Geluk is een maaltijd

Soep voor hem
patat voor mij
beiden een glas wijn erbij
rijst voor hem
patat voor mij
ieder een glas bier erbij
kaas voor hem
kroket voor mij.
‘Dat was lekker, lief, wat jij?’

Advertenties

Als de kerst uit mijn hoofd is verdwenen

Vanmorgen bekeek ik de kerstboom en -versiering. Ze doen geen dienst meer en moeten weg.
Vanavond zag ik in de straat de meeste tuinlampen en -hertjes nog branden. Toch was het niet zo aantrekkelijk als vorige week.
Het is het gemis aan sfeer. Al weten we dat het kerstverhaal slechts symbolisch is, en, niet te vergeten, wordt bespeeld door producenten van gebakken lucht, toch heerst er een stemming van lichte spanning. Licht en nog meer licht zijn uitingen ervan, zij verhogen de feestvreugde.
We weten het en veelal zal het het vooruitzicht niets met de kerstgedachte te maken hebben maar een gezins/familiedag, etentje thuis of elders, weekendje weg, vriendelijke oude films op televisie, misschien een weerzien van verre verwanten, zijn zaken waarnaar men uitkijkt. De wende lijkt het ultieme moment voor dergelijke dingen, een nieuw begin en zo. Daar hoort extra licht bij en mag wat kosten.

En na een paar dagen is dat allemaal voorbij, de verwachtingen zijn al of niet uitgekomen. Lampjes, boom en beeldjes kunnen opgeborgen tot het volgende kerstfeest.
Wie weet wat we dan afspreken.
Ik gok wederom op een aardappelmaaltje en hoop op een kroket. Of twee.

Dierendag

Het is aan mij niet besteed.
Ik hoef geen strik om mijn nek of een raar roze bot, ook een extra kussen in de mand maakt me niet blij en een piepspeelbeest wil ik al helemààl niet.
Feestelijke brokken, snoepjes, kauwsticks zeggen me niets noch korrels, veekoeken, zangzaad, pens, stukken vlees, levende prooien, haver, bundels hooi, bamboescheuten, varkenspoten, kippetjes, wortelen, inktvissen, pieren, en wat er maar aan eetbaars bestaat.
Wat moet ik daar nou mee, dat lust ik allemaal niet hoor.
Mocht ik iets lekkers willen dan is het een portie uit de vetpan. Met wat geluk blijft er een broodje kroket voor me over.
Misschien zelfs twee, jammmslurpburrrp.
Morgen pas.
Zucht. Ik kan haast niet wachten.

Het moest…

Vanmiddag nam ik afscheid van een dierbaar stuk.
Ik dacht dat het me makkelijk zou afgaan, bij het definitieve moment echter prikte er iets. In ogen en hart.
Zoveel meegemaakt, altijd iets moois, zelden een wanklank.
De troost die me geboden werd was weergaloos, niet te vergelijken met wat dan ook. Ach, kon het maar eeuwig doorgaan, hoefde leeftijd maar geen rol te spelen.
Uiteindelijk huilde ik toch nog ’n beetje voor ik de stap zette.
Mijn maag maakte een rare draai toen ik de laatste woorden sprak:
‘Dag grote friteuse, ouwe reuse, je was super, ik hoop dat je opvolger net zo goed is als jij’.
In een poging hem te vergeten bakte ik een kroket in de nieuwe. Die was ook goed.