Kort lontje

Vanmorgen weer geen krant. De zoveelste keer en toen, nog wat na-ijlend van verkoudheid, werd ik overdreven kwaad. Woest blafte ik tegen de klachtenlijn, die zei niets terug wat me nog kwaaier maakte voordat ik op een stoel neerviel..

Het wordt tijd dat ik mijn lontje opnieuw laat verlengen.
Maar ik durf het niet meer te vragen.
Een paar jaar geleden kreeg ik al eens een nieuwe, dit zou de derde worden.Toen ik Petrus vanmiddag appte antwoordde hij dat ‘…een normaal mens zijn hele leven met één lont deed. En dat verzoek betr. je geheugen was ook al zoiets brutaals…’
Hij keek er zo minachtend bij dat er een barst in het scherm kwam. Meteen vloog ik op en wees: ‘Ziet U dat? Was dat nou nodig?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Zeur niet vrouw, je hebt zelf ook barstjes en meer dan een.’
Tja. Nou. Beschaamd bood ik excuses. Meteen was de barst weg.
‘En val me niet meer lastig,’ kwam er achteraan.
Eigenlijk heeft Petrus harder een verlenging nodig dan ik.
Nu zoek ik een andere ingang naar god, hij zal toch wel een achterdeur hebben?
In twijfel brieste ik, zachtjes nu.
Misschien moet ik meer geduld hebben, oefenen in verdraagzaamheid. Maar dat duurt zo lang, ik heb geen zin om heropgevoed te worden laat staan door mezelf.
Intussen gekalmeerd greep ik naar de de krant die er niet was. Berustend pakte ik de andere.
Hm. gele hesjes, nog steeds de pietenkwestie, Marrakesh-pact, staking Parijs en meer.
Waar maak ìk me dan nog druk om.
Petrus kan barsten.
==
Advertenties

The day after

Bwham dreunt het. En nog eens en weer,  langzaam afnemend geratel.
Versuft steek ik mijn hoofd uit het dekbed. Vuilniswagen?  Op nieuwjaarsdag?
Ik schuif het dekbed opzij en kom overeind, moeizaam, pfff, zeker teveel gedanst.
De wekker. Focussen lukt niet goed, of toch. Half elf nog maar.
Ah, vandaar het ongemak, het was al licht toen ik mijn bed in rolde.
Ik moet naar de badkamer. Dat eerst.
Gapend raap ik meteen de krant.
Het voorpaginanieuws, hmmm, vuurwerk, drank, vechtpartijen.
Ineens het besef:  krant? vuilniswagen?
Verdwaasd staar ik naar de datum. Dinsdag 2 januari.
Maar, de oudejaarsparty… en toen…..
Krijg nou wat, de eerste dag van een nieuw jaar al verslapen.
Dan de goede voornemens ook maar overboord.

De daas is dood.

Languit op de ligstoel, profiteren van een echte zomerdag. Dacht ik.
Vijf hele minuten.
Toen verscheen er een paardenvlieg in mijn blikveld, een soort daas, een lange met grijzige strepen, ja die, wiens familie me al vaker roodgenopt had gebeten.
Geschrokken greep ik me vast aan mepper en krant. Hij rondde een flinke bocht  en dook op mijn blote voeten. Ik schopte en hij vloog naar mijn hoofd waarop ik in zijn gezicht hoestte en hij bezwijmd op de armleuning viel.
Maar dan.
-Ik moet bekennen dat ik insecten makkelijk dood mep of plat trap behalve als ze te groot zijn. Ze knerpen onder je schoen of soppen een lijkvlek in de krant waardoor je letterlijk denkt aan moord en bij het bekijken van de drabbige substantie waan je je een dierenbeul. –
Wat nu te doen met het flauwgevallen beest.
Met de mepper veegde ik hem op de krant en liep ermee naar de kliko, daar mocht hij uitzieken.  Halverwege echter bewoog hij weer, paniekerig liet ik hem vallen en sloeg alsnog met de krant.
Te hard, zo bleek.
Het nieuws was bijna  in tweeën en de daas in soepvorm,  losgerukte pootjes plakten op Brexit, saillant detail.

Zoiets was het

Morgen is het weekend

Nog steeds voel ik ’n beetje spanning als het bijna weekend is. Heel weinig maar onmiskenbaar.

Het uitkijken naar einde werkweek en het opgewonden gekakel met collegaatjes – misschien zie ik J, hij zou me afhalen – , die buikpijnbezorgende verwachting bestaat niet meer maar van die dubbel-opgewekte stemming is nog een spoortje aanwezig.

Nu vertaal ik het naar realistischer zaken.
Is er iets te doen, expositie of optreden van plaatselijke kunstenaars of koor,  shoppen over de grens, nieuw boek, asperges eten, manifestaties in het park, langdurig zaterdagontbijt met de kranten. Ik verheug me nu al.
Zijn die vroegere herinneringen echt of overdreven?
Het maakt me niets uit, ze zijn goed voor het humeur en houden de sjeu erin:
morgen is het weekend.

Week van de poezie

Speciaal voor deze dagen teruggevonden.

Op het zomerzand
van Ameland
lag een natte krant
nogal onthand
je kon hem haast niet lezen.
_____
De zon bescheen
een handgemeen
in Amstelveen
waarbij een been
gebroken lag te wezen.
_____
Het nat verdampte:
… kogel schampte
… sportschoen stampte
… been verkrampte
het nieuws was nu volledig.
_____
Een kouwelijke jutter
-eigenlijk een vutter
arm en almaar blutter-
ontstak met veel geschutter.
de krant. Die brandde vredig.
©