De daas is dood.

Languit op de ligstoel, profiteren van een echte zomerdag. Dacht ik.
Vijf hele minuten.
Toen verscheen er een paardenvlieg in mijn blikveld, een soort daas, een lange met grijzige strepen, ja die, wiens familie me al vaker roodgenopt had gebeten.
Geschrokken greep ik me vast aan mepper en krant. Hij rondde een flinke bocht  en dook op mijn blote voeten. Ik schopte en hij vloog naar mijn hoofd waarop ik in zijn gezicht hoestte en hij bezwijmd op de armleuning viel.
Maar dan.
-Ik moet bekennen dat ik insecten makkelijk dood mep of plat trap behalve als ze te groot zijn. Ze knerpen onder je schoen of soppen een lijkvlek in de krant waardoor je letterlijk denkt aan moord en bij het bekijken van de drabbige substantie waan je je een dierenbeul. –
Wat nu te doen met het flauwgevallen beest.
Met de mepper veegde ik hem op de krant en liep ermee naar de kliko, daar mocht hij uitzieken.  Halverwege echter bewoog hij weer, paniekerig liet ik hem vallen en sloeg alsnog met de krant.
Te hard, zo bleek.
Het nieuws was bijna  in tweeën en de daas in soepvorm,  losgerukte pootjes plakten op Brexit, saillant detail.

Zoiets was het

Advertenties

Morgen is het weekend

Nog steeds voel ik ’n beetje spanning als het bijna weekend is. Heel weinig maar onmiskenbaar.

Het uitkijken naar einde werkweek en het opgewonden gekakel met collegaatjes – misschien zie ik J, hij zou me afhalen – , die buikpijnbezorgende verwachting bestaat niet meer maar van die dubbel-opgewekte stemming is nog een spoortje aanwezig.

Nu vertaal ik het naar realistischer zaken.
Is er iets te doen, expositie of optreden van plaatselijke kunstenaars of koor,  shoppen over de grens, nieuw boek, asperges eten, manifestaties in het park, langdurig zaterdagontbijt met de kranten. Ik verheug me nu al.
Zijn die vroegere herinneringen echt of overdreven?
Het maakt me niets uit, ze zijn goed voor het humeur en houden de sjeu erin:
morgen is het weekend.

Week van de poezie

Speciaal voor deze dagen teruggevonden.

Op het zomerzand
van Ameland
lag een natte krant
nogal onthand
je kon hem haast niet lezen.
_____
De zon bescheen
een handgemeen
in Amstelveen
waarbij een been
gebroken lag te wezen.
_____
Het nat verdampte:
… kogel schampte
… sportschoen stampte
… been verkrampte
het nieuws was nu volledig.
_____
Een kouwelijke jutter
-eigenlijk een vutter
arm en almaar blutter-
ontstak met veel geschutter.
de krant. Die brandde vredig.
©