verkeerde, ik zou naar de pont moeten richting stad of naar het station voor de trein. Maar beiden kostten geld en dat had ik niet genoeg. Misschien het politiebureau? Zij wisten vast wel gratis slaapplaatsen. Toch maar niet, ze zouden me naar huis brengen. Ze kunnen barsten.
Weer een andere weg, het werd vervelend, koeien, koeien, maïs, als ik nou es daarin ging liggen voor het donker werd? Niemand die me ziet in dit gat.
Daar was het volgende dorp waar een paar klasgenoten woonden, ik keerde om. Terug naar een ander landweggetje.
Uiteindelijk stapte ik af en liep de berm in, sprong over een greppel met fiets en al en wurmde me tussen  hoge maïsstengels.
Wat nu. Ik wist het niet, huiverig voor ongedierte durfde ik niet te zitten of liggen.
Hongerig, kwaad, moe en bang. Straks zou het donker worden of een boer zou  zijn veld controleren en me wegjagen of aanranden en o god, afschuwelijke taferelen schoten door mijn hoofd.  En het licht op de fiets was kapot.
fietsgirl-1906405__340
In arren moede en schemer ging ik terug.
Buiten zag ik door het achterraam dat er een voetbalwedstrijd op tv was, de spelers zagen er aangeslagen uit.
Net goed.
Stilletjes sloop ik de trap op.
==
De voetbalwedstrijd is verzonnen. ☻

Hebben honden mensenkennis?

In de roman die ik las kwam een kat voor die een hekel had aan iemand, zo vurig dat hij de man krabde als hij de kans kreeg. Of een kat dat echt zou doen is een vraag.
Mij deed het onmiddellijk denken aan R, een vroegere vriendin.

Elke hond die we hadden (nou ja, in totaal maar 3) was bang voor of kwaad op haar.
Zodra ze de achterdeur opendeed reageerde de eerste (fox)  door op te vliegen en in de verste hoek  zitten terwijl een fox niet bang is aangelegd.
Bij de volgende (basset) werd het grommen en tanden laten zien, zo ver mogelijk van haar af.
De laatste (spaniel) zat haar -ook al op een afstandje-  in de gaten te houden, bij bewegingen gaf hij een inwendige grom.
Later, toen we geen dieren meer hadden, kwam er een  vinnig  dwergpoedeltje op visite, tegelijk met R. Je raadt het al, het beest ging tekeer als een razende en we moesten hem buiten zetten waar hij zich schor kefte.
Ze probeerde wel eens een aaitje maar ze lieten het niet toe, hapten zelfs naar haar hand.
We vroegen of ze dat elders ook tegenkwam, die hekel van dieren. Ze wist het zelf niet.
Aan de katten merkten we niets, die smeerden hem sowieso al als het te druk werd.

We hebben nooit geweten wat zij in zich had waarmee ze de honden zo op stang joeg.
Ze gedroeg zich heel gewoon, we konden het goed met elkaar vinden.
Misschien dat haar harde stem, samen met haar drukke manieren iets opwekten? Voelden ze haar onverschilligheid als een afwijzing? Het is raden.
Zou het dan toch waar zijn dat dieren een karaktertrek onderkennen? Maar welke dan?
=

Kort lontje

Vanmorgen weer geen krant. De zoveelste keer en toen, nog wat na-ijlend van verkoudheid, werd ik overdreven kwaad. Woest blafte ik tegen de klachtenlijn, die zei niets terug wat me nog kwaaier maakte voordat ik op een stoel neerviel..

Het wordt tijd dat ik mijn lontje opnieuw laat verlengen.
Maar ik durf het niet meer te vragen.
Een paar jaar geleden kreeg ik al eens een nieuwe, dit zou de derde worden.Toen ik Petrus vanmiddag appte antwoordde hij dat ‘…een normaal mens zijn hele leven met één lont deed. En dat verzoek betr. je geheugen was ook al zoiets brutaals…’
Hij keek er zo minachtend bij dat er een barst in het scherm kwam. Meteen vloog ik op en wees: ‘Ziet U dat? Was dat nou nodig?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Zeur niet vrouw, je hebt zelf ook barstjes en meer dan een.’
Tja. Nou. Beschaamd bood ik excuses. Meteen was de barst weg.
‘En val me niet meer lastig,’ kwam er achteraan.
Eigenlijk heeft Petrus harder een verlenging nodig dan ik.
Nu zoek ik een andere ingang naar god, hij zal toch wel een achterdeur hebben?
In twijfel brieste ik, zachtjes nu.
Misschien moet ik meer geduld hebben, oefenen in verdraagzaamheid. Maar dat duurt zo lang, ik heb geen zin om heropgevoed te worden laat staan door mezelf.
Intussen gekalmeerd greep ik naar de de krant die er niet was. Berustend pakte ik de andere.
Hm. gele hesjes, nog steeds de pietenkwestie, Marrakesh-pact, staking Parijs en meer.
Waar maak ìk me dan nog druk om.
Petrus kan barsten.
==